Elegantere methoden om kosten kankerzorg te verlagen

0
1802

De afgelopen dagen is er in de media veel te doen rond de kosten van kankermedicijnen. Ook tijdens het AO geneesmiddelen van donderdagochtend was er aandacht voor hoe de kosten drastisch omlaag zouden kunnen. Oncologisch onderzoeker René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis zegt dat als de medische wereld loskomt van de farmaceutische industrie de kosten omlaang kunnen. “De meeste medicijnen die vandaag de dag op de markt komen, kosten ruim 100.000 euro per patiënt per jaar“, zegt Bernards. “De middelen waarvan het patent verlopen is, en waarvoor wij hier naar nieuwe toepassingen zoeken, kosten vaak niet meer dan 2000 euro per patiënt per jaar. Dat is dus 50 keer goedkoper.”

Toch maakt Bernards een belangrijke denkfout en zijn er elegantere mogelijkheden die innovatie niet in de weg staat. Want er is veel geld veel stofjes nodig om tot een blockbuster immuno-oncolyticum te komen. Want de ontwikkeling van geneesmiddelen is vooral een proces van trial en error. En er verdwijnen veel meer stofjes na geruime tijd te zijn onderzocht, in de prullenbak. Als de opbrengst van een blockbuster onvoldoende de ontwikkelkosten uit een grote selectie van stoffen kan worden terugverdiend, staat dit de innovatie in de weg. En door geneesmiddelen eerder uit patent te laten lopen, kan het geld dat nodig is voor de R&D en innovatie, onvoldoende worden terugverdiend. Daarnaast is het aandeel middelen wat is ontstaan door ontwikkeling vanuit Nederlandse universiteiten zeer beperkt. Dus biedt te weinig nieuwe middelen.

Andere vormen om kankerzorg betaalbaar te houden

Voor de individuele oncologiepatiënt, voor wie weinig alternatieven beschikbaar zijn, zijn de nieuwe immuno-oncologische geneesmiddelen vaak de laatste strohalm En de innovaties van kankermiddelen is ook belangrijk voor de ontwikkeling van niet oncologische geneesmiddelen voor veel andere ziektebeelden. In de behandeling van kanker hebben onderzoekers geleerd te kijken naar de individuele patiënt. En vooral deze behandelingen op maat zorgt ervoor dat de patiënt op het juiste moment de meest doelmatige zorg krijgt. Biomarkers spelen een steeds grotere rol. En diagnostische test met biomarkers kan het onnodig behandelen met middelen, die bij een bepaalde patiënt niet werkt, worden voorkomen. En dit zorgt voor een reductie in overbehandeling en verspilling. Ook een belangrijke manier om kosten te reduceren.

Biomarkers: betere selectie van patiënten zodat de behandeling aanslaat

Met biomarkers kunnen we achterhalen via welke paden een ziekte zich verspreidt. Zo krijgen we beter inzicht in welke wegen we moeten afsluiten om de ontwikkeling van tumoren tegen te gaan. En daar worden vervolgens geneesmiddelen voor ontwikkelt.

In Nederland loopt momenteel een onderzoek op het gebied van prostaatkanker in samenwerking met de Dutch Uro-Oncology Studygroup (DUOS) met biomarkers om te kijken of we de juiste patiëntengroep voor een behandeling kunnen selecteren. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de zogenaamde ARV7 biomarker die zou kunnen helpen voorspellen of bij de patiënt een behandeling met hormoontherapie of juist chemotherapie zal aanslaan. De arts neemt wat bloed af bij de patiënt en vervolgens wordt de biomarker uit het bloed gehaald.

Op basis van deze diagnostische test kan het effect van de behandeling met cabazitaxel worden voorspeld. Op die manier kan je straks als het goed is veel eerder de juiste therapie inzetten bij de juiste patiënt.

Beter voorspellen wat nog werkt voor ‘uitbehandelde’ patiënten

Door middel van een biomarkertest kan worden bepaald voor welke “uitbehandelde” patiënten nog winst is te behalen is. Zij hebben op dit moment vaak geen of heel weinig behandelmogelijkheden, of ze komen inmiddels niet meer in aanmerking voor bepaalde behandelingen. De komende maanden start ook een onderzoek in het Nederlands Kanker Instituut (het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis) in Amsterdam om te bepalen welke therapie en volgorde van (vervolg-) behandelingen voor specifieke prostaatkankerpatiënten optimaal is. Vaak wordt als eerste docetaxel ingezet. Maar als dat op een gegeven moment niet meer werkt, of als de kanker weer terug komt, wat dan? Wat moet je doen met patiënten die een wat agressievere vorm van prostaatkanker hebben?

In deze studie onderzoeken ze een aantal geneesmiddelen die de afgelopen jaren in Nederland beschikbaar zijn gekomen om te bepalen welke de meest aangewezen behandeling is ná docetaxel en wat de meest optimale volgorde van vervolgbehandeling is. Hierbij testen we twee hormoontherapieën en chemotherapie. Dit onderzoek is uniek, omdat er voor het eerst een directe vergelijking wordt gemaakt tussen de verschillende nieuwe geneesmiddelen.

PET CT scan

In het VU Medisch Centrum Amsterdam wordt onderzocht of met een PET CT scan al in een heel vroeg stadium, namelijk direct nadat de prostaatkankerpatiënt één keer cabazitaxel toegediend heeft gekregen, voorspellende waarden kunnen vinden of het geneesmiddel wel of niet zal aanslaan. Als dit lukt, kan de arts straks veel sneller ingrijpen en bijsturen in het behandelplan van de patiënt. Dat wil zeggen: de arts kan besluiten de therapie voort te zetten, omdat de therapie blijkbaar aanslaat en de patiënt dus optimaal kan profiteren van de behandeling, of de arts besluit de behandeling te onderbreken om over te gaan op een andere therapie die beter aansluit bij deze specifieke patiënt.

Pay for performance

Een andere ontwikkeling is Pay for performance: alleen betalen als het geneesmiddel werkt. Het doelmatig inzetten van kankergeneesmiddelen zijn niet altijd goed voorspelbaar. Als farmaceuten geloven in de werking van hun middelen kunnen ze die efficiënt worden ingezet, zo zorg je ervoor dat geneesmiddelen goed beschikbaar zijn voor alle patiënt die ze nodig hebben. Zo heeft Sanofi-Genzyme een aantal van hun oncologische en hematologische middelen beschikbaar op ‘Pay for Performance’ basis. Dat betekent dat zij met de arts na toediening van het middel evalueren of de behandeling succesvol is geweest of niet. Als het middel zijn werk niet heeft gedaan, hoeft het ziekenhuis niet voor het middel te betalen.

Bovenstaande voorbeelden zijn geïnitieerd en gefinancierd door Sanofi Genzyme. Dus niet overheid, zorgverzekeraar of de medische universiteit of zorginstelling zet zich in om overbehandeling en nutteloze behandelingen te voorkomen.  Door de inzet van PET CT scans en het gebruik van biomarkertests kan al heel snel kunnen worden bepaald of een  behandeling met één van hun middelen niet werkt, of zal gaan werken en het verstandiger is de behandeling af te breken. Of dat een middel van Sanofi Genzyme, ondanks dat het in een behandelrichtlijn is opgenomen, beter niet gestart kan worden, omdat de biomarkertest uitwijst dat een andere behandeling beter/effectiever is.