Sociale contacten vertragen cognitieve achteruitgang

0
2788

Gezond eten, voldoende bewegen, niet roken; het zijn factoren waarvan bekend is dat ze het risico op cognitieve achteruitgang verkleinen. Het promotieonderzoek van Jisca Kuiper laat zien dat ook sociaal functioneren aan de lijst toegevoegd moet worden. Ouderen die niet vaak anderen spreken, ontwikkelen bijvoorbeeld vaker dementie. Kuiper vindt het belangrijk dat huisartsen, geriaters en beleidsmakers kennis nemen van deze en andere bevindingen uit het onderzoek. In de preventie van dementie moet er volgens haar meer aandacht zijn voor sociaal functioneren.

Nederland telt naar schatting meer dan 260.000 mensen met dementie. Daar komen jaarlijks zo’n 12.000 mensen bij. Wereldwijd zijn er naar schatting 46 miljoen mensen met dementie, en de verwachting is dat dit aantal in de komende 35 jaren zal verdrievoudigen. Hoe ouder we worden, des te hoger is het risico op dementie. De ziekte komt voor bij zo’n 10% van de vijfenzestigplussers, zo’n 20% van alle tachtigplussers en zelfs 40% van mensen ouder dan negentig jaar. Dementie is bovendien een dure ziekte, want patiënten zijn sterk afhankelijk van zorg.

Er is geen geneesmiddel tegen dementie, maar onderzoek heeft wel laten zien dat preventie een belangrijke rol kan hebben. In dat kader onderzocht Kuiper welke rol het sociale functioneren heeft op cognitieve achteruitgang. Ze baseerde haar onderzoek onder andere op de gegevens van 8.762 oudere deelnemers (>65 jaar) aan het LifeLines-onderzoek. Zij stelde onder andere vast dat sociaal functioneren effect heeft op verschillende stadia van cognitieve achteruitgang. Zo blijken ouderen met subjectieve geheugenklachten hiervan vaker te herstellen als ze een relatie hebben, een groter gezin, of wanneer ze meer sociale status ervaren. Slechte sociale relaties daarentegen blijken samenhang te vertonen met cognitieve achteruitgang. Dat geldt zowel voor de structuur (bijvoorbeeld weinig contacten) als de functie (het gevoel weinig steun te krijgen) van deze sociale relaties.

Kuiper geeft toe dat het lastig is om uit te sluiten dat cognitieve achteruitgang niet het gevolg, maar de oorzaak is van slechte sociale relaties. Cognitieve problemen kunnen het immers ook lastig maken om sociale contacten te onderhouden. In toekomstige studies moet daarom volgens haar rekening gehouden worden met de complexe wisselwerking tussen de verschillende aspecten van sociaal functioneren en andere, beïnvloedbare risicofactoren voor het ontwikkelen van dementie.

Jisca Kuiper (1986) behaalde haar mastertitel Neuropsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze verrichtte haar promotieonderzoek bij onderzoeksinstituut SHARE van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd gefinancierd door het Healthy Ageing, Population and Society programma van het UMCG. Kuiper is als docent verbonden aan de Hanzehogeschool Groningen en Windesheim Zwolle.

Lees hier meer over dit onderzoek in KennisInZicht: Levensloop onder de loep

 

The importance of social relationships in the process of cognitive ageing

Promotie: J.S. (Jisca) Kuiper
Wanneer: 09 mei 2016
Aanvang: 12:45
Promotors: prof. dr. R.C. (Richard) Oude Voshaar, prof. dr. R.P. (Ronald) Stolk
Waar: Academiegebouw RUG
Faculteit: Medische Wetenschappen / UMCG