Gezocht: cocainegebruikers

medfrd2120Arts-onderzoeker Anne Marije Kaag van het AMC speurt naar het mechanisme van cocaineverslaving in de hersenen. En dat leidt hopelijk weer tot een effectievere behandeling voor verslaafden. Maar het valt nog niet mee om cocainegebruikers te vinden die een uur in de MRI-scanner willen doorbrengen.

Cocaine is de keizer onder de drugs. Maar het witte poeder heeft ook duistere kanten. De productie en distributie van de drug gaan gepaard met veel criminaliteit, en de gebruikers zijn op de lange duur niet altijd goed af. Met een verdwenen neusschot valt nog wel te leven, maar verslaafd zijn aan het spul is wat anders.
Arts-onderzoeker Anne Marije Kaag (afdeling Psychiatrie) probeert het mechanisme van de verslaving in de hersenen te vinden. Het protocol ligt klaar, nu hoeft ze alleen maar zeventig mannelijke, regelmatige gebruikers van cocaine zo gek te krijgen om een uur stil in een hersenscanner te gaan liggen. En dat is zo gemakkelijk nog niet, ervaart ze.
De studie loopt al een paar maanden en moet over enkele jaren uitmonden in een proefschrift. `Ik heb nu acht personen in de scanner gehad, en het schiet niet op.’ Behalve de zeventig cocainegebruikers moet Kaag ter controle ook zeventig personen onderzoeken die niet aan de drugs zijn en
evenmin roken. Alcohol is toegestaan. `Deze groep is niet zo ingewikkeld, maar we willen de controlegroep qua leeftijd en dergelijke, zo veel mogelijk laten lijken op de groep gebruikers, dus deze kunnen we pas later op grote schaal gaan werven.’
Er is veel belangstelling voor de uitkomsten van dergelijk onderzoek. Cocainegebruik in steden als Amsterdam is hoog. `Een cocainewalhalla’, kopte het Parool boven een artikel over onderzoek naar sporen van drugs in rioolwater. Dertigduizend lijntjes per dag, hadden de rioolwateronderzoekers
berekend. In de hoofdstad is coke een van de meest populaire drugs. `Er zijn weinig goede behandelingen om van de verslaving af te komen’, zegt Kaag. `De bestaande therapieen zijn niet effectief. Veel mensen haken af.’

Serotonine
Het belang van wetenschappelijk onderzoek naar cocaineverslaving is zo groot dat de Kaag, die samenwerkt met de Radboud Universiteit in Nijmegen, een TOP-subsidie heeft gekregen van NWO, de organisatie die het rijksgeld verdeelt over baanbrekende en uitmuntende studies. Wat zij en haar
supervisors Liesbeth Reneman en Wim van den Brink gaan doen, is kijken naar de genetische opmaak van de verslaafde. `Ik zie de verslaving als een ziekte van de hersenen’, zegt de onderzoekster.
Centraal hierbij staat craving, een onbedwingbaar verlangen naar, in dit geval, cocaine. Als een verslaafde cocaine ziet, dan is het bijna onmogelijk om niet zelf te gaan gebruiken. De controle over het gedrag is afwezig. Om dit dwangmatig gedrag te verklaren, hebben onderzoekers tot nu toe
vooral gekeken naar het dopamine-systeem in de hersenen. Logisch, want het speelt een belangrijke rol bij craving, maar de studies leidden niet tot een betere behandeling.
Kaag stort zich met haar onderzoek op het serotonine-systeem, ook een systeem in de hersenen dat de gevoeligheid voor stimuli, zoals cocaine, verhoogt. Haar studie heet dan ook CocaSert, een samentrekking van cocaine en serotonine. Uit proefdieronderzoek, gedaan in Nijmegen, blijkt dat ratten
met een door een genmutatie verstoord serotonine-systeem, veel lastiger van hun verslavingsgedrag zijn af te krijgen.
De hypothese is dat mensen met zo’n ontregelde huishouding in de hersenen minder vatbaar zijn voor de gangbare therapieen, want daar wordt getracht de craving uit te doven. Dat zou een aanknopingspunt zijn voor een andere behandeling om van de cocaineverslaving af te komen, althans voor de
patienten met het gendefect, zegt Kaag. `We denken dat we bij ongeveer twintig procent van de verslaafden de genmutatie zullen aantreffen, maar dat is een zeer ruwe schatting. Wie weet is het fiftyfifty.’ Het uiteindelijke doel is om een farmacologische stof te vinden, waarmee een
cokeverslaving effectiever kan worden aangepakt.

Een uur in de scanner
Van de gebruikers die meedoen, wordt vastgesteld of ze het gendefect hebben dat de werking van het serotonine-systeem in de war schopt. Daarnaast moeten ze gedurende een uur in de MRI-scanner liggen waarbij ze naar plaatjes en symbolen moeten kijken. De scanner legt dan vast wat de
hersenactiviteit is. De proefpersonen krijgen daarbij een milde prikkel toegediend die wel opvalt, maar niet als pijnlijk wordt ervaren. Hiermee moet duidelijk worden hoe de hersenen informatie verwerken die te maken heeft met cocaine, emoties en stress.
`In totaal is een vrijwilliger hier tussen de vier en vijf uur mee kwijt’, zegt Kaag. `De mensen moeten ook wat proefjes doen, vragenlijsten invullen over het drugsgebruik en een speeksel- en urinemonster afstaan. Met het speeksel wordt de genbepaling gedaan, de urine wordt gebruikt om te
kijken of de vrijwilliger de afgelopen twaalf uur niet heeft gebruikt. En dan moeten ze zestig minuten in de MRI.’
De onderzoeksopzet is klaar, het protocol goedgekeurd en er is ruimte bij de onderzoeksMRI-scanner in het Spinozacentrum op het Roeterseilandcomplex, aan de rand van het centrum van Amsterdam. Nu de vrijwilligers nog. Het is niet gemakkelijk om mensen te vinden die verslaafd zijn aan cocaine.
Het gebruik is immers per wet verboden en buiten zijn kring van vrienden loopt iemand niet te koop met zijn voorliefde voor een lijntje. `Bovendien is een cokegebruiker impulsief, hij is moeilijk te porren voor het onderzoek. Wat ik heb gezien, is dat je alles in een sessie moet afhandelen.
Als ze moeten terugkomen voor een tweede afspraak, haken ze gemakkelijk af.’
Kaag heeft al van alles geprobeerd, zoals briefjes aan spiegels van uitgaansgelegenheden, twitteren, folders, maar het loopt zoals gezegd niet storm. Ze hoopt ook via instellingen voor verslavingszorg zoals Jellinek aan deelnemers te komen. Kaag erkent dat er voor de gebruiker zelf weinig
voordeel valt te halen met deelname aan het onderzoek. `Sommige mensen vinden het leuk om mee te doen of ze hebben als motivatie dat hun inzet de therapie voor cocaineverslaving dichterbij brengt.’

Marc van den Broek

Bron: AMC