Diagnostiek in ziekenhuizen kan beter

0
228

Er worden opvallend veel verkeerde diagnoses gesteld in ziekenhuizen als gevolg van een slechte organisatie. Dat stelt hoogleraar Van Solinge, verbonden aan de Universiteit Utrecht. Volgens Van Solinge maken artsen steeds vaker gebruik van laboratoriumonderzoek bij het stellen van diagnoses. Maar omdat iedere afdeling zijn eigen regels en manieren hanteert, is het voor een arts moeilijk een duidelijk overzicht te krijgen. De Utrechtse professor pleit voor meer structuur en betere software, in het belang van de arts én de patient.

Laboratoriumgeneeskunde is het vak dat zorg draagt voor alle onderzoeken in bloed en andere lichaamsmaterialen ten behoeve van de gezondheidszorg. Een van de laboratoriumspecialismen is de klinische chemie en hematologie. De klinische chemie en hematologie speelt een grote rol in de diagnostiek van ziekten en het bewaken dat de behandeling die de patient krijgt voor de ziekte ook effect heeft en veilig is. Daarnaast is het interpreteren van de laboratoriumuitslagen en het daarover in overleg treden met andere zorgprofessionals als artsen en apothekers een belangrijke taak.

Uit onderzoek blijkt dat er veel mis gaat met het goed stellen van een juiste diagnose. Aan dit probleem wordt tot op heden landelijk te weinig aandacht besteed, terwijl het aantal fouten die op dit gebied gemaakt worden groter is dan het aantal medicatiefouten. Diagnoses worden gemist, te laat of zelfs verkeerd gesteld. Een groot percentage van de medische tuchtzaken hebben betrekking op deze categorie.

In zijn oratie gaat Wouter van Solinge onder meer in op de rol die de klinische chemie en hematologie kan spelen in een verbetering van de diagnostiek.

Is de diagnose eenmaal gesteld, zal behandeling volgen. Vaak gebeurt dat met geneesmiddelen. Het effect van behandeling kan gemeten worden onder meer met behulp van laboratoriumparameters (biomarkers), “bloedwaarden” dus. In de praktijk blijkt dat dit volgen van biomarkers niet, of slecht gebeurt. In zijn oratie betoogt Van Solinge dat voor een betere medicatieveiligheid van de patient, de samenwerking tussen de klinische chemie en hematologie en de apothekers veel beter zal moeten. De wijze waarop dit verder vorm kan krijgen zal worden toegelicht.

Om ziekten te kunnen diagnostiseren en behandelen is begrip van het ontstaan van de ziekte onontbeerlijk. Daarom wordt ook vanuit de klinische chemie en hematologie innovatief onderzoek gedaan, niet alleen ter verbetering van de diagnostiek maar ook om de mechanismen die tot ziekte leiden te ontrafelen. Van Solinge gaat in op de rol van rode bloedcellen bij het ontstaan van vaatschade in verschillende ziektebeelden.
Ook gaat hij in op de rol van een grote database die recent op het Universitair Medisch Centrum Utrecht is ontwikkeld vanuit de klinische chemie en hematologie in samenwerking met de klinische farmacie (de Utrecht Patient Oriented Database (UPOD)). Het gebruik van deze database kan zowel diagnostiek , als behandeling, scholing en onderzoek vooruit brengen.

From Vein to Brain: de kennis die te verkrijgen is uit het bloed dat door uw vaten stroomt is enorm, maar die kennis moet ook naar het brein komen van tal van zorgprofessionals en uiteindelijk de patient ten goede komen. Dat kan alleen maar als er optimale Chemie is tussen Laboratorium en Geneeskunde.

Wouter van Solinge is hoogleraar Klinische chemie en laboratoriumgeneeskunde in het departement Farmaceutische Wetenschappen van de faculteit Bètawetenschappen.

Bron: UU