Screening halveert borstkankersterfte

0
223

Borstkankerscreening heeft voor- en nadelen. Wat geeft de doorslag? Nijmeegse en Rotterdamse onderzoekers zetten in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (online) alle onderzoeken op een rij waarin de borstkankersterfte onder gescreende vrouwen en niet-gescreende vrouwen wordt vergeleken. Eén van de conclusies: onder de deelneemsters aan het Nederlandse bevolkingsonderzoek sterven half zo veel vrouwen aan borstkanker als onder de niet-deelneemsters.

Vroege ontdekking is winst
Het uitgangspunt van het bevolkingsonderzoek op borstkanker is, dat vroege ontdekking de kans verkleint om aan borstkanker te overlijden. Nu er steeds meer vrouwen komen die het screeningsprogramma (dat vijfentwintig jaar duurt) grotendeels of helemaal doorlopen hebben, is na te gaan of dankzij de screening de sterfte aan borstkanker onder deelnemende vrouwen inderdaad afneemt. mammogram-183x200Dit blijkt het geval. Onder de deelneemsters aan het Nederlandse programma is de kans om aan borstkanker te overlijden half zo groot als onder niet-deelneemsters. Vroege ontdekking is dus winst. Zowel de gescreende als de niet-gescreende vrouwen met borstkanker profiteren bovendien van de verbeterde behandelmogelijkheden.

Geen zelfselectie
Misschien blijven juist de vrouwen die meer kans hebben op borstkanker wel thuis, zeggen critici van het bevolkingsonderzoek. Deze vorm van zelfselectie zou de uitkomst van de kansberekening beïnvloeden ten gunste van het bevolkingsonderzoek. Nauwkeurig empirisch en theoretisch onderzoek heeft echter aangetoond dat het effect van zelfselectie klein is. ‘De uitkomsten van de studies die wij hebben laten meewegen, zijn bovendien allemaal gecorrigeerd voor eventuele zelfselectie,’ aldus klinisch epidemioloog prof.dr. André Verbeek, verbonden aan het UMC St Radboud en hoofdauteur van het artikel in het NTvG.

Nadelen
Er zijn enkele duidelijke nadelen aan het bevolkingsonderzoek, onder andere de foutpositieve uitslagen. Dat betreft vrouwen, bij wie de radioloog op de screeningsfoto iets ziet wat, bij nader onderzoek in het ziekenhuis, geen borstkanker is. Deze vrouwen hebben dus voor niets in spanning gezeten. In Nederland wordt twee procent van de gescreende vrouwen doorverwezen voor nader onderzoek. Bij zeventig procent van de doorverwezen vrouwen blijkt achteraf niets aan de hand te zijn, stellen Verbeek en zijn collega-onderzoekers vast.

In de Verenigde Staten ligt de nadruk juist op het voorkòmen van het over het hoofd zien van tumoren. Daarom worden daar veel meer vrouwen doorverwezen naar het ziekenhuis dan in Nederland: tien procent in de VS tegen twee procent in Nederland.

Een ander nadeel van het bevolkingsonderzoek is overdiagnose. Het gaat hier om tumoren die gevonden worden bij de screening en vervolgens behandeld worden, maar die zonder de screening nooit tot klachten of sterfte geleid zouden hebben. Dit komt onder andere doordat sommige tumoren erg langzaam groeien. Op basis van computersimulaties is de schatting, dat dit in Nederland om negen procent van de borstkanker gaat, die bij de screening gevonden wordt.

Trends
Ook de ontwikkeling van de borstkankersterfte op landelijk niveau door de jaren heen is bekend. Begin jaren negentig, direct na de invoering van de screening in Nederland, is er nog nauwelijks een daling in de sterfte te zien. Vanaf het eind van de jaren negentig, zeven tot tien jaar na invoering van het programma, wordt de daling van de borstkankersterfte statistisch significant. In enkele Scandinavische studies wordt na de invoering van screening geen dalende trend gezien. ‘Hoogstwaarschijnlijk speelt hier mee, dat de Scandinaviërs alleen naar de korte termijn hebben gekeken,’ zegt Verbeek.

Cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie laten zien, dat in dertig Europese landen de borstkankersterfte daalt, ook in landen waar geen screening is. Dit is mede te danken aan het groeiende besef bij vrouwen om met een knobbeltje in de borst meteen naar de dokter te gaan, en aan de betere behandelingen.

Voor Nederland denken de onderzoekers op basis van computersimulaties dat de bijdrage van de screening aan de daling in de borstkankersterfte ongeveer de helft is. ‘Misschien is het mogelijk om de borstkankersterfte nog verder terug te dringen’, aldus Verbeek. ‘Bijvoorbeeld door ook een vorm van screening aan te bieden aan vrouwen die nu buiten de doelgroep vallen.’ Onderzoek hiernaar is gaande.

Borstkankerscreening in Nederland (2009)

Gescreende vrouwen per jaar

Doorverwezen naar het ziekenhuis

– hiervan foutpositief: 70 %

Ontdekte mammacarcinomen

Overdiagnose

ruim 900.000 (80 % van de doelgroep)

ruim  17.000 (2 %)

 

ruim   5.000 (0,57 %)

9 %