MEE verdient elke geïnvesteerde euro vier keer terug

0
200

Elke euro die in MEE wordt geïnvesteerd, verdient zich minimaal vier keer terug voor de maatschappij. Dit blijkt uit de maatschappelijke Business Case (mBC) ‘De publieke waarde van MEE’ uitgevoerd door Ernst & Young. Kern van het rapport is dat MEE in veel gevallen maatschappelijke kosten verlaagt, uitstelt of voorkomt. Dit betekent minder Wajonguitkeringen, schuldhulpverlening, huisuitzettingen, lagere zorgkosten en minder beroep op speciaal onderwijs.

De mBC vertelt het verhaal van zeven mensen met een beperking die door de juiste ondersteuning op het juiste moment de regie over hun eigen leven kunnen houden en op die manier de kwaliteit van hun leven kunnen vergroten.

Op vijf thema’s geeft de mBC een kwantificering van de maatschappelijke opbrengsten: een lager beroep op geïndiceerde opvang en intensieve ondersteuning, een lager beroep op gespecialiseerde kinderopvang en speciaal onderwijs, minder overlast, huisuitzettingen en schulden en een lager beroep op Wajong, Wsw of dagbesteding AWBZ.

Het maatschappelijk rendement dat jaarlijks wordt behaald met deze effecten is berekend op € 390 miljoen. Deze doorrekening heeft betrekking op een deel van de totale clientenpopulatie van MEE. Vanuit de mBC is aannemelijk gemaakt dat het totale effect van de MEE-dienstverlening ten minste een factor 2 groter is (€ 780 miljoen). Dit betekent dat met een macrobudget van € 180 miljoen elke geïnvesteerde euro zichzelf minimaal vier maal terugverdient.

Deze mBC maakt helder in hoeverre MEE effectief en efficient is in clientondersteuning. Met de mBC wordt de ‘social return on investment’ zichtbaar gemaakt en wordt duidelijk wat de samenleving terugkrijgt voor de middelen die worden geïnvesteerd’, zegt Wil Buntinx, psycholoog en onderzoeksdocent aan de Universiteit Maastricht en als expert betrokken bij de mBC.

Bijlage: Maatschappelijke Business Case ‘MEE als publieke waarde’, Ernst & Young, 17 juni 2010