‘Gezond eten vraagt om goede samenwerking’

0
1043

In Nederland veroorzaakt ongezonde voeding veel ziektelast en in West-Europa is een ongezonde voeding verantwoordelijk voor 15 procent van alle sterfgevallen. Gezond eten is dus heel belangrijk. Toch blijkt het in de praktijk lastig om de consument te bereiken met wetenschappelijk onderbouwde voedingsadviezen. Daarvoor is goede samenwerking nodig tussen verschillende partijen, aldus prof. Marianne Geleijnse, hoogleraar Voeding en hart- en vaatziekten aan Wageningen University & Research. Ze gaf haar visie tijdens de publiekslezing “Gezond eten: over geloven en bewijzen”, die de Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen (NAV) op 30 januari in Driebergen organiseerde.

Beeld – Jan Harryvan – Opus56fotografie

Als het over gezond eten gaat, heeft iedereen een mening. Het internet staat bol van de wonderdiëten en eens in de zoveel tijd komt er weer een voedingshype voorbij in de media. Intussen staan het gezag van de voedingswetenschap en de onafhankelijkheid van onderzoekers ter discussie. ‘De voedingswetenschap staat onder druk’, aldus Geleijnse. ‘De laatste decennia is er in de wetenschap een cultuur ontstaan, waarin steeds meer eisen worden gesteld aan het aantal publicaties dat je moet halen en het aantal promovendi dat je moet begeleiden’, vertelde Geleijnse. Ze ziet jonge onderzoekers die de wetenschap verlaten omdat ze niet mee willen doen meedoen aan deze “ratrace”. Geleijnse: ‘Je moet als onderzoeker tegenwoordig snel scoren en daar hard over roepen zodat je zichtbaar bent.’


Samenwerking nodig


Deze overspannen cultuur stimuleert volgens Geleijnse het stellen van het eigenbelang boven het algemene belang. En dat terwijl het algemene belang volgens haar voorop zou moeten staan: het streven naar een gezonder en duurzamer eetpatroon van consumenten. Om dat doel te bereiken zou iedereen veel meer moeten samenwerken, van voedingswetenschapper tot arts en van voedingsvoorlichter tot diëtist. Een voedingswetenschapper heeft veel kennis over gezond eten, een voedingsvoorlichter kan deze kennis goed vertalen naar de algemene bevolking en zorgprofessionals als diëtisten kunnen heel goed adviezen op maat geven.



Goede basis


De samenwerking tussen de Gezondheidsraad, het Voedingscentrum en het RIVM vormt in de ogen van Geleijnse een goede basis van de voedingswetenschap. In de Gezondheidsraad wordt al het wetenschappelijke bewijs zorgvuldig gewogen door onafhankelijke wetenschappers van verschillende disciplines, waaronder epidemiologen, voedingswetenschappers en artsen. Geleijnse: ‘In deze wetenschappelijke arena wordt het kaf van het koren gescheiden en daaruit komt een onderbouwd advies over gezonde voeding. Het Voedingscentrum vertaalt dit advies vervolgens naar de consument en het RIVM rekent tenslotte door wat dit betekent voor de gezondheid van de bevolking.’

Volgens Geleijnse is er nog een wereld te winnen als iedereen, ook bloggers en vloggers, zich inhoudelijk baseren op deze onderbouwde voedingsinformatie. ‘Maar influencers op social media zijn wel goed in het verkopen van een boodschap, daar kunnen wetenschappers en voedingsvoorlichters weer wat van leren. Doe dus waar je goed in bent, maar erken een ander in zijn of haar expertise. Alleen zo kun je samen het doel bereiken: de consument gezonder en duurzamer laten eten.’

Bron: NAV