Beter lichaamsbewustzijn door aangename aanraking

denken cognitief hersens breinEen patiënt met een verstoord lichaamsbewustzijn beschouwt een lichaamsdeel niet langer als onderdeel van het eigen lichaam. Zoiets kan bijvoorbeeld optreden na een beroerte: de patiënt beziet zijn arm en ontkent dat deze bij hem hoort. Neuropsygologe Haike van Stralen, verbonden aan de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht Hersencentrum, doet onderzoek naar lichaamsbewustzijn. In het Amerikaanse tijdschrift Cognition concludeert zij dat aangename aanrakingen op bijvoorbeeld de arm grote, positieve invloed heeft op het lichaamsbewustzijn. Haar artikel is in het huidige nummer van het prestigieuze Nature bestempeld als research highlight.

Van Stralen en collega’s wilden achterhalen of affectiviteit van invloed is op het lichaamsbewustzijn. Ofwel: zijn liefkozende strelingen goed voor acceptatie van de eigen lichaamsdelen?

Rubberen hand
Het experiment dat de Utrechtse wetenschappers hiertoe gebruikten, staat bekend als de rubber hand illusion. Daarbij vragen de onderzoekers aan gezonde vrijwilligers hun armen op een tafel te leggen. Bij een van de armen wordt een schot geplaatst, zodat deze voor de eigenaar van de arm niet langer zichtbaar is. Wel zichtbaar is zijn andere arm, en een nagemaakte, rubberen arm (zie figuur 1). De onderzoekers streelden vervolgens tegelijkertijd op eenzelfde wijze de rubberen en de onzichtbare arm en hand.

Langzaam strelen
Vooral de langzame strelingen over de arm en de bovenkant van de hand ervoeren de deelnemers als aangenaam. En het waren juist deze aangename aanrakingen die ervoor zorgden dat de deelnemers de rubberen hand meer als eigen lichaamsdeel beschouwden: bij aangename aanraking was de illusie van de rubberen hand als onderdeel van het eigen lichaam het grootst. Van Stralen merkt op: “Dat betekent dat langzaam, liefkozend strelen over de arm meer lichaamsbewustwording creëert.” Een niet geringe implicatie voor patiënten met een stoornis van het lichaamsbewustzijn. “Het is goed mogelijk dat patiënten met deze stoornis geholpen zijn bij affectieve aanraking van het lichaamsonderdeel dat zij ontkennen.”