Kweekhuid onthult waarom teerzalf werkt tegen eczeem

0
8718

Het is verboden om met dierproeven huidverzorgingsproducten en andere cosmetica te testen. Maar voor medische doelen zijn dierproeven vaak nog onmisbaar. Onderzoekster Ellen van den Bogaard van het Radboudumc heeft nu bewezen dat het soms ook zonder dierproeven kan. Stukjes huid, natuurgetrouw opgekweekt in het laboratorium, zijn in bepaalde gevallen een goed alternatief voor dierproeven met een medisch doel. Met deze gekweekte huid onthulde ze een eeuwenoud raadsel: de werking van teerzalf tegen eczeem.

Al in de tijd van Hippocrates werd teerzalf gebruikt tegen allerlei huidziekten. Teerzalf is effectief gebleken bij psoriasis en eczeem, maar het is niet populair. Het kleverige donkere spul ruikt vies en is lastig te verwijderen. Bovendien waren artsen huiverig om het voor te schrijven omdat niet bekend was hoe teerzalf werkt. Het is dan moeilijk aan patiënten uit te leggen waarom ze de stinkende zalf zouden moeten gebruiken.

Opgehelderd
Onderzoekster Ellen van den Bogaard, die op 28 maart promoveert aan het Radboudumc, heeft het werkingsmechanisme van teerzalf opgehelderd. Ze deed dat op een originele manier: niet met dierproeven, maar in het laboratorium met driedimensionaal opgekweekte menselijke huid, die veel lijkt op echte huid. “Dierproeven voor medische doeleinden zullen altijd wel nodig blijven,” zegt ze, “bijvoorbeeld als we willen weten hoe een levend wezen, ziek of gezond, reageert op een bepaalde stof. Maar tegenwoordig kunnen we steeds meer afzonderlijke weefsels natuurgetrouw namaken in het lab. En daarmee kunnen we een deel van de dierproeven vervangen.”

Naast morele bezwaren tegen overbodige dierproeven zijn er, als het gaat om onderzoek naar huidziekten en -geneesmiddelen, ook wetenschappelijke bezwaren. De huid van een muis zit namelijk anders in elkaar dan de menselijke huid. De uitkomsten van een diermodel komen daarom soms niet overeen met de situatie in de mens, toont Van den Bogaard in haar proefschrift aan.

Zieke en gezonde huidcellen
Het dermatologisch laboratorium van het Radboudumc beschikt over een biobank van zieke en gezonde menselijke huidcellen. Met de juiste groeistoffen kunnen deze huidcellen zich ontwikkelen tot een driedimensionaal stukje huid. In deze gereconstrueerde menselijke huid kon Van den Bogaard goed de ontwikkeling van de huid bestuderen en het verloop volgen van huidziekten zoals psoriasis en eczeem. Ook het genezingsproces van een wond in de huid blijkt in de driedimensionale kweekhuid goed te simuleren.

Het meest opzienbarende resultaat van het onderzoek van Van den Bogaard met kweekhuid is de vondst van het werkingsmechanisme van koolteer, dat verwerkt wordt in zalf, crèmes en shampoo. Ze ontdekte dat koolteer de aryl-koolwaterstofreceptor in de huid op een gunstige wijze activeert. Deze receptor stimuleert de aanmaak van eiwitten die de functie van de huid als barrière tegen de buitenwereld verbeteren en herstellen. Ook remt de receptor de aanmaak van ontstekingsstoffen in de huid, waardoor de ontstekingsreactie wordt geremd.

Nieuwe kans voor koolteer
“Het is heel belangrijk dat we nu weten dat koolteer zo gunstig werkt op deze specifieke receptor,” zegt Van den Bogaard. “Daarmee komt de receptor in beeld als aangrijpingspunt voor nieuwe geneesmiddelen.” Tot nu toe heeft de farmaceutische industrie de aryl-koolwaterstofreceptor als mogelijk target voor geneesmiddelen links laten liggen, omdat deze een slechte naam had. Ook giftige stoffen, zoals bijvoorbeeld dioxine, kunnen hem namelijk activeren, maar in dat geval leidt activering juist tot schadelijke processen in het lichaam.

Een groot epidemiologisch onderzoek door Judith Roelofzen, ook verbonden aan het Radboudumc, heeft duidelijk gemaakt dat dermatologische koolteerzalven géén kanker veroorzaken, ook niet vele jaren na het gebruik. Nu ook het werkingsmechanisme bekend is, verdient koolteer een nieuwe kans, vindt Van den Bogaard. Onderzoekers kunnen op zoek naar de componenten van koolteer die verantwoordelijk zijn voor de gunstige activering van de receptor. “Als we de werkzame componenten eenmaal kennen, kunnen we hopelijk een product maken dat wel de werking, maar niet de vieze geur en zwarte kleur van koolteer heeft,” zegt ze. En als het aan haar ligt, gebeurt ook dit nieuwe onderzoek met een minimum aan dierproeven.

Bron: Radboudumc