Ondervoede ouderen gebaat bij eenvoudige voedingstherapie

Minder functionele beperkingen zonder extra kosten
Een relatief eenvoudige voedingstherapie vermindert functionele beperkingen bij ondervoede ouderen. De therapie levert geen extra kosten op voor de gezondheidszorg. Daarnaast neemt na deze therapie het aantal valincidenten aanzienlijk af. Dat blijkt uit onderzoek van Floor Neelemaat, waarop zij woensdag 20 juni zal promoveren aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De voedingstherapie bestaat uit begeleiding door een dietist, energie- en eiwitrijke drinkvoeding en een calcium-vitamine D supplement.

Langer zelfstandig functioneren na voedingstherapie
Ruim één op de vier ouderen die is opgenomen in het ziekenhuis is ondervoed. Een speciale voedingstherapie kan de negatieve gevolgen van ondervoeding, zoals functionele beperkingen en valincidenten, tegengaan. Patienten konden na deze therapie bijvoorbeeld zelfstandig een trap op- en aflopen en zichzelf aan- en uitkleden, terwijl patienten in de controlegroep dit in mindere mate konden. Neelemaat: “Een afname in functionele beperkingen helpt ouderen langer zelfstandig te functioneren. Dat is een belangrijke bevinding, zeker gezien de toenemende druk op de gezondheidszorg door de vergrijzing.”

Voor dit onderzoek verdeelde Neelemaat oudere patienten via loting over twee groepen. Alle patienten waren ondervoed en opgenomen in het ziekenhuis. De ene groep kreeg de gebruikelijke voedingszorg, terwijl de andere groep de speciale voedingstherapie kreeg. Bij opname en drie maanden na ontslag uit het ziekenhuis vroeg zij de patienten naar hun zorggebruik en onderzocht zij hun lichamelijke prestaties, bijvoorbeeld door hen te vragen om vijf keer zo snel mogelijk te gaan zitten en opstaan uit een stoel.

bron: VU Amsterdam