Nieuwe behandeling voor jongeren met cannabisproblemen wetenschappelijk onderzocht

In opdracht van het Ministerie van VWS onderzocht het Parnassia Addiction Research Centre (PARC), het onderzoekscentrum van Brijder Verslavingszorg, de effectiviteit van een nieuwe gezinstherapie in Nederland. In het onderzoek werden de resultaten van deze gezinstherapie, genaamd multidimensionele gezinstherapie (MDFT), vergeleken met die van cognitieve gedragstherapie (CGT), de in Nederland meest toegepaste behandeling voor jongeren met verslavingsproblemen.

In de afgelopen tien jaar steeg het aantal adolescenten en jongvolwassenen dat bij de verslavingszorg in Nederland hulp zocht voor problemen met cannabisgebruik sterk. Vanwege een vergelijkbare trend in andere Europese landen namen de ministe­ries van Volksgezondheid van Nederland, Belgie, Frankrijk, Duitsland en Zwitser­land in 2003 het initiatief om een nieuwe behandeling voor jongeren met problematisch cannabisgebruik te introduceren en te laten onderzoeken op effectiviteit. Voor dit initiatief werd een in Amerika ontwikkelde nieuwe gezinstherapie gekozen als te onderzoeken nieuwe behandeling; de multidimensionele gezinstherapie (MDFT).

Het onderzoek
Het onderzoek werd uitgevoerd onder ruim 100 jongeren van 13 tot en met 18 jaar, die zich voor behandeling hadden aangemeld bij Brijder Verslavingszorg en bij Het Palmhuis, een jeugdforensisch-psychiatrisch behandelcentrum. De jongeren werden in het onderzoek 12 maanden gevolgd.

In de MDFT behandeling vonden gedurende zes maanden wekelijks intensieve gesprekken plaats met de jongere zelf, met zijn of haar ouders en met het hele gezin. Ook konden vrienden en vertegenwoordigers van school of andere belangrijke instanties in de therapie betrokken worden. In de CGT behandeling, die ook zes maanden duurde maar minder intensief was, werden alleen met de jongere therapiegesprekken gehouden.

De resultaten
Uit het onderzoek bleek dat beide behandelingen effectief waren in het verminderen van het cannabisgebruik. Het aantal dagen dat de onderzochte jongeren cannabis gebruikten, was een jaar na de start van de behandeling met bijna een derde afgenomen en het aantal gerookte joints met ruim 40%. Ook het aantal door de jongeren gepleegde delicten daalde aanzienlijk, van gemiddeld ruim zes delicten in de drie maanden voor de start van de behandeling naar minder dan twee delicten in de drie maanden voor de laatste onderzoeksmeting, na een jaar. De resultaten van de intensieve MDFT behandeling verschilden echter niet van die van de minder intensieve cognitieve gedragstherapie.

De onderzoekers onderzochten verder of zich binnen de totale onderzoeksgroep wellicht deelgroepen bevonden die verschillend baat hadden bij MDFT of CGT. Uit hun analyses bleek dat jonge adolescenten, van 16 jaar of jonger, veel meer baat hadden bij MDFT, terwijl de 17- en 18-jarige adolescenten juist veel meer baat hadden bij CGT. Ook bleek dat MDFT aanzienlijk meer effect had bij de adolescenten met bijkomende psychische stoornissen – vooral gedragsstoornissen en depressieve klachten – terwijl CGT beduidend effectiever was bij de adolescenten zonder deze psychische stoornissen. Op grond van deze laatste resultaten, die nog niet eerder in wetenschappelijk onderzoek werden gevonden, wordt het mogelijk om jongeren met cannabisproblemen en wellicht ook andere verslavingsproblemen gericht een behandeling met MDFT of CGT aan te bieden. In Brijder Verslavingszorg wordt deze vorm van “patient-treatment matching” bij jongeren met verslavingsproblemen op basis van de onderzoeksbevindingen al in de praktijk toegepast.

De resultaten van het onderzoek worden beschreven in twee artikelen in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Drug and Alcohol Dependence, waarvan het tweede artikel, over de bevindingen uit de deelgroepanalyse, in de eerste week van mei 2012 zal verschijnen.