Ervaringen ambulancezorg zeer positief maar verbeterpunten mogelijk

Uit een landelijke onderzoek onder cliënten van ambulancezorg blijkt dat de ervaringen zeer positief zijn.Toch zijn er ook enkele verbeterpunten mogelijk.
Uit een landelijke onderzoek onder cliënten aan wie ambulancezorg is verleend, blijkt dat de ervaringen met deze zorg zeer positief zijn. De ambulancezorg wordt gemiddeld met een negen gewaardeerd. Desondanks zijn er toch nog enkele verbeterpunten mogelijk. Deze bevindingen staan te lezen in een verslag [PDF] dat het NIVEL onlangs uitbracht.

Response

De responspercentages van de steekproef bedroegen 28% voor de planbare ambulancezorg en 36% voor de spoedeisende ambulancezorg. In absolute getallen bedroeg de steekproefomvang voor de eerste zorg 2.214 patiënten en voor de spoedeisende ambulancezorg 4.383. Grote steekproeven dus, met een redelijk response. Cliënten waren afkomstig uit alle 23 Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV’s). Er waren geen significante verschillen in waardering tussen deze organisaties.

Verbeterpunten

Uit het onderzoek komen een aantal kleine verbeterpunten naar voren. Zo kunnen cliënten bijvoorbeeld nog beter geïnformeerd worden over een eventuele wachttijd, als er voor hen een ambulance rit is ingepland. Daarnaast kan de afronding van de zorg bij de cliënt thuis wellicht nog beter. Ambulancehulpverleners beslissen in spoedeisende situaties dikwijls zelf naar welk ziekenhuis zij de cliënt brengen. Hierover zouden zij de cliënt beter kunnen informeren en betrekken.

Wachttijd

Meer dan 550 cliënten dragen in een open vraag veranderpunten aan. Het vaakst worden het gebrek aan comfort in de ambulance, de wachttijd, de zorgzaamheid, de vriendelijkheid, de overdracht van ambulance naar zorginstelling, de communicatie en de kosten genoemd. De onderzoekers bevelen aan dat elke ambulancedienst aan de slag gaat met de verbeterpunten die ‘hun’ respondenten noemden in het onderzoek.

Meldkamer

Bij planbare zorg komen in de vragenlijst vier kwaliteitsthema’s aan bod: vervoer, bejegening, handelen en communicatie. Bij het spoedvervoer wordt het thema meldkamer toegevoegd met twee vragen over instructies en uitleg door de centralist. Wat opvalt, is de afwezigheid van het kwaliteitsthema tijdigheid van de ambulancezorg. Die is in te vullen met vragen als: Hoe lang duurde het totdat de politie-centralist van 112 opnam? Ging de doorverbinding naar de meldkamer ambulancezorg snel genoeg? Hoe lang duurde het tot de ambulance arriveerde?

Tijdigheid

Dat deze vragen ontbraken heeft te maken met het feit dat alleen vervoerde patiënten werden geënquêteerd en niet de melders van het medische incident of ongeval. Gelet op het belang van ervaren en werkelijke tijdigheid van ambulancezorg verdient dit (verder uitstekende) onderzoek aanvulling met een studie hierover.

Vragen

Door een aanvullende studie krijgt de samenleving antwoord op boeiende vragen als: verschilt de tijdigheid in dunbevolkte gebieden van die in steden? Is de tijdigheid overdag anders dan ’s avonds en ’s nachts? Verschilt de tijdigheid tussen ambulancemeldkamers die werken met het Nederlandse Triage Systeem en meldkamers die met een Amerikaanse systeem werken? Ik ben benieuwd of de kwaliteit van ambulancezorg op het thema tijdigheid ook overal gelijk en hoog scoort.

Spoedzorgcongres

Op 6 oktober komt de kwaliteit van de ambulancezorg uitgebreid aan de orde. Dat gebeurt op het jaarlijkse congres over recente ontwikkelingen in de spoedzorg. Voor de ambulancezorg betreffen deze ontwikkelingen: de relatie van de meldkamers met personenalarmering, de relatie tussen dienstauto’s van huisartsen en de ambulancewagens, het digitaal (en niet telefonisch) melden van incidenten en ongevallen en de bereikbaarheid van de RAV’s bij calamiteiten zoals de stroomuitval laatst in Amsterdam. Wil je naar dit congres? Klik dan hier. Want ook al geeft Nederland op tal van aspecten een hoog rapportcijfer aan de RAV’s, er blijft genoeg ruimte voor innovaties en ook de aanrijtijd blijft om aandacht vragen.

Guus Schrijvers

Vorig artikelTrumps budget rampzalig voor aidsbestrijding
Volgend artikelKun je op een hersenscan zien wat je hoort?
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.