Nieuwe wetgeving draagmoederschap hard nodig

0
683

Hoogleraar Familierecht, in het bijzonder Jeugdrecht, Lies Punselie vindt het hoog nodig dat er nieuwe wetgeving komt voor draagmoederschap. De wet is er nu niet op ingericht. Oratie op 17 januari.

Draagmoederschap

De positie van uit draagmoeders geboren kinderen is in Nederland is nu niet goed geregeld: wetgeving die daar niet voor is bedoeld, wordt instrumenteel gebruikt om het gewenste juridische resultaat te krijgen. Al in 2016 heeft de Staatscommissie Herijking ouderschap een advies uitgebracht. Het lijkt erop dat het kabinet komende zomer eindelijk hierop gebaseerde nieuwe wetgeving aan de Tweede Kamer gaat voorleggen. Punselie hoopt het. De kern van dat advies is dat de rechter, anders dan nu, vroeg in het proces van draagmoederschap wordt betrokken, om de belangen van kinderen, draagmoeders en wensouders goed te kunnen waarborgen.

Veel variatie


Draagmoederschap is er in alle denkbare variaties: één van de wensouders is genetische ouder, beide wensouders zijn genetische ouder of geen van beide, en de draagmoeder is wel of niet de genetische moeder. Daarbij kan er ook nog een anonieme donor van ei- of zaadcel in het spel zijn; anders dan in Nederland krijgt de donor in veel andere landen de garantie van anonimiteit.

Juridisch houtje touwtje


Op de huidige geboorteakte zet de ambtenaar van de burgerlijke stand alleen de vrouw die het kind heeft gebaard als zij ongetrouwd is. Een van de wensouders kan het kind erkennen, waarna de draagmoeder het gezag naar hem (meestal is het een man) overhevelt. De wensmoeder kan het kind vervolgens adopteren.

Als de draagmoeder getrouwd is, komt bij de huidige wetgeving ook haar echtgenoot als een soort draagvader op de geboorteakte te staan. Dan is een maatregel van kinderbescherming nodig om het gezag van de ‘draagouders’ te beëindigen. Met behulp van een bijzondere curator kan dan eerst het vaderschap van de draagvader ongedaan worden gemaakt, waarna het traject een vervolg kan krijgen als ware de moeder ongetrouwd.’ In een aantal andere landen komen de wensouders direct op de geboorteakte te staan. ‘Maar een dergelijke akte’, aldus Punselie, ‘wordt in Nederland niet erkend.’

Advies van staatscommissie


De Staatscommissie Herijking ouderschap heeft eind 2016 advies uitgebracht over draagmoederschap. De kern van het advies, op grond waarvan nieuwe wetgeving wordt voorbereid, is dat de draagmoeder en de wensouders vóór de conceptie afspraken kunnen maken en die door de rechter kunnen laten toetsen. Deze kijkt of beide partijen zich voldoende realiseren waar ze aan beginnen en of de afspraken zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Als dat het geval is, kunnen de wensouders direct als ouders op de geboorteakte komen te staan. De commissie vindt wel dat er een genetische band moet bestaan tussen tenminste één van de wensouders en het kind. En dat tenminste een van de wensouders of de draagmoeder in Nederland woont. Verder stelt de commissie dat de draagmoeder tot zes weken na de geboorte aan de rechter mag vragen of ze het kind zelf mag houden. Een voorwaarde is wel dat zich nieuwe omstandigheden voordoen.

Bron: Universiteit Leiden