Rosalind Franklin Contest 2015: Kennisstrijd voor geneeskunde studenten

Op zaterdag 9 mei 2015 wordt voor het vierde keer de Rosalind Franklin Contest georganiseerd in Maastricht, de enige interfacultaire wedstrijd voor studenten van alle Geneeskundefaculteiten in Nederland. Studententeams in de bachelorfase van hun studie worden uitgedaagd om de kennis-strijd aan te gaan. Het winnende team mag aan het eind van de dag de felbegeerde Arts in Spé wisselbeker in ontvangst nemen. Vorig jaar bleef de beker in Maastricht, net als in 2012. Maastricht verdedigt dit jaar de titel tegen teams uit Amsterdam (UvA en VU), Groningen, Rotterdam, Leiden en Utrecht.

geneeskundestudentDe wedstrijd vindt plaats in de Maastrichtzaal, Universiteitssingel 40 vanaf 12.30 uur. Vanaf 11.30 is iedereen van harte welkom. Het publiek kan zelf ook deelnemen aan verschillende vragenrondes en mooie prijzen in de wacht slepen. Voor meer informatie ga naar www.rfcmaastricht.nl


Over de Rosalind Franklin Contest

De Rosalind Franklin Contest is een interfacultaire wedstrijd die teams van alle geneeskunde faculteiten in Nederland uitdaagt om de ´kennis en kunde´-strijd aan te gaan. Het idee voor een interfacultaire geneeskundewedstrijd komt uit Berlijn, waar voorheen door de Charité universiteit de Benjamin Franklin Contest werd gehouden die nu als Goethe Contest in Frankfurt plaatsvindt. Alle geneeskundefaculteiten in Nederland mogen één team opgeven voor de RFC om de eer van de faculteit te verdedigen. De contest bestaat vier verschillende onderdelen: casuïstiek, waarbij de deelnemers een casus moeten oplossen door op tactische wijze diagnostiek aan te vragen in ruil voor punten (van simpel bloedonderzoek tot dure MRI-scans), blikdiagnose; in snel tempo aandoeningen herkennen op afbeeldingen, multiple choice vragen waarin hun algemene medische kennis wordt getoetst en een praktijkcasus, waarbij de vaardigheden van de studenten getest worden. De RFC is ook hét moment om geneeskundestudenten vanuit het hele land te ontmoeten en zowel sociale als professionele netwerken uit te breiden.

Bron: Universiteit Maastricht