Persoonlijke ervaringen van artsen met euthanasie

euthanasie1Wat betekent euthanasie voor de artsen die hierbij betrokken zijn? Wat zijn hun ervaringen, met welke emoties krijgen ze te maken en hoe ondersteunen ze elkaar?

Dit artikel is geschreven in opdracht van transmuraal netwerk Midden-Holland voor Stroomlijn, een informatief magazine van en voor zorgverleners in de regio Midden-Holland. Het sluit aan bij het belevingsonderzoek euthanasie dat artsenorganisaties KNMG, LHV, NHG, Verenso en Federatie Medisch Specialisten (FMS) hebben uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek bieden meer inzicht in de beleving van artsen rond euthanasie en de impact die euthanasie op hen heeft.

Huisarts Carlo van Tol
“Vooral de eerste drie euthanasiegevallen zijn me tot in detail bijgebleven. Ik ben toch degene die de dodelijke handeling verricht. Dat geeft in het begin een enorme emotionele en procedurele druk, en brengt onzekerheid met zich mee omdat het perfect uitgevoerd moet worden. De eerste keer was ook de SCEN-arts als backup aanwezig. Dat vond ik heel prettig.

Ondersteuning door de SCEN-arts hoort bij de procedure. Het geeft een rustige geest als dat met een open blik gebeurt. Dat geldt ook voor het contact met de schouwarts. Als deze begrijpt dat het geen procedure is door je bijvoorbeeld sterkte te wensen als je een euthanasiegeval aankondigt. En door snel aanwezig te zijn voor de afhandeling als de euthanasie heeft plaatsgevonden.

Wat vervelend blijft is de brief die je na de euthanasie krijgt van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie. Daarin staat, als alles goed is gedaan, dat je hebt gehandeld ‘overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2 van de Wet Toetsing Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’. Dat is elke keer spannend. Bij palliatieve sedatie en euthanasie probeer ik daarom de thuiszorg erbij te betrekken en leg ik precies uit wat ik doe.

Ik ben bezig met een protocol, omdat ik het belangrijk vind dat alles perfect geregeld is. Mensen geven zich letterlijk over. Dat vraagt om een heel goede voorbereiding waarin je het goed en zo geconcentreerd mogelijk wil doen. Ook omdat iedereen me op de vingers kijkt. Het gaat erom dat ik iets heb gedaan wat de patiënt echt wilde. En wat voor de patiënt de enige weg was. Tot nu toe heb ik bij de patiënten elke keer de enorme opluchting gezien na toestemming van de SCEN-arts. Dan weet je dat het een goed besluit van de patiënt is geweest.”
Auteur: Gerdie Thijs, Leene Communicatie
Bron: KNMG