Dengue bestrijden gaat beter met de hulp van dorpelingen

Gaasdeksels voor watertonnen © ITG

Dengue, een oprukkende tropische ziekte die geregeld ook toeristen treft, moet bij gebrek aan een vaccin bestreden worden door de muggen aan te pakken die de ziekte overdragen. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt, en medewerking van de plaatselijke gemeenschappen is daarbij een belangrijke factor. Dat stelden onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde  Antwerpen  vast. Voor haar onderzoek naar dengue-bestrijding op twee continenten kreeg onderzoekster Veerle Vanlerberghen een doctoraat aan het ITG en de universiteit Gent.

 Sedert de jaren zestig is het jaarlijks aantal nieuwe gevallen van dengue – ook wel knokkelkoorts genoemd – verdertigvoudigd. Veertig procent van de wereldbevolking loopt een kans om het dengue-virus op te lopen. Jaarlijks worden vijftig miljoen mensen besmet. Lichte gevallen lijken op griep, met de bijbehorende koorts, hoofd- en spierpijnen, maar in ernstige gevallen gaat het aantal bloedplaatjes ernstig achteruit, wat in een half miljoen gevallen leidt tot bloedingen, en tot 25 000 doden per jaar.

Er is geen vaccin, en evenmin een geneesmiddel. Gelukkig herstellen de meeste mensen vanzelf. Bij ernstige gevallen kunnen de artsen je herstel helpen met symptomatische maatregelen, zoals vocht toedienen en eventueel een bloedtransfusie, maar dan moeten ze er wel tijdig bij zijn en de patient, en zijn vochtbalans, van heel dichtbij opvolgen.

De enige maatregel die echt zoden aan de dijk zet, is bestrijding van de muggen die het virus overbrengen – hoofdzakelijk de mug Aedes aegypti. Daar zijn heel wat manieren voor, die bewezen hebben te werken – in gecontroleerde omstandigheden. In de echte praktijk wil dat wel eens tegenvallen, zo kon Vanlerberghe aantonen. Bijvoorbeeld omdat geen rekening is gehouden met culturele verschillen tussen mensen: aanvaarden ze jouw aanpak, wijzigen ze hun gedrag, wijzigen ze het blijvend? Gebruiken ze de gekregen gordijnen tegen de muggen, of om mee te vissen? Accepteren ze muggenlarven etende visjes in opslagtanks voor huishoudelijk water?

Op Cuba stelde Vanlerberghe vast dat beheer van watervergaarbakken en andere broedplaatsen voor muggen beter werkt als je de plaatselijke bevolking erin betrekt. Die is bereid om extra inspanningen te doen bovenop het bestrijdingsprogramma van de overheid, en gaat daar ook mee door als het onderzoeksproject is afgelopen. Vanlerberghe was de eerste die naging hoe het zat met de langdurige effecten van het betrekken van een gemeenschap. Niet alleen is medewerking van de bevolking effectiever, het is ook nog eens goedkoper.

In Venezuela en Thailand stelde ze vast hoe belangrijk culturele factoren kunnen zijn: de overgrote meerderheid van de bevolking was bereid om langlevend met insecticide behandelde gordijnen te gebruiken, maar slechts 1 op 5 accepteerde gaasdeksels voor watertonnen. Een andere vaststelling was: medewerking krijg je niet zomaar. De insecticide-gordijnen mochten dan ‘langlevend’ zijn, hun gebruik was dat niet. De mensen stopten geleidelijk met ze te gebruiken. Om ze echt effectief te laten zijn, heb je begeleidende promotiecampagnes nodig, en die kosten ook geld.

Als je aan muggenbestrijding wilt doen, kom je er dus niet met tests in het lab. Je zult rekening moeten houden met het gedrag van mensen, epidemiologische informatie en het precieze gedrag van de muggen, besluit Vanlerberghe.

 Met insecticide behandelde gordijnen bieden – indien goed gebruikt – bescherming tegen de muggen. Bednetten zijn niet voldoende, omdat de dengue-muggen, in tegenstelling tot de malariamuggen, ook steken op uren dat de mensen nog niet in bed zijn. © ITG