Bloedarmoede bij alleroudsten

Mensen van 85 jaar en ouder met bloedarmoede overlijden eerder dan leeftijdgenoten zonder bloedarmoede. En bij hen lijken aan bloedarmoede andere aandoeningen ten grondslag te liggen dan bij ‘jongere ouderen’. Wendy den Elzen promoveert op dinsdag 2 november op een brede studie naar de oorzaken en gevolgen van bloedarmoede bij de oudste groep ouderen.

Hoge kosten
Wendy den Elzen: ‘Geen vitamine B12 toedienen aan alleroudsten als er geen bewijs is voor een oorzakelijk verband met bloedarmoede.’ Gezien de vergrijzing kunnen kwalen en ziektes die vooral bij ouderen voorkomen leiden tot een groot beroep op de zorg en hoge kosten. Een van die veelvoorkomende aandoeningen is bloedarmoede (anemie). Deze aandoening kan allerlei klachten veroorzaken en bij de alleroudsten ook tot versnelde sterfte leiden; zowel bij ouderen die er op hun 85ste aan lijden als bij ouderen die de aandoening later ontwikkelen. Onderliggende oorzaak
Bloedarmoede kan door verschillende aandoeningen veroorzaakt worden. De aandoening hangt vaak samen, zo luidt de standaardkennis in de klassieke medische leerboeken, met ijzergebrek, bloedverlies, vitamine B12-tekort, foliumzuurtekort, nierfalen en/of chronische ziekten. Den Elzen onderzocht op basis van twee enorme databestanden van 85-plussers in Leiden (Leiden 85-plus Studie) en Newcastle upon Tyne, Verenigd Koninkrijk (Newcastle 85-plus Study), hoe deze verbanden liggen bij 85-plussers.

Vitamine B12 en foliumzuurtekort
Den Elzen vond dat bij de alleroudsten een tekort aan foliumzuur het risico van bloedarmoede verhoogt. Dit vond ze met betrekking tot vitamine B12 echter niet. Die laatste uitkomst was opvallend omdat een tekort aan vitamine B12 geldt als een van de oorzaken. Om te onderzoeken of dit een nieuwe bevinding was, deed Den Elzen op dit punt voor de zekerheid nog aanvullend systematisch literatuuronderzoek, maar vond toen nog geen aanwijzingen voor een verband.

IJzergebrek
De structuur van firritine
IJzergebrek is een bekende oorzaak van bloedarmoede. IJzergebrek in het bloed wordt in de kliniek aangetoond aan de hand van onder meer het ferritinegehalte: een lage ferritineconcentratie duidt op ijzergebrek. Ferritine is echter ook een eiwit waarvan de concentratie in een vroeg stadium van ontsteking stijgt, en heeft dus een verhoogde waarde bij ontstekingen en infecties. Daarom wordt in de literatuur vaak getwijfeld aan het bepalen van ferritine bij ouderen met bloedarmoede en infecties danwel ontstekingsreacties.

Verder belang van ferritine
Den Elzen vond dat 85-jarigen met een laag ferritinegehalte een grotere kans op bloedarmoede hadden. Deze relatie was groter als er ook tekenen van ontstekingsreacties waren. Den Elzen stelde verder vast dat een lage concentratie ferritine gepaard gaat met een extra daling in het hemoglobine (een eiwit in de rode bloedcel, verantwoordelijk voor het transport van zuurstof door het bloed) en MCV (mean corpuscular volume, waarmee de gemiddelde grootte van de rode bloedcellen wordt aangeduid). De laagste concentraties hemoglobine en de laagste MCV werden gevonden bij 85-plussers die ook een laag ferritinegehalte hadden en tekenen van ontsteking vertoonden. Dit geeft het belang aan van het bepalen van ferritine bij ouderen met bloedarmoede, zeker als ze ook infecties en/of een ontsteking hebben.

Erythropoietine (EPO)
De structuur van EPO

EPO, vooral bekend als verboden stimulerend middel in de sport, wordt in de nieren geproduceerd als de hoeveelheid zuurstof in het bloed afneemt. Het is een belangrijke regulator van de hoeveelheid rode bloedcellen in het bloed. Den Elzen onderzocht de relatie tussen het EPO-gehalte, het hemoglobinegehalte en de nierfunctie. Deze laatste neemt bij ouderen vaak af. Maar in het algemeen vond ze geen verschil in het EPO-gehalte tussen jongere en oudere populaties. Wel maken ouderen met een gebrekkige nierfunctie vaak te weinig EPO aan als ze bloedarmoede hebben.

Iets intrigerends over EPO
Den Elzen ontdekte over EPO bij alleroudsten nog iets intrigerends: de concentratie EPO in het bloed is bij 85-plussers een voorspeller van overlijden: de alleroudsten met de hoogste EPO-concentraties lopen het grootste sterfterisico. Over dit onderwerp verscheen op 25 oktober een artikel in het Canadian Medical Association Journal.

Telomeren
In lichaams- en bloedcellen worden telomeren bij elke celdeling korter. Telomeren zijn DNA-eiwitstructuren aan de uiteinden van de chromosomen. Eerdere studies hebben een verband aangetoond tussen telomeerlengte en aandoeningen zoals dementie en hartfalen. Aangezien de telomeerlengte ook een aanwijzing voor veroudering van het beenmerg kan zijn, onderzocht Den Elzen ook de mogelijke relatie met bloedarmoede. Kort en goed: die relatie werd niet aangetroffen.

Meer vragen dan antwoorden
Rode bloedcellen
Den Elzen, werkzaam bij de afdeling Public Health & Eerstelijnsgeneeskunde van het LUMC, realiseert zich dat haar onderzoek een aantal vragen rond bloedarmoede bij de alleroudsten beantwoordt, maar er ook een groot aantal opwerpt. Ze beveelt dus in een aantal richtingen vervolgonderzoek aan.

Vitamine B12-casus
Ook de vitamine B12-casus houdt haar nog bezig. ‘Ik wil financiering zoeken voor een onderzoek waarbij één groep B12 krijgt toegediend en een controlegroep niet. Vitamine B12 is erg goedkoop, een injectie kost maar 1 euro. Maar dat wil niet zeggen dat ze daarom gegeven moeten worden, zeker niet als er bij de alleroudsten geen duidelijk bewijs is voor een oorzakelijk verband met bloedarmoede. Dat moeten we niet willen en dus verder onderzoek doen.’