Zeeland voegt Centra voor Jeugd en Gezin en WMO Loket samen

Een kind van tien jaar slikt kalmerende middelen. Hij is agressief tegen klasgenoten en onderwijzeres. Zijn ouders hebben grote ruzie met elkaar. Want vader is werkloos. Moeder slaat regelmatig man en kind. De hypotheek van het echtpaar is hoger dan de waarde van hun huis. Huisuitzetting dreigt evenals een torenhoge schuld voor de rest van her leven. Het gezin komt er niet meer toe om de 99-jarige schoonmoeder dagelijks te bezoeken en boodschappen voor haar te doen. Een gebruikelijk Centrum voor Jeugd en Gezin kan zo’n gezin opvoedondersteuning bieden. De agressie van het jongetje verminderen en die moeder aanleren haar handen thuis te houden. Prima! Maar schuldhulpverlening, relatietherapie voor het echtpaar en case managers voor ouderen kan een traditioneel CJG  niet bieden. Dat is wel het geval voor de Porthos centra in Middelburg, Vlissingen en Veere en binnenkort Zeeuws Vlaanderen. Die fungeren als one-stop shop voor alle vraagstukken die jong en oud kan hebben op het terrein van welzijn, jeugd(gezondheids)zorg en uitkeringen. Bovendien hebben de genoemde gemeenten de Zorgadviesteams (ZAT’s) ingeschoven in  de Porthos centra. Er is geen concurrentie meer tussen ZAT’s en CJG’s, zoals wel vaak elders in Nederland voorkomt. De genoemde gemeenten hebben zich bij de naamgeving laten inspireren door de voornaam Porthos van een van de drie musketiers. De centra gebruiken ook hun motto: allen voor een en één voor allen. Al deze informatie pikte ik op donderdag 16 februari op in Vlissingen. Op die dag ging aldaar het Porthos centrum open, gelijktijdig met dat in Veere. Ondergetekende had daar het heerlijke genoegen om een feestrede te houden over de toekomst van CJG’s en WMO-loketten in Nederland. Het Porthos gebouw in Vlissingen is bijzonder. Van bovenaf gezien heeft heet de vorm van het cijfer acht. In de grote cirkel zitten  op  de onderste etages drie scholen, aangeduid met de  term De Combinatieschool. Op de bovenste etages wonen ouderen. In de kleine cirkel zit aan de buitenkant het Porthos centrum met haar onderdelen jeugdgezondheidszorg, WMO loket, maatschappelijk werk, opvoedondersteuning en tal van uitkeringsinstanties. In het midden van de kleine cirkel bevindt zich een klein theater. De architect is de beroemde Marlies Rohmer uit Amsterdam. Klik hier voor een foto-impressie. Tot zover dit bericht. Wie meer wil weten over het porthos concept neemt contact op met een van de trotse geestelijke vader, Adrie de Klerk op akk@vlissingen.nl Hij en zijn collega’s gaven op 16.2 wel tien keer aan hoe belangrijke de Masterclass CJG’s was geweest die ondergetekende gaf in Zeeland. Niet zo zeer vanwege mijn theorieen, maar wel omdat alle betrokkenen elkaar daar in een veilige, educatieve context konden ontmoeten, zonder tactisch gedrag en zonder onderhandelingen.

Vorig artikelWinst van ziekenhuis gaat naar preventie en niet naar aandeelhouder: dat wil Twente
Volgend artikelPopulatiegebonden bekostiging: zorgverzekeraar is aan zet
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.