CVA-zorg in Nederland zit in de lift

In de acute zorg voor mensen met een doorgemaakt Cardio Vasculair Accident (CVA) is grote vooruitgang geboekt. Dit blijkt uit een overzicht van Marieke Visser (neuroloog en acute zorgcoördinator Vumc). Ook bij de revalidatie na een CVA is de laatste decennia veel verbeterd. Maar het kan nog beter….

Daling

Sinds 2002 daalde de sterfte ten gevolgen van een beroerte aanzienlijk. Ook de deur-tot-naaldtijd in ziekenhuizen ging aanmerkelijk omlaag: van zestig minuten in 2008 naar circa dertig in 2014. Deze informatie verstrekte ondergetekende tijdens een druk bezocht congres op 1 november van de Rotterdam Stroke Service (RSS) Ik baseerde mij daarbij op een uitstekend overzicht dat VUmc neurologe Marieke Visser bood tijdens het Nationale Spoedzorgcongres op vrijdag 7 oktober.

Revalidatie

Niet alleen in de acute zorg voor mensen met een doorgemaakt CVA (ofwel stroke of beroerte) is sterk verbeterd. Ook de revalidatie na de CVA is veel sneller geworden. Van gemiddeld 126 dagen in 1987 naar ongeveer de helft daarvan tegenwoordig.

Casemanagers

Ik baseer mij hierbij op een tijdreeksanalyse die ik maakte bij één revalidatiecentrum in Rotterdam. Vroeger bood één revalidatiebed per jaar capaciteit aan ongeveer drie patiënten: nu zijn dat er bijna zes. Ook is de poliklinische hulpverlening en de specifieke CVA-thuiszorg in Rotterdam uitstekend ontwikkeld. Tenslotte deden casemanagers de afgelopen jaren hun intrede: zij zorgden voor samenhangende zorgplannen en patiënteneducatie.

Slimmer en efficiënter

De vooruitgang in de acute en revaliderend CVA-zorg kwam niet door de uitvinding van sneldiagnostiek, een nieuwe pil of superinterventie. Nee, het is het resultaat van steeds maar weer slimmer en effectiever organiseren. Hierover maakte ik een compliment aan de aanwezige verpleegkundigen, verzorgenden, neurologen en huisartsen op het RSS-congres.

Innovaties

Ik vervolgde mijn voordracht met een pleidooi om drie innovaties uit te proberen de komende jaren. De eerste betreft de invoering van populatiegebonden bekostiging in een van de stadsdelen van Rotterdam (en niet in één keer in heel Rijnmond). Ik noem dit stadsdeel de voorhoede regio. Dit kan zonder wetswijziging, zo leert onderzoek uit 2011 dat een groot advocatenkantoor uitvoerde op verzoek van de NZA.

Shared savings

Binnen zo’n bekostiging bestaat het fenomeen shared savings. Als aanbieders van CVA-zorg goedkoper of beter werken binnen de limiet van de populatiegebonden bekostiging, mogen zij zelf een deel van de besparingen behouden. Het andere deel komt ten goede aan de zorgverzekeraar. Dit voorstel viel in goede aarde bij de congresdeelnemers. Ik gaf wel een waarschuwing af. Ik heb reeds in vier andere regio’s getracht zo’n voorhoede experiment op te zetten. Steeds bleken Raden van Bestuur van zorgaanbieders dwars te liggen. Professionals en zorgverzekeraars wilden wel.

E-health

De tweede innovatie die ik bepleitte betrof het invoeren van online gemaksdiensten voor CVA-patiënten en hun familie: online afspraken maken, e-consulten, screen-to-screen contact, What’s app-groepen, reminders en wake-up calls. Natuurlijk is inzage in het eigen gezondheidsdossier ook van belang, maar dat is een ander traject dan voor die gemaksdiensten. Bij die laatste vindt namelijk geen informatieopslag plaats.

Samenvoegen

De derde innovatie waarvan ik droom is het onderbrengen in Rotterdam van een verpleeghuis, thuiszorg, revalidatiecentrum en afdeling neurologie van een ziekenhuis onder één organisatorisch dak. Ik weet het: tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren. Wellicht kunnen afstudeerders zich eens wagen aan dit onderwerp.

Sociale teams

Tenslotte ligt er een kans voor Welzijn op recept dat het Trimbos Instituut heeft ontwikkeld. Hierbij verwijzen huisartsen en hun medewerkers op vooraf gestructureerde wijze naar een sociaal team. Op sommige plaatsen van de Rotterdamse CVA-zorg gebeurt dat al. Nu aldaar de sociale teams tot wasdom en onderlinge samenhang zijn gekomen, is er kans op een meer dan incidentele relaties tussen deze teams en de RSS.

Chronische Zorg Congres

De PowerPoint presentatie die ik gebruikte bij mijn voordracht, tref je hier aan. Ik wijs erop dat op het chronische zorg congres op 14 december de genoemde innovaties voor de CVA-zorg in bredere context weer aan de orde komen. Wil je dit congres bijwonen? Klik dan hier, lees de brochure en meld je aan.

Guus Schrijvers

Vorig artikelHuisartsen accepteren rol van roerganger Eerstelijn
Volgend artikelSenioren zoeken jonge huisgenoten
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.