eHealth: zelfdiagnose-apps als nieuwe fase in digital self-care

0
486

Thuis op de bank via een app je bloedwaarden meten om te kijken of je iets mankeert? Momenteel is de Universiteit van Rhode Island in een vergevorderd stadium met de ontwikkeling van een app die dit mogelijk maakt. We staan aan de vooravond van een nieuwe fase in digital self-care: zelfdiagnose. Met verregaande gevolgen voor het speelveld tussen zorgvrager en arts.

De evolutie van digital self-carehttps://www.medicalfacts.nl/wp-admin/post-new.php
Zelfdiagnose is een logische vervolgstap van digital self-care, die aansluit bij de basisbehoefte aan inzicht in de eigen gezondheid. In de evolutie van digital self-care zijn verschillende fasen te onderscheiden.

De onwetende patiënt
Toen we nog geen internet hadden was de patiënt nagenoeg onwetend (los van de hobbyist die zijn kast vol had liggen met medische naslagwerken). Als je ergens last van had ging je naar de arts om de diagnose te horen. Zonder voorkennis of twijfel over de uitslag.

De educated patiënt
Met de komst van internet kregen we de beschikking over een onuitputtelijk online medisch naslagwerk. Legio medische platformen en fora werken de eigen beeldvorming van de oorzaak van de klachten in de hand. Artsen kregen hierdoor te maken met de educated patient: “volgens mij heb ik voorhoofdsholteontsteking, want ik heb volgens dokterdokter.nl alle symptomen”.

 Bloedglucose waarden monitoren via de HelpDiabetes App

Bloedglucose waarden monitoren via de HelpDiabetes App

De metende patiënt
Door de opkomst van apps werd ook het monitoren van gedrag in relatie tot de gezondheid vereenvoudigd. Deze ontwikkeling was een belangrijke aanjager van de quantified self-beweging. Ook zorgden deze apps voor een meer eenvoudige en complete manier van dataverzameling rond vastgestelde ziektebeelden. Een voorbeeld hiervan is de HelpDiabetes App. Via deze app kunnen diabetici eenvoudig eetgedrag, bloedwaarden, medicijngebruik en fysieke inspanning monitoren.

De zelf-diagnosticerende patiënt
Momenteel staan we op het punt een volgend tijdperk van digital self-care in te gaan. De nieuwste generatie apps stelt op basis van een meting zelf een diagnose. Een voorbeeld is de genoemde bloedwaarden app van de universiteit van Rhode Island. Door de smartphone aan enkele tools aan te sluiten, kunnen gebruikers via de app bloedwaarden analyseren om afwijkingen op te sporen die op een ziekte kunnen wijzen.

Een ander voorbeeld is de Uchek app. Bij deze app horen strips die je onderdompelt in urine. Met de smartphone maak je vervolgens een foto van de strip. De app analyseert de foto van de urine vervolgens op 25 mogelijke ziektebeelden.

 

Grote potentie
De potentie van de zelfdiagnose-app is groot:

  • Ziektebeelden kunnen eerder in kaart worden gebracht. Enerzijds doordat de mogelijkheid tot een diagnose veel toegankelijker is. Anderzijds doordat ziektebeelden al in een vroeg stadium kunnen worden geconstateerd, voordat fysieke klachten optreden.
  • Nieuwe inzichten rond ziektebeelden kunnen in kaart worden gebracht. Door de continue mogelijkheid tot meting en analyse komt een enorme hoeveelheid data vrij. Dit is in potentie een ontzettend grote bron voor analyses om tot nieuwe medische inzichten te komen.
  • De app vergroot de bereikbaarheid van zorg. Denk bijvoorbeeld aan derdewereldlanden waar toegang tot zorg niet vanzelf sprekend is.

Screenshot van de Ucheck app

Medische bezwaren
Ondanks de grote potentie is de houding vanuit de medische wereld voornamelijk sceptisch. Dit bevestigt Herm Martens, dermatoloog in opleiding en medeoprichter van iHealth Innovations: “medici hebben als doel om evidence-based-medicine te bedrijven. Dit wil zeggen dat op basis van wetenschappelijk onderzoek beslist wordt wat de best practice is per ziektegeval. Indien bij nieuwe ontwikkelingen na onderzoek blijkt dat er winst wordt behaald ten opzichte van het huidige systeem, vindt implementatie plaats. De meeste van deze apps zijn echter niet goed aan dit principe onderworpen. Hierdoor zijn medici veelal sceptisch en belemmert het een goede implementatie van de toepassing, ondanks de enorme potentie”.

Daarnaast bestaat het probleem van de fout-negatieve of fout-positieve testuitslag. In de eerste variant wijst de app ten onrechte uit dat een bepaalde ziekte er niet is. Dit creëert een schijnzekerheid die de noodzakelijke medische hulp mogelijk vertraagt. In de tweede variant is het omgekeerde het geval: de app suggereert ten onrechte dat de gebruiker een bepaalde ziekte heeft, wat psychologisch zeer belastend kan zijn.

Gezien de grote potentie van de apps lijkt het toch verstandig dat de medische wereld de ontwikkeling omarmt. Een mogelijkheid is het faciliteren van wetenschappelijk onderzoek naar de apps om hieraan een keurmerk te verbinden. Door zelf de kanalen te graven, wordt voorkomen dat het water zelf zijn weg vindt.

Veranderend speelveld tussen zorgvrager en arts
Ondanks de nu nog bestaande bezwaren tegen zelfdiagnose-apps, zal het gebruik een verandering te weeg brengen in het speelveld tussen zorgvrager en arts.

Toenemende druk op 1e lijns zorg
Een mogelijk gevolg van zelfdiagnose-apps is dat de druk op de zorg vooral aan de voordeur (1e lijn) zal toenemen. Doordat we altijd toegang hebben tot de zelf-diagnosticerende apps, is de stap om een meting te verrichten klein, ook al voelen we ons kiplekker. Hierbij kunnen afwijkingen naar voren komen die anders niet zouden worden geconstateerd. Een afwijking zal vaak een reden zijn om een arts in te schakelen.

Om dit op te vangen is een tussenlaag tussen arts en zorgvrager denkbaar: de EHBA (Eerste Hulp Bij App-diagnose), vergelijkbaar met een telefonische klantenservice. Veel van de vragen worden door een keuzemenu afgehandeld om de medewerkers te ontlasten. Pas als het menu niet voldoet, wordt de beller doorgeschakeld. Een mogelijke invulling hiervan zou een online EHBA-platform kunnen zijn. Hier kunnen app-gebruikers informatie vinden over de gestelde diagnose en hierover bijvoorbeeld met andere app-gebruikers of een arts in discussie gaan.

Arts als gids
De rol van de arts zal door de mogelijkheid tot zelfdiagnose veranderen. Deze verschuift van het zelf stellen van een eerste diagnose naar het beoordelen van een app-diagnose. De handelingen om tot een eerste diagnose te komen doet de arts niet meer per definitie zelf (bijvoorbeeld bloedwaarden prikken en meten). De feiten liggen al op tafel. De toegevoegde waarde van de arts zit hem in het leggen van verbanden. De diagnose die een app stelt is puur een testuitslag. Alleen een de arts kan verbanden leggen en bijvoorbeeld psychosomatische klachten in het oordeel meenemen. De arts fungeert als gids om tot de definitieve diagnose te komen.

De volgende stap: digital self-treatment?
Hoe de toepassing van de zelfdiagnose-apps zijn plaats gaat vinden in de medische wereld is nog even afwachten. De volgende generatie in digital self-care lijkt in ieder geval een logische: self-treatment. Een app die een diagnose stelt en vervolgens een QR-code presenteert waarmee je bij de apotheek het juiste medicijn haalt. Al dan niet met tussenkomst van een arts. Niet ondenkbaar, maar voorlopig heeft de medische wereld haar handen wel even vol aan de implementatie van digitale zelfdiagnose.

Kars Kingma van Jungle Minds