Leeftijdsgrens van 18 jaar voor psychiatrie loslaten

0
369

GGZHet psychiatrisch zorgsysteem is dringend aan een evaluatie toe. Met name de strikte leeftijdsgrens van 18 jaar tussen de Kinder- en Jeugdpsychiatrie en de Volwassenenpsychiatrie moet worden losgelaten. Prof. dr. Therese van Amelsvoort, bijzonder hoogleraar Transitiepsychiatrie, zegt dit in
haar inaugurele rede `Transitiepsychiatrie – bridging the gap’, die ze uitsprak op vrijdag 18 januari 2013.

Prof.dr. Therese van Amelsvoort pleit in oratie voor specifieke zorgprogramma’s voor 15-24 jarigen.


Transietiepsychiatrie
Van Amelsvoort is in maart 2012 benoemd op de leerstoel Transitiepsychiatrie aan de Universiteit Maastricht. De transitiepsychiatrie bestudeert het grensgebied tussen Kinder- en Jeugdpsychiatrie en Volwassenenpsychiatrie. Formeel ligt de grens tussen deze domeinen bij 18 jaar, maar dat is
volgens de hoogleraar onterecht: “Ruim 25% van de wereldbevolking bestaat uit jongeren tussen 10 en 24 jaar oud. Juist bij deze doelgroep wordt de grootste ziektelast veroorzaakt door psychische stoornissen. Bovendien ontstaan 75% van alle psychiatrische stoornissen voor het 24e levensjaar.
Ook zijn de hersenen op deze leeftijd nog volop in ontwikkeling en wordt er door de maatschappij veel van de jongeren gevraagd.”

Overstap
De overstap naar de volwassenenpsychiatrie op 18-jarige leeftijd verloopt in de dagelijkse praktijk niet altijd vloeiend. Van Amelsvoort: “Niet zelden wordt een jeugdige als hij 18 wordt naar een compleet andere organisatie en locatie met nieuwe gezichten verwezen. Dit is geen eenvoudige zaak
als je een autisme spectrum stoornis hebt, en dus moeite met verandering hebt; of als je achterdochtig bent, en niet zo snel van vertrouwen bent.”
Ook worden voor en na het 18e levensjaar verschillende instrumenten voor diagnostiek en effectmeting gehanteerd, wat aansluiting van behandelingen niet makkelijker maakt.

Speciale jeugdpsychiatrische programma’s
Prof. van Amelsvoort pleit daarom voor speciale jeugdpsychiatrische programma’s. Recente onderzoeken laten bovendien zien dat het verschil tussen zorgbehoefte en zorgconsumptie in deze leeftijdsgroep groot is. Vooral schaamte en verlegenheid vormen een belemmering voor het vragen van hulp. De
transitiepsychiatrie onderzoekt de mogelijkheden om de doelgroep beter te bereiken en de drempel voor het zoeken van hulp te verlagen. Goede preventie en opsporingsstrategieen zijn nodig om de continuiteit van de hulpverlening te bevorderen in de levensfase waarin de psychische kwetsbaarheid
op zijn grootst is.

Onderzoeksagenda
In haar oratie schetst prof. van Amelsvoort ook haar onderzoeksagenda voor de komende jaren. Zo wordt onderzoek gedaan bij ruim 200 jeugdigen met subklinische klachten in de regio Zuid-Limburg naar de effectiviteit van `self management’ technieken op depressieve, psychotische en
angstsymptomen. Deze studie maakt ook gebruik van de nieuwe fMRI-faciliteiten in het neuro imaging centrum Brains Unlimited. In een andere studie wordt gekeken naar cognitieve symptomen bij jonge mensen met een beginnende eerste psychose. Deze cognitieve symptomen treden vaak eerder op dan
bijvoorbeeld wanen en hallucinaties en zijn vaak het meest invaliderend. Tegelijk zijn juist deze cognitieve symptomen niet goed behandelbaar met de huidige antipsychotica. Met dit onderzoek wordt gezocht naar nieuwe behandelingsmogelijkheden die het cognitief vermogen bij psychose kunnen
verbeteren. “Als we er uiteindelijk voor kunnen zorgen dat deze jongeren aan het werk blijven of schooluitval voorkomen kan worden doordat ze minder last hebben van geheugen- en concentratieproblemen, zou dit een mijlpaal zijn”, aldus Van Amelsvoort.

Praktijkonderzoek
Ten slotte zal de nieuwe hoogleraar zich ook richten op praktijkonderzoek (muziektherapeutische bandcoaching bij jeugdigen met een autisme spectrum stoornis en de invloed van een therapeutisch spel op aandacht, concentratie en planningsvermogen van jongeren met ADHD) en genetische syndromen en
verstandelijke beperkingen, met speciale aandacht voor het 22q11 deletiesyndroom. Deze patienten vormen een unieke onderzoekspopulatie omdat bij hen de werking verzwakt is van juist die genen die een rol spelen bij schizofrenie.

Bron: Maastricht UMC+

Vorig artikelNacontrole kan doelmatiger
Volgend artikelBotte bijl
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.