Proaritmische effecten van cardiovasculaire of specifiek anti-aritmische medicatie

0
442

Voor de behandeling van ventriculaire en supraventriculaire hartritmestoornissen staat ons een breed scala aan therapeutische modaliteiten ter beschikking met unieke eigenschappen, wisselende korte en lange termijn succes kans, en soms (maligne) bijwerkingen. In het geval van supraventriculaire ritmestoornissen nemen naast de conventionele farmacologische behandeling ook de meer invasieve therapie vormen zoals RF ablatie, pacemakers of AICD’s en (minimaal invasieve) chirurgie een steeds belangrijkere plaats in. Dit wordt mede veroorzaakt door een groter succespercentage van deze behandelingen en het feit dat ze vaak een definitievere oplossing bieden voor het onderliggend elektrofysiologisch probleem. De uiteindelijke keuze voor een medicamenteuze of invasieve therapie is afhankelijk van vele factoren. Hierbij speelt het type ritmestoornis (supraventriculair/VT/VF) een belangrijke rol, maar ook de klachten en risico’s op complicaties zoals acute hartdood (1, 2). Bij patienten zonder AICD indicatie is farmacologische therapie en/of permanente pacemaker implantatie de eerste keuze. In geval van tachyaritmieen betreft het in meer dan 95% der gevallen atrium fibrilleren of een mengbeeld van atriumfibrilleren en (a-)typische atriumflutter1. In enkele gevallen hebben we te maken met idiopathische of benigne ventrikeltachycardieen, vaak afkomstig uit de rechter ventrikeluitstroombaan, of goed getolereerde VT’s in de setting van een aritmogene rechter ventrikel cardiomyopathie (ARVC). Ook in deze laatste gevallen is farmacologische therapie de eerste keuze behandeling.

Het aantal beschikbare anti-aritmica is beperkt. In de praktijk wordt dit arsenaal nog verder gereduceerd door de vermijdbare risico’s op maligne proaritmie, en het feitelijk optreden van benigne proaritmische bijverschijnselen. Dit laatste vormt een belangrijke oorzaak van een groot aantal ziekenhuisopnames en pacemakerimplantaties, en hindert de cardioloog in zijn/haar streven naar een optimale behandeling van de hartritmestoornis, in de meeste gevallen atrium fibrilleren. Met de stijgende incidentie van atrium fibrilleren o.a. als gevolg van de vergrijzing en betere prognose van hartfalen, wordt de behoefte naar nieuwe, veiligere en weefsel specifieke anti-aritmica steeds groter.
Proaritmische effecten van cardiovasculaire of specifiek anti-aritmische medicatie omvatten beduidend meer fenomenen dan alleen ‘QT verlenging en Torsade des Pointes’, en zijn een belangrijke oorzaak van ‘farmacologische geïnduceerde ziekenhuis opname’ en permanente pacemaker implantatie.

Lees het volledige verslag op Cardiology