2 behandelmethoden hartritmestoornissen met elkaar vergeleken

0
2762

Cardioloog dr. Lucas Boersma presenteert belangrijk onderzoek naar behandeling hartritmestoornissen
Dr. Lucas Boersma, cardioloog in het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein, presenteerde maandag 14 november de resultaten van een belangwekkend onderzoek op het gebied van atriumfibrilleren (hartritmestoornissen). In het onderzoek worden twee behandelmethoden die toegepast worden bij atriumfibrilleren met elkaar vergeleken; de katheter-ablatie en de endoscopische mini-MAZE-operatie. De onderzoekers richtten zich daarbij op resultaten en complicaties. Dr. Boersma hield zijn presentatie in Orlando (VS) voor de American Heart Association tijdens de Late Breaking Clinical Trial sessies. Het vooraanstaande wetenschappelijk tijdschrift van de American Heart Association Circulation publiceerde 14 november online een artikel over het onderzoek.

Atriumfibrillatie
Het hart bevat twee boezems (atriums) en twee kamers (ventrikels). De hartslag wordt geregeld door een groepje cellen in de rechterboezem. Spontaan optredende stroompjes in de longaders, die uitmonden in de linkerboezem, kunnen leiden tot ongecoördineerde elektrische activiteit: boezemfibrilleren. Dit kan de werking van het hele hart beïnvloeden en leiden tot hartkloppingen, druk op de borst, benauwdheid, een verminderd inspanningsvermogen en een verhoogde kans op een beroerte.

Behandelmethoden
Als niet-invasieve behandeling, bijvoorbeeld met medicijnen, onvoldoende resultaat oplevert, kunnen invasieve behandelingen mogelijk uitkomst bieden. Vroeger was dat de MAZE-openhartoperatie. Nu zijn er twee minder belastende ingrepen: de katheter-ablatie en de endoscopische mini-MAZE-operatie. Het principe van beide ingrepen is hetzelfde: door weefsel weg te schroeien rondom de plaats waar de longaders in de linkerboezem uitmonden, ontstaan daar littekens die de stroompjes tegenhouden. Bij een katheter-ablatie gebeurt dit met behulp van katheters, die vanaf de lies worden opgevoerd tot in het hart. Deze ingreep wordt sinds 1990 op grote schaal toegepast. De endoscopische mini-MAZE wordt uitgevoerd met instrumenten, die via kleine sneetjes in de borstkas worden gebracht. Bij deze ingreep wordt bovendien het hartoor weggehaald (een uitstulping van de boezem), om bloedstolsels te voorkomen. De endoscopische mini-MAZE is nieuwer dan de katheter-ablatie, maar wordt sinds 2006 ook al in het St. Antonius Ziekenhuis uitgevoerd.

Het onderzoek
De onderzoekers vergeleken deze beide behandelmethoden, waarbij ze zich richtten op resultaten en complicaties. In het St. Antonius Ziekenhuis en in Hospital Clínic te Barcelona werden in totaal 124 patienten gevolgd. Een deel van de patienten had al een verwijde linkerboezem, het andere deel had een niet succesvolle ablatie achter de rug. Voor de hele groep werd verwacht dat een (tweede) katheter-ablatie minder effectief zou zijn dan een operatieve ingreep.

Van de patienten die een endoscopische Mini-MAZE ondergingen, bleek na een jaar 65,6% vrij van atriumfibrilleren, zonder gebruik van medicijnen. Van de groep die een katheter-ablatie kreeg, was dat slechts 36,5%. Opmerkelijk was echter het aantal complicaties rond de ingreep: 23% bij de mini-MAZE versus 3,2% bij katheter-ablatie.

Lucas Boersma: “Voor deze groep patienten blijkt chirurgie dus duidelijk effectiever dan een ablatie. De endoscopische operatie blijft echter een meer invasieve ingreep. De grotere kans op complicaties is daarbij een nadeel, ook al zijn de complicaties niet allemaal even ernstig. De patient en de behandelend cardioloog moeten dat meewegen in de behandelkeuze.”

Publicatie

Op 14 november verscheen online een artikel over het onderzoek, geschreven door (onder meer) de principal investigators dr. Lucas Boersma en dr. Wim Jan van Boven, in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift van de American Heart Association: Circulation. Andere specialisten van het St. Antonius Ziekenhuis die aan het onderzoek hebben meegewerkt, zijn Alaaddin Yilmaz, dr. Hans Kelder en dr. Maurits Wijffels.

Bron: St. Antonius Ziekenhuis