Handhaven integriteit kost Catharina Ziekenhuis een miljoen euro

rechtzaak-200x200Het Scheidsgerecht Gezondheidszorg heeft uitspraak gedaan in de arbitrageprocedure die de vier voormalig dermatologen hebben aangespannen tegen het Eindhovense Catharina Ziekenhuis. De arbiters oordelen in hun eindvonnis dat de opzegging van de toelatingsovereenkomst door het ziekenhuis rechtsgeldig is, omdat de samenwerking tussen de vier dermatologen en het ziekenhuis onherstelbaar is beschadigd.

De arbiters zien geen plaats voor een schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door het ziekenhuis. Wel ziet de arbitragecommissie gronden voor toekenning van een vergoeding naar billijkheid aan de dermatologen. Het ziekenhuis moet aan de vier dermatologen gezamenlijk in totaal één miljoen euro betalen terwijl de dermatologen ruim negen miljoen euro hadden geclaimd.

Scheidsgerecht geeft opvallend maatschappelijk signaal
De Raad van Bestuur van het Catharina Ziekenhuis betreurt de hoogte van de vergoeding die moet worden betaald, maar kan niet tegen de bindende uitspraak in beroep. Eerder sprak het Scheidsgerecht in een tussenvonnis uit dat de dermatologen in strijd met de toelatingsovereenkomst hebben gehandeld. Het standpunt van het ziekenhuis dat de voor iedereen binnen het ziekenhuis geldende integriteitsregels door de dermatologen zijn geschonden werd toen door het Scheidsgerecht als ‘gedeeltelijk’ juist beoordeeld. Het Scheidsgerecht zag daarbij als verzachtende omstandigheden dat het ‘slechts’ om 20.000 euro ging, dat het medisch?inhoudelijk goede specialisten betrof en dat de dermatologen naar mening van het Scheidsgerecht in het belang van de patie?nt zouden hebben gehandeld. Bestuursvoorzitter Piet Batenburg: “De arbiters beoordelen het geschil uiteindelijk als een nodeloze escalatie van conflicten en verwijten partijen ? ook de Raad van Bestuur ? dat onvoldoende is gede?escaleerd. Met dit oordeel geeft het Scheidsgerecht een opvallend maatschappelijk signaal: als het om integriteitskwesties gaat hebben medisch specialisten in Nederland anno 2014 een grotere scharrelruimte en een hogere rechtsbescherming tegen ontslag dan iedere andere medewerker. Dat is een opvatting die ik intern en extern niet kan uitleggen en ik wil dat zelfs niet eens proberen. Integriteit gaat boven alles”, aldus bestuursvoorzitter Piet Batenburg.

Onwerkbare situatie door tal van conflicten
In het voorjaar van 2012 bleek dat de maatschap dermatologie, zonder dat het ziekenhuisbestuur dat wist en in strijd met de toelatingsovereenkomst, binnen de muren van het ziekenhuis een praktijk “cosmetische dermatologie” was begonnen. De maatschap maakte daarbij gebruik van ziekenhuispersoneel, ziekenhuisfaciliteiten en ziekenhuismiddelen zonder dat er enige afspraak was gemaakt over de verrekening van de kosten van personeel, faciliteiten en middelen met het ziekenhuis. Er werden door de dermatologen facturen verstuurd onder de naam van het Catharina Ziekenhuis die helemaal niet van het ziekenhuis afkomstig waren. Ook de tenaamstelling van de gebruikte bankrekening wekte ten onrechte de indruk dat het ziekenhuis bij de praktijk “cosmetische dermatologie” was betrokken. In afstemming met het bestuur van de Medische Staf en in nauw overleg met de Raad van Toezicht heeft de Raad van Bestuur geconcludeerd dat de dermatologen daarmee de in het Catharina Ziekenhuis geldende integriteitsregels hadden geschonden. De Raad van Bestuur besloot op 15 november 2012 de toelatingsovereenkomst van de voltallige maatschap op te zeggen. In het vonnis stelt het Scheidsgerecht Gezondheidszorg dat de dermatologen al zoveel conflicten in het Catharina Ziekenhuis hadden, dat zij daarmee een onwerkbare situatie hebben geschapen en dat daarom de opzegging rechtsgeldig is. Voorzitter Medische Staf Floor Haak: “Het bestuur van de Medische Staf heeft in dit conflict het beleid van de Raad van Bestuur altijd volledig gesteund” .

Integriteit is niet onderhandelbaar
Het Scheidsgerecht Gezondheidszorg vindt de gang van zaken rond de ongeoorloofde praktijk cosmetische dermatologie geen reden de maatschap uit het ziekenhuis te zetten, de onherstelbare samenwerking is dat wel. “De Raad van Bestuur heeft als taak de integriteit van de organisatie te bewaken. Als een medewerker die integriteit met voeten treedt, dan moet de Raad van Bestuur ongeacht de positie van betrokkenen ingrijpen en maatregelen nemen. Volgens het Scheidsgerecht Gezondheidszorg hebben we daar dus te zwaar op ingezet. Maar wij vinden als Raad van Bestuur dat je op integriteit niet kan beknibbelen; dat is geen onderhandelingspunt; dat is voor ons boven elke discussie verheven. Integriteit stellen wij in het Catharina Ziekenhuis boven alles. Niemand is groter dan het geheel,” aldus Paul Boomkamp, Raad van Bestuur.