Transportfout veroorzaakt erfelijke slechtziendheid

blindenstokZeldzame oogziekte opent nieuw onderzoeksveld
Onderzoekers van het UMC St Radboud hebben een nieuw genetisch defect ontdekt, dat leidt tot de oogziekte kegel-staaf dystrofie. Het gaat om een foutje in RAB28, een gen dat een belangrijke rol speelt bij het vervoer van eiwitten in de kleurgevoelige kegeltjes van het oog. De ontdekking opent een geheel nieuw veld van onderzoek, schrijven de onderzoekers in het American Journal of Human Genetics.

Bij patiënten met een erfelijke vorm van kegel-staaf dystrofie gaan eerst de kegeltjes in het oog kapot, waardoor ze problemen krijgen met het zien van kleuren en het scherp zien. In een later stadium van de ziekte volgt de afbraak van de lichtgevoelige staafjes. Het gevolg is, dat patiënten nog slechter gaan zien of zelfs blind worden.

Eiwitvervoer
In een internationaal samenwerkingsverband zijn Nijmeegse onderzoekers gaan speuren naar de oorzaak van deze zeldzame, maar ernstige aandoening. Daarvoor onderzochten ze binnen twee families verschilende broers en zussen met de erfelijke ziekte. Onderzoeker Susanne Roosing: “We hebben onder andere gebruikt gemaakt van exoom sequencing, een nieuwe techniek waarmee je miljoenen kleine stukjes DNA tegelijkertijd kunt aflezen.”

Onder andere met die techniek werd uiteindelijk het defect in het RAB28 gen gevonden. Onderzoekscoördinator Anneke den Hollander: “De vondst van RAB28 bij deze kegel-staaf dystrofie opent een geheel nieuw onderzoeksveld. Het gen codeert voor een eiwit dat een rol speelt bij het vervoer van andere eiwitten in de staafjes en kegeltjes. Mogelijk spelen ook andere leden van de grote RAB-eiwitfamilie een rol bij erfelijke slechtziendheid. Daar gaan we nu zeker naar kijken.”

Cellulaire snelweg
Voor een goede functie van de kegels en staafjes – allebei hooggespecialiseerde cellen in het oog –  moeten voortdurend eiwitten van de ene kant van de cel naar de andere kant worden gebracht. Bij de staafjes worden bijvoorbeeld veel eiwitten aangemaakt in het ‘onderste’ deel van de cel, waar niet alleen de regisserende celkern maar ook belangrijke productiefaciliteiten aanwezig zijn.

Hoogleraar ooggenetica Frans Cremers, die mede het onderzoek leidde: “Veel van die eiwitten moeten naar het ‘bovenste’ deel van de cel, waar de lichtdeeltjes worden omgezet in elektrische signalen die naar de hersenen gaan. Om daar te komen moeten ze door het cilium, een dun ‘buisje’ dat beide delen van de cel met elkaar verbindt. Bij het vervoer over die cellulaire snelweg speelt het RAB28 een cruciale rol. Functioneert RAB28 niet goed, dan leidt dat in dit geval tot ernstige oogproblemen.”