Winst van ziekenhuis gaat naar preventie en niet naar aandeelhouder: dat wil Twente

De incidentie van heupfracturen in de leeftijdsgroep van 50 tot 79 jarigen bedraagt 12%. Voor de groep 80-plussers bedraagt dar percentage 25%. Deze incidentie is terug te dringen door valpartijen van ouderen te verminderen en tweede door de kans op een fractuur na een val te verkleinen. Dit kan door vroegtijdige opsporing van osteoporose in twee stappen: door eerst een vragenlijst toe zenden aan ouderen over hun leefstijlen en ten tweede door respondenten met een hoog risico uit te selecteren en te diagnosticeren op aan- of afwezigheid van de genoemde aandoening. Afhankelijk van de geconstateerde mate van botbroosheid volgt een behandeladvies met medicatie (bijvoorbeeld met Bisphosphonat), dieetaanpassing (meer voeding, verrijkt met calcium) en beweegprogramma’s gericht op versterking van beenspieren, evenwicht houden en zichzelf opvangen bij een val. In het Duitse Kinzigstal is het gelukt om heupfracturen en de daarop volgende kosten van zorggebruik door osteoporose-patienten aanzienlijk terug te dringen. Uit de besparingen die de zorgverzekeraar AOK daarmee realiseert, mag zorgaanbieder ‘Gesundenes Kinzigstal” een zorgprogramma draaien voor osteoporose patienten. Als die informatie kwam aan bod tijdens een bijeenkomst in het Twentse De Lutte, gelegen vijftien kilometer achter Hengelo. Dertig Twentse huisartsen en fysiotherapeuten kwamen daar bijeen om te luisteren naar een tele-college via Skype van Helmuth Hildebrandt, directeur van Gesundenes Kinzigstal. Ondergetekende hield een voordracht over de betekenis van de Duitse resultaten en van populatiegebonden bekostiging voor Twente. Tijdens de bijeenkomst meldden zich acht professionals aan om een financieel en inhoudelijk experiment van de grond te trekken rond osteoporose. Bij mijn vertrek uit De Lutte vroeg een huisarts mij, of die winst van Nederlandse ziekenhuizen  ook te bestemmen is voor meer preventie. Dan gaat die niet naar aandeelhouders zoals regering en parlement willen. Maar naar bijvoorbeeld osteoporose preventie. Tijdens de lange autoreis naar Utrecht had ik volop tijd om over deze vraag te filosoferen. Thuisgekomen trof ik een sms aan over het debat in de Tweede Kamer. In het democratische Nederland gaat die winst naar aandeelhouders én naar preventie. Wil je meer weten over het Twentse initiatief om te komen tot een osteoporose programma en shared saving? Stuur dan een mail naar huisarts Ton Boermans via boermans@huisartsenlosser.nl

Vorig artikelBeste NZa en NMa, zijn die acht voorwaarden voor jullie voldoende?
Volgend artikelZeeland voegt Centra voor Jeugd en Gezin en WMO Loket samen
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.