Congres Goede toegang tot ouderenzorg

0
885
Close-up of happy senior adults

Patiënten, cliënten, mantelzorgers en hun hulpverleners weten vaak niet bij welke instantie ze precies moeten aankloppen als ze langdurige zorg nodig hebben. Ze worden geregeld van het kastje naar de muur gestuurd. De vier verschillende zorgwetten, regels en geldpotjes staan te vaak centraal, in plaats van de burger. Kan het beter?

Zijn er goede, lokale voorbeelden waar de toegang tot de langdurige zorg voor cliënten beter geregeld en op elkaar afgestemd is?  Wat kan er nu al binnen de bestaande wetten en wat zegt jurisprudentie over de mogelijkheden om lokaal de toegang te verbeteren?

Patiënten, cliënten, hun familie en hun hulpverleners weten vaak niet bij welke instantie ze precies moeten aankloppen als ze langdurige zorg nodig hebben. Ze worden geregeld van het kastje naar de muur gestuurd. De vier verschillende zorgwetten, regels en geldpotjes staan te vaak centraal, in plaats van de burger. Dit blijkt uit het rapport Zorgen voor burgers uit mei 2018 van de Nationale Ombudsman: ‘Hoewel de overheid de zorg dichter bij de burger wilde brengen, is door systeemdenken in wet- en de regelgeving juist een versnippering ontstaan, met alle bureaucratische rompslomp van dien.’

De organisatoren van dit congres hebben het pad verlaten om te pleiten voor nieuwe kaderwetgeving waarbinnen de Jeugdwet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Wet Langdurige Zorg en de Zorgverzekeringswet. Hier is het betere de vijand van het goede. Want nieuwe wetgeving (1) duurt zes tot acht jaar, (2) veroorzaakt weer nieuwe implementatie-problemen en (3) biedt geen garantie dat er dan minder bureaucratische rompslomp optreedt.

Beter is het om te kijken naar

  1. goede voorbeelden die hier en daar beschikbaar zijn en nu al leiden tot minder versnippering en rompslomp en
  2. zorgvuldig naar de wetten die over langdurige zorg gaan te kijken en de jurisprudentie te volgen die thans mogelijk is. Wel nu, op dit congres bieden alle sprekers óf goede voorbeelden óf ze gaan in op de ruimte die de wetten in hun teksten of in de jurisprudentie toch bieden voor onderlinge afstemming. Voordat wij hieronder hier nader op ingaan, volgt een opsomming van de wetten die, gedeeltelijk of geheel, gaan over langdurige zorg. Onder dit laatste verstaan wij op dit congres de langdurige ouderenzorg en de gehandicaptenzorg, waaronder ook die aan kinderen. De langdurige geestelijke gezondheidzorg blijft buiten beschouwing.

Op 6 maart 2020 organiseren wij daarover een apart congres met als naam;

Indicatiestelling en wetgeving langdurige zorg: Welke goede voorbeelden geven experts en collega’s? Hoe ga ik goed om met de jurisprudentie van de verschillende wetten?

Deze titel bevat de centrale vragen waarop het congres antwoord beoogt te geven. Klik hier voor meer informatie over dit congres.

De jurisprudentie

De volgende sprekers bersteden aandacht aan jurisprudentie die afstemming tussen de wetten meer dan aanvankelijk mogelijk maken:

  1. De jurisprudentie in brede zin rond afstemming van de vier wetten, Plenaire spreker Elly Koning, advocaat bij Lex Sigma health care advocaten te Amsterdam.
  2. Één sessie met flitspresentaties over jurisprudentie over meer samenhang in de wetten: Gewonnen en verloren rechtszaken. Deelnemers kunnen zich hiervoor aanmelden.
  3. Openbaar spreekuur waarin congresdeelnemers casuïstiek kunnen voorleggen, medewerkers Zorgkantoren
  4. Met Bestuurlijke ongehoorzaamheid kom je een heel eind. (Hans Adriani Wethouder Nieuwegein)

Let op: de drie plenaire sprekers plaatsen enkele kanttekeningen bij de jurisprudentie en geven aan welke uitspraken door de rechter ook elders van belang zijn.

Tijdens de plenaire afsluiting vormt de jurisprudentie het tweede agendapunt. Aan de orde komen de volgende vragen:

  1. Is andere interpretatie van bestaande wetgeving te verkiezen boven nieuwe wetgeving?
  2. Bestaat er casuïstiek die nog onvoldoende door rechters zijn getoetst en zijn proefprocessen dan gewenst?

Voor het volledige programma klik je hier. Weet dat het voor de congresdeelnemers mogelijk is om uitsluitend parallelsessie te volgen over óf de goede voorbeelden óf de jurisprudentie.