Varkenshandel speelt rol in epilepsie

0
595

Cijfers uit Congo niet meteen geruststellend
Ook in Congo, het grootste en een van de armste Afrikaanse landen, komt besmetting met de varkenslintworm volop voor. De larven van die lintworm veroorzaken bij mensen epilepsie. Eerder dit jaar konden onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde voor het eerst in de geschiedenis de besmettingscyclus van de lintworm breken. Nu tonen ze de larven aan bij vier Congolese varkens op tien – de eerste cijfers in twintig jaar. Ze konden ook aantonen dat de varkenshandel een rol speelt in de besmetting. Dat werk haalt de omslag van het septembernummer van het gereputeerde vakblad PLoS Neglected Tropical Diseases.

Ondanks zijn naam besmet de varkenslintworm mensen. Hij heeft voor zijn cyclus mensen én varkens nodig. In volwassen vorm woont hij in onze darmen. Zijn eieren komen met onze uitwerpselen naar buiten. Als die opgegeten worden door een varken – en varkens eten uitwerpselen – dan ontwikkelen de eitjes zich tot larven, die zich in het varkensvlees nestelen. Als wij onvoldoende doorbakken vlees eten met zo’n larve erin, groeit die in onze darmen uit tot een lintworm – die gelukkig niet veel schade aanricht. Het echte probleem is echter dat als wij met ons voedsel of water eitjes binnenkrijgen, de larven ook bij ons aanslaan, en zich zelfs in onze hersenen kunnen installeren, waar ze geregeld epilepsie veroorzaken. Larven van de varkenslintworm, Taenia solium, zijn de belangrijkste oorzaak van niet-aangeboren epilepsie bij mensen.

Er bestaan geneesmiddelen tegen de lintworm en de larven, maar die zijn in ontwikkelingslanden niet altijd voorhanden. Bovendien kun je meteen na de behandeling al herbesmet worden. Je zou álle varkens en álle mensen in een heel land tegelijk moeten behandelen om dat land van de varkenslintworm te bevrijden.

Europa en andere rijke landen zijn al van de varkenslintworm bevrijd, maar dat gebeurde op een andere manier: door rijk genoeg te worden om de levenscyclus van de worm te onderbreken. Zodra mensen niet meer achter een struik hun behoeften deden, en varkens niet meer vrij moesten rondlopen om zelf hun kostje bijeen te scharrelen, raakten de lintworm-eieren niet meer bij de varkens, en kwamen er geen nieuwe lintwormen meer. Anders gezegd: varkenslintwormen en de epilepsie die ze veroorzaken, zijn een arme-mensenprobleem en niet interessant voor de farmaceutische industrie.

Onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) zijn er in Kameroen als eersten in geslaagd om varkens in het veld tegen de lintworm te vaccineren, waardoor ze niet meer besmet kunnen worden, en de besmetting nadien dus ook niet meer aan mensen kunnen doorgeven. Op die manier wordt de cyclus doorbroken, en sterven de lintwormen op termijn uit. Het vaccin werd niet door de farmaceutische industrie ontwikkeld, maar aan de Universiteit van Melbourne.

Om dat vaccin in campagnes te kunnen gaan gebruiken, zijn nog wel een paar stappen te zetten: een techniek voor grootschalige productie ontwikkelen, een producent vinden, een betere toedieningsmanier (bijvoorbeeld via voer in plaats van via injecties), en een beter zicht op de besmetting zelf: hoeveel varkens zijn besmet, en welke? En hoeveel mensen, en welke? Speelt menselijk gedrag een rol?

De vorsers van het ITG onderzochten vorig jaar al de impact van de besmetting in Kameroen (in maart 2009 eveneens goed voor een omslagverhaal). Nu doen ze dat over voor de Democratische Republiek Congo, samen met Congolese collega’s. De laatste cijfers die tot nu toe voor dat enorme land bestonden, dateren uit 1958 en 1990. Zowel op de markt in Kinshasa als in vijf landelijke dorpjes in de provincie Bas-Congo bleken vier varkens op tien besmet. Maar de varkens in de dorpen waren wel sterker besmet, met beduidend meer larven per varken. Als een varken sterk genoeg besmet is, kun je de cysten met de larven in de tong voelen of zelfs zien. De opkopers weigeren dergelijke varkens. Die worden dan maar door de dorpelingen zelf opgegeten of zwaar onder de prijs verkocht in het plaatselijke illegaal circuit.

Wat alvast betekent dat de dorpelingen weten dat ze financieel baat hebben bij niet-besmette varkens, en dus bij een vaccin, zelfs als ze niets weten – of geloven – over de ziekte en hoe die zich voortplant. Het doet ook vermoeden dat je op het platteland veel meer kans loopt op besmetting door het eten van varkensvlees dan in de stad. Goed om weten voor wie een campagne tegen de varkenslintworm wil opzetten.