Kamerbrief over EHEC

Brief van minister Schippers (VWS) aan de Tweede Kamer over het EHEC-onderzoek in WHO- en Europees verband en de Nederlandse bijdrage daaraan. Ook beschrijft de minister de capaciteit van de voedsel- en warenautoriteiten in andere Europese landen.

Geachte Voorzitter,
Tijdens het Algemeen Overleg op 9 juni 2011 over de EHEC-bacterie heb ik toegezegd u op de hoogte te stellen van het EHEC onderzoek in WHO- en Europees verband en wat Nederland daaraan bijdraagt. Tevens heb ik toegezegd uit te zoeken wat de capaciteit van de voedsel- en warenautoriteiten in andere Europese landen is. Hieronder treft u de beantwoording.
Internationaal onderzoek naar EHEC
Zowel op internationaal als op nationaal niveau vindt doorlopend en kortdurend onderzoek naar EHEC plaats. In WHO-verband zorgt het Collaborating Centre for Reference and Research on Escherichia coli and Klebsiella structureel voor interna-tionale referentie en expertise.

In Rome is het Europees Referentielaboratorium Shigatoxine-producerende E.coli (STEC) gevestigd. Dit laboratorium verzorgt op Europese schaal de referentie en expertise.
Op nationaal niveau functioneert het Nationaal Referentielaboratorium (NRL) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voor pathogene E. coli als expertisecentrum voor de overheid en bevoegde instanties, zoals de Neder-landse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In geval van een uitbraak wordt be-roep gedaan op de expertise van het NRL.
Ook wordt binnen het zevende Europese Kaderprogramma van de Europese Commissie een tweetal onderzoeksprojecten op het terrein van EHEC uitgevoerd. Het ene project is gericht op klimaatsverandering en de veiligheid van verse groenten (“Vegitrade”) en het andere project heeft betrekking op de risico analyse EHEC en novovirus kiemgroenten en bladgroenten.
Surveillance
Naast de onderzoeksactiviteiten van de referentielaboratoria en de projecten uit het zevende Kaderprogramma wordt in Europees verband sterk ingezet op surveil-lance. Zo wordt vanuit het ECDC (European Centre for Disease Control) doorlo-pend surveillance op humane infecties en uitbraken verricht. De EFSA (European Food Safety Authority) richt zich op surveillance van prevalentie bij dieren en het vóórkomen in voedsel.

In Nederland voert het RIVM doorlopend intensieve surveillance uit op humane EHEC infecties en wordt door de NVWA, eveneens doorlopend, surveillance ver-richt naar de prevalentie van zoonosen onder landbouwhuisdieren. De resultaten van deze surveillance worden doorgegeven aan het ECDC en de EFSA. Daarnaast wordt door NVWA surveillance naar het voorkomen van EHEC in voedselproducten uitgevoerd. Ten tijde van de uitbraak in Duitsland is dit geïntensiveerd.
Door het Centraal Veterinair Instituut (CVI), onderdeel van de Wageningen Uni-versity en Research centre, wordt de MARAN-rapportage opgesteld. Deze rappor-tage verschaft doorlopend inzicht in antibiotica resistentie E.coli.

Tot slot treft u bijgaand een overzicht van het aantal werknemers dat per land betrokken is bij het toezicht op voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid. Het betreft niet alleen werknemers die bij de toezichtorganen werken, maar ook werknemers van bijvoorbeeld onderzoeksinstituten of ministeries. De gegevens komen uit de landenprofielen van de Food and Veterinairy Office van de Europese Commissie. De cijfers zijn lastig vergelijkbaar omdat de organisatie van het controlesysteem per land verschillend is, zoals de mate van decentralisatie.
Hoogachtend,
de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
mw. drs. E.I. Schippers