Patiënt gebruikt nauwelijks nog medicatie na verandering zonder overleg

0
254

VMDB en Ypsilon waarschuwen voor hogere kosten in de zorg
Tweederde van de patienten gebruikt niet of nauwelijks zijn antipsychoticum meer, wanneer dit zonder overleg wordt gewisseld. Dat blijkt uit onderzoek van TNS-NIPO en SAM onder patienten met schizofrenie of een bipolaire stoornis. Patienten- en familieverenigingen tonen zich ongerust over de uitkomsten. “De gevolgen voor de betrokkene en zijn omgeving kunnen dramatisch zijn”, aldus voorzitter Koos van der Span van de Vereniging van Manisch Depressieven en Betrokkenen (VMDB).

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de patienten- en familieverenigingen Ypsilon, Anoiksis, de VMDB en farmaceut AstraZeneca. 617 patienten, 14 mantelzorgers en 6 psychiaters deden mee. Uit de resultaten blijkt dat wisseling van medicatie zonder overleg met patient regelmatig voor komt. Hierbij blijkt bovendien dat overleg cruciaal is voor de vraag of iemand blijft slikken na een medicijnwissel: zonder overleg blijft nog slechts 29 procent van de patienten trouw het nieuwe medicijn nemen. Vindt er wel overleg plaats over het waarom van het veranderen van medicatie, dan stijgt dat aantal naar 76 procent.

 

Wijzigingen in de medicatie van mensen met schizofrenie of een bipolaire stoornis komen relatief vaak voor. Psychiatrische ziektebeelden zijn complex en vaak moet een lange zoektocht worden afgelegd voordat een geschikt geneesmiddel is gevonden. Maar steeds vaker spelen ook bezuinigingen gedreven door zorgverzekeraars een rol: apothekers vervangen een merkgeneesmiddel naar een merkloze variant om goedkoper uit te zijn. “Maar goedkoop is duurkoop als de patient vervolgens het nieuwe middel laat staan, omdat hij het niet vertrouwt. Een nieuwe psychose of depressie ligt altijd op de loer. Als die niet tijdig wordt gesignaleerd, zijn de kosten vele malen hoger dan de behaalde winst”, aldus Van der Span.

 

Het verbaast dan ook niet dat ruim 90 procent van de patienten steun van de psychiater verwacht bij een medicijnwisseling. Minder dan een derde wil in zo’n geval liefst begeleiding van de apotheek. Bert Stavenuiter valt hem bij. Hij is directeur verbonden aan familievereniging Ypsilon. “Het is niet de medicatieverandering zelf die ons dwars zit, maar het gebrek aan communicatie en regie daarbij. Patienten hebben er recht op te begrijpen en mede te bepalen wat ze slikken. Blijft deze begeleiding uit, dan kan je erop wachten dat men zijn medicijnen nauwelijks aanraakt. Psychiaters realiseren zich nog veel te weinig dat hier een taak voor hen ligt. Waarbij zij ook moeten beseffen dat substitutie in de apotheek zonder hun medeweten kan plaatsvinden.”

 

Wat de patientenverenigingen betreft gaat een apotheker pas over tot het wisselen van medicijnen, wanneer de psychiater dit vooraf met de patient heeft overlegd. Van der Span: “We hebben het hier over een groep kwetsbare patienten die lang niet altijd niet assertief genoeg is om vragen te stellen. Het is aan de behandelend arts om eventuele angst over een medicijnwisseling weg te nemen. Lukt hem dat niet, dan zal de arts de keuzevrijheid van de patient moeten respecteren. De KNMP Handleiding Geneesmiddelsubstitutie is daar heel duidelijk over.”

Auteur: VMDB