Gehandicaptenzorg goed kwaliteitsvoorbeeld voor ouderenzorg en GGz

Hopeful Young Patient

Het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg is sinds enkele maanden opgenomen in het register voor kwaliteitsstandaarden. Het spreekt mij vooral aan, omdat de voorgeschreven werkwijze professionals en managers stimuleert zelf na te denken en te leren. Daarnaast vormt het de basis voor extern toezicht en voor inkoop en contracteren van zorg.

Veldnorm

Zorginstituut Nederland heeft mei 2017 het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg 2017-2022 opgenomen in het register voor kwaliteitsstandaarden. Het kader geldt voor aanbieders van zorg die vallen onder de Wet Langdurige Zorg. Door de opname in het register is het kader nu een veldnorm, waardoor het een leidend principe is geworden voor het zorginkoopbeleid 2018 en het toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg.

Goed voorbeeld

Ik besteed aandacht aan het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg, omdat het een goed voorbeeld is voor kwaliteitsbeleid in de ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg aan mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. Over het kwaliteitsbeleid in deze drie sectoren gaat een congres dat ondergetekende op 15 maart organiseert samen met collega’s. Als je een flitspresentatie over een eigen kwaliteitsproject wilt houden op het congres over de kwaliteit en de bekostiging van de langdurige (24-uurs)zorg, lees dan dit bericht voor meer informatie.

Proeftuinen

In 2016 hebben 24 zorgaanbieders het vernieuwde kwaliteitskader gehandicaptenzorg uitgeprobeerd in proeftuinen. Twee van die tuinen komen in een workshop op het congres op 15 maart aan bod. Een externe evaluatie bevestigde dat het kader zorgt voor kwaliteitsverbetering, zowel voor cliënten als voor medewerkers.

Voordelen

Het vernieuwde kader berust op een aansprekende visie, geeft helderheid aan cliënten over goede zorg, helpt teams om de zorg te verbeteren en biedt handvatten voor bestuurlijke verantwoording. Het legt een sterk accent op leren en verbeteren. Bovendien laat het ruimte voor diversiteit en het stimuleert het leggen van eigen accenten.

Bouwstenen

Het kader bevat vier bouwstenen. De eerste bouwsteen heeft betrekking op het zorgproces rond de individuele cliënt. Medewerkers gaan in gesprek met iedere cliënt en verankeren de uitkomsten in een ondersteuningsplan. De tweede bouwsteen staat voor de cliëntervaringen, de derde voor zelfreflectie in teams. Die teams gaan zelf na hoe ze op basis van de uitkomsten van de eerste twee bouwstenen de zorg en ondersteuning kunnen verbeteren. Zorgaanbieders bundelen vervolgens de opbrengst die de eerste drie bouwstenen opleveren in een bondig kwaliteitsrapport. Dit rapport is de vierde bouwsteen. Het geeft antwoord op vragen als ‘wat gaat goed, wat kan beter en hoe gaan we dat doen?’.

Externe visitatie

Het openbare kwaliteitsrapport, dat jaarlijks wordt gepubliceerd, is voor de zorgaanbieders een goede basis voor het (intern) gesprek met de cliëntenraad, de ondernemingsraad en de Raad van Toezicht, over de kwaliteit van zorg en ondersteuning in de organisatie. Er vindt een externe visitatie plaats over het kwaliteitsrapport, dat geschikt is om verantwoording af te leggen naar onder andere de Inspectie Gezondheidszorg en het zorgkantoor. Die visitatie vindt plaats door tenminste twee personen (visiteurs).

De sectorbrede implementatie van het vernieuwde kwaliteitskader is inmiddels in volle gang. De stuurgroep blijft met zorgaanbieders werken aan de verdere ontwikkeling en heeft hiervoor een ontwikkelagenda opgesteld.

Kwaliteitsaccountants

Op dit moment lopen onderhandelingen met Zorgverzekeraars Nederland om de kwaliteitstoetsing door zorgkantoren te baseren op het kwaliteitsrapport plus het verslag van de externe visitatie. Deze toetsing komt dan in de plaats van het registreren van tal van indicatoren op verzoek van de zorgkantoren. De visiteurs gaan dan -in mijn beleving- fungeren als zeg maar kwaliteitsaccountants: Geeft het kwaliteitsdocument niet een geflatteerde beeld van de geboden kwaliteit? Is er inderdaad sprake van verbetering ten opzichte van een eerder jaar?

Congres langdurige zorg

Voor mij is het werken met een kwaliteitsdocument plus visitatiebeoordeling een innovatie die ik nog niet eerder ben tegengekomen in de langdurige zorg. Het spreekt aan, omdat de werkwijze het zelf nadenken en leren door professionals en managers stimuleert. Daarom ben ik verheugd dat het op het congres over de kwaliteit en de bekostiging van de langdurige (24-uurs)zorg op 15 maart aan de orde komt, als goed voorbeeld voor de ouderenzorg en de langdurige geestelijke gezondheidszorg. Het is natuurlijk niet zo maar in te voeren in andere sectoren; maar dat geldt voor alle innovaties. Een of meer van de vier bouwstenen zijn wellicht ook interessant voor andere sectoren dan de gehandicaptenzorg.

Sprekers

Op 15 maart houdt prof. Marin Boekholdt een plenaire voordracht over het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. Hij is voorzitter van de Stuurgroep die dit kader voorbereidde en thans de implementatie ervan begeleidt. Ditte van Vliet is Manager Kwaliteit en Zorgbeleid van Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Samen met professionals uit twee van de genoemde proeftuinen geeft zij een workshop over dat kader in de praktijk.

Informatie

Wil je deelnemen aan het congres over de kwaliteit en de bekostiging van de langdurige (24-uurs)zorg op 15 maart in Utrecht? Wil je out-of-the-box een inkijk krijgen in andere sectoren? Wil je nieuwe kennis(sen) opdoen? Klik dan hier, lees de brochure en meld je aan.

Guus Schrijvers

Vorig artikelOok planten hebben wel eens burenruzie
Volgend artikelZuidoost-Brabant deelt als eerste regio medicatievoorschriften digitaal
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.