Onvoldoende aandacht incontinentie door systematische tekortkomingen

Nieuw pan-Europees onderzoek(1) van SCA Hygiene Products dat bekend is gemaakt tijdens het ‘3e Global Forum on Incontinence’ (GFI) in Praag (26-28 april 2010), bevestigt dat er nog altijd onvoldoende prioriteit wordt gegeven aan de behandeling en de aanpak van .

Een enquete onder 550 huisartsen (zie verder) wijst op enkele belangrijke gevolgen van het consistent gebrek aan subsidiering en prioriteit: een gebrek aan bewustzijn over het aantal gevallen en de symptomen bij patienten en huisartsen, weinig vertrouwen in de behandeling van de aandoening, onvrede over het huidige aanbod van behandelingswijzen, en een gebrek aan duidelijke, klinische managementprocedures.

Incontinentie: economische en emotionele kost
Incontinentie is een belangrijk wereldwijd probleem waarmee 25% van alle vrouwen ouder dan 35 en 5% van de mannen kampt(2). In ons land lijden naar schatting meer dan 1 miljoen mensen aan een of andere vorm van incontinentie of , waarvan het grootste deel vrouwen.”In Nederland zijn de problemen niet minder dan in de onderzochte landen,” aldus Vera Agterberg, Voorzitter NVFB (Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij en pre- en postpartum gezondheidszorg). “Ook bij ons heeft ruim een kwart van de vrouwen (stress)incontinentie en heeft eveneens een groeiend aantal mannen te maken met urineverlies.”
De problemen nemen toe met de leeftijd. Ondanks de financiele druk van urine-incontinentie op ons systeem van gezondheids- en sociale zorg, dit mede door de toenemende vergrijzing van de bevolking, staat het probleem nog steeds niet hoog op de agenda van de gezondheidseconomie.

“De impact van urine-incontinentie is vergaand”, zegt Diane Newman, Co-Directeur van het Penn Centre for Continence and Pelvic Health, divisie Urologie aan het medisch centrum van de Universiteit van Pennsylvania, die de resultaten presenteert op het GFI. “Deze heeft een enorme invloed op gezinsrelaties, op het sociaal leven en op de werkmogelijkheden van een individu. Het probleem wordt nauwelijks besproken door patienten en hun dokters: naar schatting zoekt slechts één derde van alle patienten die lijden aan gemiddelde tot ernstige incontinentie hulp(3).

Nieuw onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van SCA Hygiene Products in maart 2010 met als doel de mening van eerstelijnsverzorgers over incontinentieproblemen en hun mogelijke aanpak te peilen. In totaal werden 550 artsen ondervraagd in Frankrijk, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Dit zijn drie landen met een verschillend systeem qua gezondheidszorg en een andere houding en beleid inzake incontinentie.

Slechts 5% van de huisartsen voelt zich ‘volledig comfortabel’ met de aanpak van incontinentie. Deze artsen hebben over het algemeen een goede ervaring met en kennis over het onderwerp en voelen zich goed ondersteund. Artsen die minder vertrouwen hebben in hun capaciteiten om incontinentie aan te pakken, blijken minder geneigd om het probleem te bespreken met hun patienten of om opvolgingsafspraken te regelen.
– 1 op 5 huisartsen bespreekt nooit routinematig incontinentie (d.w.z. zonder dat de patient er zelf over begint)
– Meer dan de helft is tevreden over de huidige behandelingsopties
– Meer dan de helft is van mening dat er geen geschikt geïntegreerd zorgprogramma bestaat om te volgen
– Als belangrijkste obstakels voor een betere aanpak worden genoemd:
o Een gebrek aan toegang tot ondersteunende diensten
o Weinig incontinentieadviseurs
o Gebrek aan opleiding
o Weinig bereikbare specialisten

Diane Newman gaf aan: “Het is duidelijk dat artsen behoefte hebben aan een duidelijk kader over het aankaarten van het onderwerp incontinentie bij de patient. Het structureel kader voor incontinentiezorg is gefragmenteerd en er is een gebrek aan bewustzijn en klinische richtlijnen over het effectief aanpakken van deze aandoening. Hier moet duidelijk iets aan gedaan worden als we de behandeling van de patient en de resultaten willen verbeteren.

Verbetering op komst
Ellen Spijkerman, een Nederlandse deelneemster aan het seminar, clusterdirecteur van Vivre, zegt hierover het volgende:
“Met het oog op de toenemende vergrijzing in Nederland is het ook in ons land van belang om het probleem van urine-incontinentie op de agenda van de gezondheidseconomie te hebben en te houden. Gezien de sociale en medische impact voor patienten met urine-incontinentie, is aandacht van zorgverleners voor de problematiek en het bespreekbaar maken daarvan cruciaal. Dat geldt zowel voor zorgverleners in de eerste lijn alsook voor intramurale zorgverleners. Tevens dienen de toepassingsmogelijkheden en het gebruik van incontinentiemateriaal, bijvoorbeeld in zorgcentra en verpleeghuizen, door de zorgverlener besproken te worden met de bewoner. Bij de keuze dient het zelfbeschikkingsrecht van de individuele bewoner echter altijd het uitgangspunt te zijn.”

Hoopgevend is dat meer dan de helft van de artsen een verbetering verwacht binnen twee jaar. Eén op 5 artsen gelooft dat een verhoging van het bewustzijn en begrip over incontinentie bij zowel artsen als patienten de sleutel is tot een verbeterde aanpak van deze verontrustende aandoening.

(1) IPSOS, Maart 2010 – 550 huisartsen in Verenigd Koninkrijk, Polen en Frankrijk
(2) Abrams, P et al, Incontinence, 4th International Consultation on Incontinence, 4th edition 2009
(3) O’Donnell, M et al, Help seeking behaviour and associated factors among women with urinary incontinence in France, Germany, Spain and the United Kingdom. European Urology 47 (2005); 385-392
Links: