Stereotype verwachtingen belemmeren carrières vrouwelijke artsen

0
277

Vrouwelijke artsen die carrière willen maken, moeten opboksen tegen stereotype, tegengestelde verwachtingen over hun rol als ‘goede’ moeder en ‘goede’ arts. Mannelijke artsen met kinderen zetten tijdelijk hun carrièremotivatie op een laag pitje.

Dit blijkt uit het onderzoek physicians’ career motivation and career investment, waarop bedrijfskundige drs. Berber Pas op 23 september promoveert aan deRadboud Universiteit Nijmegen.

Pas onderzocht het effect van rolopvattingen van vrouwelijke artsen over werk en zorg op hun loopbaanambities. Ze vroeg 1070 vrouwelijke dokters uit alle specialismen, 250 medisch specialisten, en ze hield groepsinterviews met medisch specialisten (mannen en vrouwen) in een academisch ziekenhuis

Tegengestelde normen
Pas laat zien dat de norm waaraan vrouwen moeten voldoen als werknemer (altijd beschikbaar zijn, geen nee zeggen, fysiek sterk zijn) en als moeder (niet meer dan drie dagen werken, zo lang mogelijk borstvoeding geven, het geluk van je gezin voorop stellen)  tegengesteld zijn. Ze werken bovenal belemmerend voor de vrouw en voor de organisatie. Uit Pas’ onderzoek blijkt dat vrouwelijke artsen die zich meer gesteund voelen in het bereiken van hun carrièredoelen, gemotiveerder zijn om zich daarvoor in te zetten.
Ambities
Vrouwelijke artsen met kinderen worden in organisaties vooral aangesproken op hun rol als ‘de werkende moeder’. Toch heeft het hebben van kinderen geen effect op de ambitie van vrouwelijke artsen.  Het zijn vooral de mannelijke artsen met jonge kinderen die (tijdelijk) een lagere carrièremotivatie hebben.Rolbevestigend
Ondanks ambities van vrouwen en familie- en vrouwvriendelijk beleid blijft het aantal vrouwen in medische topfuncties laag.  Pas: ‘Veel familie- of vrouwvriendelijk beleid loopt het risico rolbevestigend en stigmatiserend te worden in de uitwerking op de werkvloer.’  Hier ligt een belangrijke taak voor alle betrokkenen, meent Pas: de artsen zelf, de leidinggevenden, collega’s en P&O-ers.

bron: Radboud Universiteit