Meer kans op het ontwikkelen van depressie bij kinderen van depressieve ouders: kan deze cirkel doorbroken worden?

0
671

Dat depressies niet zijn vast te stellen door middel van lichamelijk onderzoek of door middel van bloed- of hersenonderzoek, maakt de ziekte moeilijk vatbaar. En dat terwijl depressie een veelvoorkomende ziekte is: bijna 20% van alle volwassenen in de leeftijd van 18 tot 64 jaar raakt in zijn of haar leven eens depressief. Onder jongvolwassenen is dat aantal zelfs nog hoger.

Intergenerationele overdracht van depressieve en angststoornissen

Jongvolwassenen zijn extra gevoelig voor het ontwikkelen van een depressie doordat het brein zich in de vormende puberteit snel ontwikkelt en gedurende dat ontwikkelingsproces tijdelijk uit balans is. Kinderen van ouders met psychische problemen of van ouders met verslavingen (deze kinderen worden ook wel KOPP/KOV genoemd) hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een depressie. Kan preventie helpen om depressie te voorkomen? Petra Havinga promoveerde op dit onderwerp aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen. Haar proefschrift richt zich op de intergenerationele overdracht van depressieve en angststoornissen en mogelijkheden deze te doorbreken.

Ontwikkeling van een stoornis ‘eerder regel dan uitzondering’

Havinga noemt de ontwikkeling van een stemmings- of angststoornis bij kinderen van depressieve of angstige patiënten ‘eerder regel dan uitzondering’, zo meldt een publicatie van het UMCG over het proefschrift van Havinga. Met haar onderzoek Breaking the cycle? Intergenerational transmission of depression/anxiety and opportunities for intervention brengt Havinga nieuwe inzichten met betrekking tot de intergenerationele overdracht van depressieve en angststoornissen. Uit eerder onderzoek was al bekend dat KOPP/KOV een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van een dergelijke stoornis, maar hoe groot de kans is en aan de hand van welke kenmerken het risico kon worden voorspeld, was nog niet eerder in Nederland onderzocht op deze schaal.

Drie groepen met extra hoog risico op psychische klachten

In haar onderzoek gebruikte Havinga de gegevens van de ARIADNE-studie, die in 2000 startte en 523 KOPP/KOV volgde in de leeftijd van 13 tot en met 25 jaar. Een deel van deze groep (inmiddels volwassen geworden) KOPP/KOV wordt nog altijd gevolgd in hun ontwikkeling. Uit Havinga’s onderzoek bleek dat de geschatte kans op het ontwikkelen van een stemmings- of angststoornis op 20-jarige leeftijd bij deze groep 38 procent is, en op 35-jarige leeftijd zelfs 65 procent. ‘Zorgwekkend hoog’, volgens Havinga. Aan de hand van het onderzoek onderscheidde Havinga drie groepen kinderen met een extra hoog risico op het ontwikkelen van psychische klachten:

  • Meisjes en jonge vrouwen
  • Kinderen met een ouder bij wie de depressie of angst voor het twintigste levensjaar ontstaan is
  • Kinderen die zijn opgegroeid in een gezin waarin beide ouders een depressie hebben of angstig zijn

Mogelijkheden voor preventie

Een preventieve maatregel met als doel het welbevinden van KOPP/KOV te vergroten en intergenerationele overdracht van problemen te voorkomen is het Buitenhuisproject, zo meldt het Trimbos-instituut in het artikel Buitenhuisproject doet kinderen in korte tijd opbloeien. Het Buitenhuisproject richt zich op KOPP/KOV van 0 tot 18 jaar en biedt reguliere kinderopvang en BSO en voor de oudere kinderen o.a. een sportclub en huiswerkbegeleiding. Het project onderscheidt zich van andere initiatieven doordat het een oplossing biedt gedurende een periode van twee jaar. Korter durende interventies leggen vaak veel druk op ouders om in een korte tijd voor een gezonde en veilige thuissituatie te zorgen. Ook de kinderen kunnen op deze manier langer van de mogelijkheden van het project genieten. Bij het onderzoeksproject, dat vooralsnog tot 2022 loopt, zijn elf verschillende gemeenten betrokken. Na 2022 wordt gekeken hoe verder te organiseren.

Ouderschap bespreekbaar maken

Ook Havinga pleit voor preventie. Volgens haar is voorkomen beter dan behandelen, aangezien het risico op herhaling of terugval erg groot is. Het bespreekbaar maken van ouderschap door GGZ-medewerkers helpt ouders de weg te vinden wanneer ze behoefte hebben aan ondersteuning of wanneer zich bij hun kinderen klachten voordoen. Omdat ouders met psychische problemen terughoudend kunnen zijn in het vragen van ondersteuning bij de opvoeding, kan actief aandacht hebben voor dit thema helpen om stigma en schaamte bij ouders te verminderen.

Depressie bij jongeren behandelen

Wanneer jongeren last hebben van depressieve klachten voelen ze zich vaak geïsoleerd en onbegrepen. Het is daarom belangrijk om met gespecialiseerde zorg op de problematiek in te spelen. Yes We Can Clinics is gespecialiseerd in meervoudige problematiek en behandelt daarom voornamelijk jongeren die te maken hebben met een combinatie van problemen. De klinische behandeling van Yes We Can Clinics is gericht op het behandelen van jongeren met psychische klachten zoals depressie, trauma’s, angststoornissen en eetstoornissen.

Naast de intensieve behandeling van de jongeren met een depressie wordt ook rekening gehouden met het verzorgingssysteem van de jongere. Om die reden worden de ouders en/of verzorgers nauw betrokken bij de behandeling. Tijdens de behandeling van de jongere vinden er vijf groepsbehandelingen plaats voor ouders en/of verzorgers. Ook aan de broers en zussen van de jongeren (fellows) in de kliniek wordt aandacht geschonken: tijdens de Yes We Too-dag krijgen broers en zussen vanaf 12 jaar uitleg over de kliniek en is er tijd om ervaringen te delen of vragen te stellen. Jongeren die de behandeling al hebben afgerond zijn tijdens deze dag aanwezig om op de juiste manier antwoord te kunnen geven op deze vragen. Lees meer over Yes We Can Clinics en de behandeling van depressie.

Bron: Yes We Can Clinics