NZa: Meer substitutie mogelijk

0
273

NZa publiceert Marktscan Ketenzorg en Advies Substitutie
Er kan meer substitutie van medisch specialistische zorg naar de huisarts plaatsvinden dan nu het geval is. Dit constateert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar aanleiding van haar Marktscan Ketenzorg en Advies Substitutie. Er is meer duidelijkheid nodig over de besparingen die de huidige regelgeving van ketenzorg oplevert in de tweedelijnszorg. Daarnaast kan substitutie bevorderd worden door huisartsen de mogelijkheid te geven om medisch specialisten te consulteren over een patient.

De NZa adviseert om de huidige regelgeving van ketenzorg in stand te houden totdat keuzes zijn gemaakt voor de toekomstige bekostiging van huisartsenzorg en geïntegreerde zorg. De zorgautoriteit heeft deze keuzes onlangs in kaart gebracht in haar ‘Advies Bekostiging huisartsenzorg en geïntegreerde zorg’.

Sinds 1 januari 2010 is het mogelijk om ketenzorg voor patienten met diabetes (DM2), een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (VRM) te bekostigen door middel van een integraal tarief. Per 1 juli 2010 is dit ook mogelijk voor patienten met COPD. De NZa kan op basis van de uitkomsten in de marktscan ketenzorg geen harde conclusies trekken over de betaalbaarheid en doelmatigheid van deze zorg. Om het beleid voor geïntegreerde ketenzorg te kunnen evalueren is transparantie van de (kwaliteit van de) geleverde zorg noodzakelijk. Op basis van de uitkomsten in de marktscan en die van de rapportage van de Evaluatiecommissie Integrale Bekostiging (EIB), concludeert de NZa dat deze transparantie nog niet voldoende is. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars moeten hier samen verantwoordelijkheid voor nemen.

Ook is er nog geen goede informatie beschikbaar over de beoogde besparingen die de integrale bekostiging van ketenzorg oplevert in de tweedelijnszorg, ook wel substitutie genoemd. Hier moet betere informatie over beschikbaar komen, vindt de zorgautoriteit. Het RIVM publiceerde onlangs een onderzoek naar de effecten van ketenzorg aan diabetespatienten. Hieruit bleek dat het aantal verwijzingen van deze patienten naar de tweede lijn is afgenomen. De oorzaak hiervan is echter nog onbekend.

Er is meer substitutie mogelijk van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg, zo schrijft de NZa in haar Advies Substitutie. Binnen de huidige bekostiging zijn al veel mogelijkheden beschikbaar om substitutie te realiseren. Verzekeraars kunnen in het huidige bekostigingssysteem afspraken maken over de verschuiving van ziekenhuiszorg naar zorg door de huisarts. Voorwaarde daarbij is wel dat aanbieders van zorg en verzekeraars regionaal goed samenwerken. De verzekeraar kan lokaal bepalen wat zijn schadelast is en die in overleg met de sector verdelen over de verschillende zorgaanbieders.

Om substitutie nog beter te kunnen faciliteren, stelt de NZa voor om een prestatie in te voeren voor de consultatie van een medisch specialist door de huisarts. De huisarts, medisch specialist en verzekeraar kunnen op deze manier afspraken maken over de vergoeding van een advies door een medisch specialist aan de huisarts om doorverwijzing van de patient naar de tweedelijn te voorkomen. De NZa stelt voor om deze prestatie per 2013 in te voeren in de vorm van een experiment om de effecten hiervan te kunnen monitoren.

Bron: NZa