UV-straling in Europa neemt toe

De jaarlijkse hoeveelheid UV-straling in Europa is in de periode 1980-2005 met gemiddeld 6% toegenomen. Veranderingen in bewolking blijken hierbij een grotere rol te spelen dan ozonveranderingen. Dit is een indicatie dat klimaatverandering direct invloed op de UV-stralingsbelasting heeft.

Onderstaande figuur geeft het belangrijkste resultaat van d UV/e analyse van de lange termijn veranderingen voor de acht Europese meetstations samen. De punten geven het relatieve verloop van de UV-jaarsom in de afgelopen decennia. Daarvoor zijn op alle beschouwde locaties de tien jaar lopende gemiddelden van de UV-jaarsom, gedeeld door het gemiddelde over de periode van 1970-1980. Uit de analyse volgt een toename in het jaarlijkse UV-stralingsniveau met circa 6%, waarvan ruwweg tweederde door bewolkingsveranderingen en éénderde door ozonverandering komt. Tot midden jaren negentig was de rol van ozonveranderingen van groter belang dan de bewolkingsveranderingen. Het is waarschijnlijk dat de maatregelen ter bescherming van de ozonlaag die wereldwijd zijn genomen bijdragen aan het beperktere belang van ozonaantasting in de meest recente jaren.

De onderzoeksresultaten van de reconstructie van het Europese UV-klimaat zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift: Journal for Geophysical Research. Het onderzoek in de afgelopen decennia in Europa is door het RIVM geleid en uitgevoerd in samenwerking met acht andere instituten. Ook de meetgegevens van het UV-monitoringstation van het RIVM zelf in Bilthoven (www.rivm.nl/zonkracht) zijn in het onderzoek opgenomen. Het RIVM voerde de gemeenschappelijke reconstructie van het Europese UV-klimaat uit door een combinatie van kwalitatief hoogwaardige UV-metingen en een zestal gevalideerde modelmatige reconstructietechnieken. Het gebruik van deze reconstructietechnieken is nodig om de analyse uit te kunnen voeren voor de periode dat er nog geen directe grondwaarnemingen van de UV-straling waren.