Visuele stoornissen vaker bij ernstig vroeggeboren kinderen

Eerste netvliescamera van het project New Born Eyes overhandigd door het Oogfonds, in aanwezigheid van Hare Majesteit de Koningin, beschermvrouw van het Oogfonds. Dr Simnia geeft uitleg. (foto: Janine Budding)

Promotie titel: Visual Imprints of Very Preterm Birth. Evidence for cerebral visual impairments in very preterm born children
Neuropsycholoog Christiaan Geldof onderzocht visuele stoornissen als gevolg van problemen in de hersenontwikkeling (CVI) bij kinderen die meer dan twee maanden te vroeg geboren zijn. Uit zijn onderzoek blijkt dat CVI vaker voorkomt bij ernstig vroeggeboren kinderen dan bij op tijd geboren kinderen.

Visuele stoornissen kunnen bij ernstig vroeggeboren kinderen uitgebreider zijn dan uit reguliere oogtesten blijkt en deze kinderen worden soms pas laat naar het expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen (Visio) verwezen. Ook was er voor Geldof aan zijn onderzoek begon nog veel onduidelijk over het vaststellen van cerebraal visuele stoornissen en of deze visuele stoornissen van invloed zijn op andere ontwikkelingsproblemen van deze groep kinderen.

Reguliere oogtesten niet voldoende
Geldof stelde CVI vast via een gestandaardiseerde procedure, die op een paar punten verschilt van de praktische manier waarop binnen de huidige zorgpraktijk over CVI wordt gesproken. Bij ongeveer een kwart van de ernstig vroeggeborenen vond hij cerebraal visuele stoornissen, die niet allemaal onderkend worden bij reguliere oogtesten. In deze groep zaten kinderen die vlak na de geboorte medische complicaties doormaakten zoals infecties en die langdurig beademd moesten worden. Geldof: “Het is bekend dat deze complicaties schadelijk zijn voor de hersenontwikkeling en daardoor ook voor de ontwikkeling van de visuele baansystemen in de hersenen. Verder hadden deze kinderen ook vaker moeite om te redeneren met plaatjes en hadden meer gedrags- en sociale problemen dan de ernstig vroeggeboren kinderen zonder visuele stoornissen. De visuele problemen waren echter overwegend mild van aard, hadden geen visuele revalidatie nodig en waren nauwelijks van invloed op de bewegingsproblemen van ernstig vroeggeboren kinderen”.

Uitgebreider visueel onderzoek nodig in nazorg
Geldof adviseert om na een ernstige vroeggeboorte met medische complicaties uitgebreider visueel onderzoek te doen in de nazorg. Daarbij is het noodzakelijk om nauwkeurig onderscheid te maken tussen visuele stoornissen en andere ontwikkelingsproblemen om de juiste behandeling te kiezen. Dit geldt ook voor de diagnostiek van CVI binnen de revalidatie. Zijn onderzoek draagt bij aan het verbeteren van de revalidatie van te vroeg geboren kinderen in het algemeen en van kinderen met CVI in het bijzonder.
Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE

Bron: VU-DARE