Trage en weifelende IGZ liet privékliniek Quress haar gang gaan

QuressHet functioneren van de Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ) staat al weer enkele jaren aan flinke kritiek bloot. Het slappe en trage IGZ-optreden is helder te illustreren aan de hand van een rapport over de privé-kliniek Quress. De inspectie moest deze rapportage eind oktober openbaar maken, na een WOB-procedure van de Vereniging tegen de Kwakzalverij en vragen in de Tweede Kamer.

In de privé-kliniek Quress in Leiden zijn vanaf juni 2009 kankerpatienten behandeld met de Cytotron, een apparaat dat RFQMR, ‘een combinatie van een roterend, multi-frequente en -harmonische, hoogenergetische radiogolf en een (momentaan) magnetisch veld’, zou produceren. Het apparaat was CE-gecertificeerd en zou ook werkzaam zijn tegen artrose. De kliniek adverteerde ermee in kranten en op de tv.

Op de website beweerde men de Cytotron slechts palliatief in te zetten, maar in de advertenties luidde het: ‘gemiddeld meer dan een verdubbeling van de verwachte levensduur met een betere kwaliteit van leven, zoals minder pijn en meer eetlust.’ Quress werkte met een licentie van het Indiase moederbedrijf Scalene, dat deze methode tijdens onderzoek ten behoeve van de Indiase ruimtevaart had ontdekt. Het initiatief, dat leidde tot de oprichting van deze privékliniek kwam van een registeraccountant, enkele investeerders en een oogarts. De laatste zou als medisch directeur gaan fungeren.

De medische adviesraad (MAR) bestond medio 2008 uit een anesthesioloog, een medisch-ethica en een patholoog. Alle drie trokken zich in augustus 2009 terug, toen men hun aandringen op meer oncologische en orthopedische expertise in de wind bleek te slaan. Zij werden soepel vervangen door drie Indiase artsen van het moederbedrijf. IGZ ontving al snel meldingen en besloot een onderzoek in te stellen.

Serieuze publicaties over de Cytotron bestonden niet en de dagelijkse praktijk was curieus: de ‘intake-arts’ was slechts bij de eerste behandeling (steeds een uur) van de serie van 28 aaneensluitende dagen aanwezig, waarna de verdere begeleiding plaatsvond door een verpleegkundige. De intakes werden verzorgd door de oogarts, door een basisarts-acupuncturist of door een huisarts. Zij schreven dan vaak vitaminepreparaten uit eigen voorraad voor en adviseerden om het gebruik van calciumantagonisten te staken. De kankerbehandeling kostte €15.000,- en de artrosebehandeling €8.000,-, vooraf te voldoen.

Iedereen verwachtte dat IGZ alleen al op grond van de hier vermelde feiten in september 2009 direct zou overgaan tot sluiting van de kliniek. De IGZ heeft immers die bevoegdheid, maar daarvan werd geen gebruik gemaakt. In het najaar van 2009 schreef de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) een brief aan de IGZ, maar die spoorde de inspectie niet aan tot meer activiteit. Het artikel De cytotron, peperduur en gevaarlijk van Teertstra en Muller, resp. radioloog en klinisch fysicus van het NKI, dat op 7 januari 2010 in Medisch Contact verscheen, had gelukkig wel die uitwerking.

Oogarts-directeur Bob Ververs en accountant Anton Jongbloed verweerden  zich op 28 januari in Medisch Contact nog zwakjes, maar toen hun brief werd gepubliceerd was Quress inmiddelsgesloten. Men beweerde dat de negatieve publiciteit de doorslag had gegeven. In maart 2010 ging Quress failliet en de publiciteit hield op. Op Kamervragen van Henk van Gerven (SP), die minister Klink had geattendeerd op de bevindingen van Teertstra en Muller, antwoordde Klink dat de IGZ de zaak in onderzoek had en dat er wel meer mensen waren die veel geld betaalden voor alternatieve geneeswijzen. Dat was geen zaak voor de overheid, aldus de minister.

IGZ-rapportage

Niemand heeft sinds voorjaar 2010 nog iets over de voortgang van het onderzoek of van het verschijnen van een eindrapport vernomen. Wij werden opnieuw aan de affaire herinnerd toen een van de basisarts-acupuncturisten, die aan Quress verbonden waren geweest, in 2012 door Hare majesteit benoemd werd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. We hebben het hierover acupuncturiste Pluut-Lin. Dit maakte ons bepaald nieuwsgierig naar het oordeel van de IGZ in dit geval van evidente kwakzalverij. De IGZ wordt altijd geraadpleegd als een BIG-geregistreerd persoon wordt voorgedragen als kandidaat voor een koninklijke onderscheiding.

In september 2012 vroegen wij daarom het rapport op bij de IGZ. In eerste instantie kregen we als antwoord dat het om een ‘intern rapport’ zou gaan. We kregen het niet. Vervolgens deed de vereniging een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en informeerden we bij Van Gerven of hij het rapport kende. Dit laatste bleek niet het geval te zijn en hij besloot opnieuw Kamervragen te stellen om zo inzage in het rapport te forceren. Eind oktober berichtte de minister dat er tegen openbaarmaking van het rapportgeen bezwaar was en aldus kwam het beschikbaar.

Het ‘Rapport n.a.v. het algemeen toezichtbezoek aan privé-kliniek Quress Leiden BV 2009-2011 te Leiden‘ bleek al in januari 2012 te zijn verschenen. Maatregelen zijn niet genomen omdat de privékliniek niet meer bestond, zo is te lezen. Hoewel de eindconclusie natuurlijk negatief uitviel – na bijna tweeenhalf jaar onderzoek – bestaat een groot deel van het rapport uit het bureaucratisch afvinken van standaard-items zoals de toegankelijkheid, de patientenrechten, het zorgproces, patientveiligheid, infectiepreventie- en geneesmiddelenbeleid, medische hulpmiddelen en facilitaire structuur. Positief is het rapport over de aanwezigheid van een functieprofiel en de samenwerking met het Diagnostisch Centrum Haaglanden (DCH) (waar men MRI’s maakt); ook is er een goed personeelsbeleid, een duidelijke toedeling van verantwoordelijkheden en een medische adviesraad. Zowel de toegankelijkheid en de patientenvoorlichting zijn ‘geborgd’, dossiervorming en bewaartermijnen zijn in orde, terwijl de nazorg en het reanimatiebeleid door de IGZ als voldoende worden gekenschetst. Uit het rapport blijkt ook dat de Cytotron-apparatuur niet deugde. De IGZ vroeg het Rijksinstituut voor Volkgezondheid (RIVM) de Cytotron-apparatuur te bestuderen. Dat leidde tot een zeer negatief oordeel, waarna het CE-keurmerk werd ingetrokken. Het is dan medio 2010. Het RIVM-advies bevestigde de eerdere conclusies van Teertstra en Muller: de door het bedrijf opgegeven technische gegevens kloppen vaak niet, de veiligheid is niet gegarandeerd en over de werkzaamheid is niets bekend.

 

Bespreking

Het functioneren van de IGZ ligt al jaren onder vuur. Heftig was de kritiek van de Nationale Ombudsman op de IGZ inzake de afhandeling van klachten in de gehandicaptenzorg en bij de zaak-Jelmer. Ook de tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg zijn niet gelukkig met de inertie van de IGZ en beklaagden zich bij voorbeeld in het Gezamenlijk Jaarverslag 2010 over het geringe aantal tuchtklachten dat door IGZ werd ingebracht: in 2009 18 en in 2010 slechts 12. Begin 2012 zocht het TROS-consumentenprogramma Radar contact met de Nationale Ombudsman en werd er een meldpunt in het leven geroepen. Over de door beide instanties verzamelde gegevens werd een rapport ‘Geen gehoor bij de IGZ, Signalen over de Inspectie voor de Gezondheidszorg, rapportnummer 2012/051‘ opgesteld dat op 2 april 2012 door Antoinette Hertsenberg en ombudsman Brenninkmeijer aan minister Schippers is overhandigd. Dit rapport bevatte een achttal aanbevelingen die de minister onder de aandacht ging brengen van twee commissies die in 2012 door haar waren ingesteld om het functioneren van de IGZ te onderzoeken. Oud-minister Sorgdrager deed onderzoek aan de hand van meer dan 500 dossiers en consultant Koos van der Steenhoven, voormalig secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs, onderzocht de interne organisatie van de IGZ.

Over de aanbevelingen en bevindingen van beide rapporteurs is in onder andere  Medisch Contact bericht. Belangrijkste kritiekpunten waren de onvriendelijkheid waarmee klagende burgers werden afgepoeierd: klachten die waren ingediend, werden niet door de IGZ onderzocht. De lange doorlooptijd van IGZ-onderzoek werd ook kritisch besproken: gemiddeld bedroeg die 200 dagen, hoewel dat recent lijkt te verbeteren. Ook zouden zeer ernstige en publicitair gevoelige zaken anders moeten worden afgehandeld dan routinemeldingen en er moet een meld- en adviespunt voor burgers komen, dat hen empathisch behandelt en hen helpt het (door anderen uitgevoerde) onderzoekstraject te volgen. Over hoe op te treden tegen kwakzalvers, daarover spreken de rapporten niet. Het is onze ervaring dat burgers die schade hebben opgelopen door kwakzalvers bij de IGZ vooral kunnen vernemen waarom de IGZ niets ‘kan doen’. De IGZ houdt zich bij het beoordelen of onderzoeken van alternatieve artsen niet aan haar eigen Leidraad, die in artikel 6a stelt dat onderzoek ingesteld moet worden bij ‘In ernstige mate afwijken van de geldende professionele standaarden door de individuele beroepsbeoefenaar of andere medewerkers binnen de instelling’. Hun wordt niets in de weg gelegd.

Het IGZ-rapport over Quress illustreert de bevindingen van de nationale ombudsman en van de commissies Sorgdrager en Van der Steenhoven. Naar onze mening had de IGZ al na een eerste bezoek tot sluiting van de kliniek over kunnen gaan, in elk geval had zij natuurlijk in veel kortere tijd dan de nu verlopen tweeenhalf jaar moeten rapporteren. Het afvinken van een groot aantal items, kennelijk ontleend aan de sjablonen waarmee regulier werkende ZBC’s (Zelfstandig Behandelcentrum) worden beoordeeld, maakt in het licht van de waardeloosheid van de hier aangeboden behandeling de indruk van een doorgeschoten bureaucratie. Daarnaast had men uiteraard het lintje voor de Quress-arts moeten voorkomen en had de IGZ de aan Quress verbonden artsen voor de tuchtrechter moeten dagen. Met deKNMG-gedragsregels niet-reguliere geneeswijzen in de hand zijn hun zeer ernstige tuchtrechtelijke verwijten te maken.

Over de vraag of de gevraagde bedragen niet als oplichting in de zin van de Wet oneerlijke handelspraktijken moeten worden beschouwd, daarover zwijgen wij hier nog maar. Wil de IGZ haar bestaansrecht waar maken, dan moet er veel veranderen. De nieuwe inspecteur-generaal, die per 1 december 2012 is aangetreden, staat voor een zware opgave.

 

Samenvatting

  • De IGZ ligt onder vuur van ombudsman, tv-consumentenprogramma’s, politiek en tuchtrechters. Recent zijn twee kritische onderzoeksrapporten over de IGZ verschenen.
  • In deze rapporten wordt niet gesproken over het optreden van de IGZ tegen evidente medische kwakzalverij.
  • Uit de casus-analyse van het IGZ-optreden tegen de kwakzalverij van de Quress-kliniek (2009-2010) in Leiden blijkt dat ook daar sprake is van traag en bureaucratisch handelen.

Bron: Vereniging tegen de Kwakzalverij