Volhoudtijd kan overbelasting van mantelzorgers voorspellen

Het concept volhoudtijd biedt in de dagelijkse zorgpraktijk aanknopingspunten voor tijdige signalering van overbelasting van mantelzorgers en van crisissituaties. Dat is de kernboodschap van een artikel in het komende nummer van het tijdschrift Gerontologie en Geriatrie. Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift van Henk Kraijo: Perseverance time of informal carers. A new concept in dementia care’.

Herkenbaar

Om meer grip te krijgen op de planning van de mantelzorgperiode ligt het voor de hand om mantelzorgers zelf te vragen hoelang zij de zorg nog denken te kunnen volhouden. Gebleken is dat mantelzorgers het begrip volhoudtijd direct herkennen. Zij voelen zich niet onder druk gezet door die vraag.

Draagkracht versus draaglast

Bij navraag bleek dat mantelzorgers van naasten met dementie dagelijks bezig zijn met de vraag hoelang zij de zorg nog aan kunnen. Het wordt echter zelden aan hen gevraagd. De mantelzorger maakt een inschatting van de balans tussen draagkracht en draaglast en in het bijzonder van het moment waarop de balans zodanig uit evenwicht is dat hij/zij de zorg niet meer kan voorzetten.

Tijdige ondersteuning

Van de groep mantelzorgers met een volhoudtijd van minder dan een jaar werd 80% van hun dementeren naasten binnen dat jaar opgenomen in een verpleeghuis of waren overleden. Crisissituaties deden zich voor bij mantelzorgers die eerder een volhoudtijd opgaven van minder dan een half jaar.

De implicatie van deze resultaten is dat volhoudtijd door zorgprofessionals serieus genomen moet worden en het onderstreept de noodzaak van tijdige ondersteuning van mantelzorgers.

Focusshift

Inmiddels wordt het concept volhoudtijd toegepast in een groot aantal zorgnetwerken. De ervaring van de casemanagers dementie is dat de vraag naar volhoudtijd een focusshift teweeg brengt van ‘het hier en nu’ naar de toekomst. Dit levert vervolgens een open gesprek op over het proactief ondersteunen van de mantelzorgers.

Wil je het hele artikel over volhoudtijd van naasten van mensen met dementie lezen in het tijdschrift Gerontologie en Geriatrie? Klik dan hier.

Vorig artikelMediq focust volledig op verdere internationale groei
Volgend artikelBetere vaccinatie hoeft geen halve eeuw te duren’
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.