Brede maatschappelijke heroverwegingen: Mantelzorg & inclusiviteit

0
1482
Senior Man Being Served Meal By Carer

Kosteneffectief zijn interventies zoals advies en ondersteuning voor mantelzorgers

In de toekomst staat het Nederlandse zorgstelsel voor grote uitdagingen, die de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg onder druk zetten. De vraag naar zorg zal door de vergrijzing verder stijgen. Dat leidt steeds vaker tot personeelstekorten. Aan de andere kant zien we dat het aantal mantelzorgers door de vergrijzing verder afneemt. Daarnaast blijven bij ongewijzigd beleid de zorguitgaven de komende jaren sterker stijgen dan de economische groei, waardoor andere overheidsuitgaven worden verdrongen. Er is daarmee urgentie om te bezien hoe het zorgstelsel meer toekomstbestendig kan worden vormgegeven. Kosteneffectief zijn interventies zoals advies en ondersteuning voor mantelzorgers

Gemeenten bieden op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) ondersteuning aan mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking.

Doel van de ondersteuning is om mensen mee te laten doen in de maatschappij en in staat te stellen thuis te blijven wonen. Daarnaast is er de Jeugdwet, waarin is vastgelegd dat gemeenten ondersteuning, hulp en zorg bieden voor minderjarigen en hun families bij onder andere opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen. Het doel is kinderen veilig en gezond op te laten groeien en te ondersteunen bij het zelfstandig meedraaien in de maatschappij.

Een goed mantelzorgbeleid van gemeenten kan ertoe leiden dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen

In de praktijk zit er een grijs gebied tussen de Wmo/Zvw en de Wlz; mensen die prima thuis kunnen blijven wonen met zorg en ondersteuning uit de Wmo en Zvw, maar ook in aanmerking kunnen komen voor de Wlz. Gemeenten kunnen met hun beleid de instroom in de Wlz op verschillende manieren beïnvloeden: zo kunnen gemeenten cliënten wijzen op de Wlz en een maatwerkvoorziening weigeren als mensen niet meewerken aan een aanvraag van een indicatie voor de Wlz. Gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars kunnen meer inzetten op vroegsignalering en preventie (bijv. valpreventie, opsporen mensen met hoog risico op vallen). Een goed mantelzorgbeleid van gemeenten kan ertoe leiden dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen, net als een aantrekkelijk woon(zorg)aanbod. Onduidelijk is wel in welke mate het gemeentelijk beleid effect heeft op de doorstroom naar de Wlz

In 2015 is de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg overgeheveld van het Rijk naar het gemeentelijk niveau

De sturingsfilosofie van de Wmo is maatwerk en een individuele aanpak, die in samenspraak tussen burger en gemeente wordt bepaald. Daarnaast zijn er ook algemene voorzieningen, zoals een boodschappenbus of maaltijdservice. Vormen van ondersteuning in de Wmo zijn begeleiding en dagbesteding, huishoudelijke hulp, maatschappelijke opvang, mantelzorgondersteuning en het bieden van beschermde woonomgeving voor mensen met een langdurige psychische stoornis. Bij jeugdzorg variëren de zorgvormen van preventie tot gedwongen opvang in gespecialiseerde jeugdzorg. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij de uitvoering van de Wmo en de jeugdzorg en zijn vrij in de besteding van de middelen. Ze leggen verantwoording af aan de gemeenteraad. Gemeenten kopen zelf zorg in bij zorgaanbieders en werken hierbij soms samen met andere gemeenten, bijvoorbeeld waar het meer gespecialiseerde zorg betreft.

Toenemende krapte op de arbeidsmarkt voor de zorg

De zorg is een arbeidsintensieve sector die kampt met een toenemend gebrek aan arbeidskrachten door de stijgende zorgvraag. Tegelijkertijd zijn de administratieve lasten in de zorg hoog en dat legt een fors beslag op de capaciteit van het beschikbare personeel. Vijftien procent van de beroepsbevolking in Nederland werkt nu in de zorg en dat is ruim hoger dan het OESO-gemiddelde van 10%. De prognose is dat de komende jaren jaarlijks 40.000 extra personeelsleden in de zorg nodig zijn om aan de stijgende zorgbehoefte te voldoen. De meeste personeelstekorten zullen zich voordoen in de verpleging en verzorging. Daar komt bij dat het aantal mogelijke mantelzorgers (aantal 50-74-jarigen per 85-plusser) daalt. Het CPB verwacht dat de werkgelegenheid in de zorg in de periode 2021-2025 jaarlijks toeneemt met 2,1%. De sterke vraag naar personeel in de zorg absorbeert de groei van het arbeidsaanbod volledig, waardoor de werkgelegenheid in de marktsector niet meer kan groeien. Alle mensen die de arbeidsmarkt betreden zijn dan nodig in de zorg. Bij ongewijzigd beleid is de voorspelling dat in 2040 één op de vier mensen in de zorg moet werken om in de toenemende zorgvraag te voorzien.

Meer maatwerk bij indicatiestelling langdurige zorg

Ook binnen de bestaande structuur van de Wlz, is het mogelijk om bij de levering van zorg meer uit te gaan van de daadwerkelijke behoefte. Dit is een alternatief op overheveling van de langdurige zorg naar gemeentes. Het is mogelijk om bij de indicatiestelling van de Wlz-zorg, net als bij de Wmo, rekening te houden met de sociale context en mantelzorg. Dit heeft voor de mogelijke mantelzorgers een vrijwillig karakter. De cliënt krijgt dan de keuze tussen een integraal pakket of zorg op maat en kan hierin vrijwillig een keuze maken. Een verdergaande variant is het omzetten van het verzekerde recht op zorg binnen de Wlz in een voorziening waarbij de cliënt zorg op maat krijgt en rekening wordt gehouden met het sociale netwerk en mantelzorg. Zorgvormen die vanuit het sociaal netwerk kunnen worden geleverd zoals dagbesteding, persoonlijke begeleiding en huishoudelijke hulp worden dan, als die mantelzorg beschikbaar is, niet vanuit de Wlz geleverd.

Maatregelen
  • De maatregel betreft het verminderen prikkels voor gemeenten om kosten te verschuiven naar de Wlz. Gemeenten krijgen extra (minder) middelen als er minder (meer) mensen in de Wlz terecht komen.
  • Een gemeente die het goed doet en voor meer mensen zorg en ondersteuning levert, zou ook meer middelen moeten krijgen. Een gemeente waarin meer mensen naar de Wlz uitstromen heeft daardoor relatief minder mensen in de Wmo en daarvoor ook minder middelen nodig. De Wmo en de Wlz worden hierdoor meer communicerende vaten.
  • Een verhoging/verlaging van het budget hangt af van de verandering van de instroom in de Wlz. De verandering in de instroom in de Wlz, en daarmee verandering in de Wmo/Zvw, kan op twee manieren worden bepaald: Aan de hand van objectieve indicatoren
  • Aan de hand van objectieve factoren (gemiddelde leeftijd, medicijngebruik, zorggebruik etc) zou per gemeente bepaald kunnen worden wat de verwachte instroom voor de Wlz zou zijn. Afwijking van dat aantal zou dan de impact zijn van gemeentelijk beleid en dus bepalend zijn voor de vergoeding die gemeenten ontvangen.
  • Dit is anders dan de huidige objectieve verdeelmodellen binnen het gemeentefonds waarbij op basis van historische gegevens qua Wmo-uitgaven per gemeente en objectieve kenmerken de uitgaven per gemeente worden bepaald en het totale beschikbare budget wordt verdeeld. In de praktijk is het echter lastig om objectief, per gemeente, vast te stellen hoeveel mensen gaan instromen in de Wlz. Aan de hand historische instroomgegevens.
  • Gemeenten hebben een prikkel om deze geïntegreerde zorg scherper in te kopen en zullen bovendien bij de indicatiestelling rekening houden met de sociale omstandigheden, zoals de aanwezigheid van een potentiële mantelzorger.
  • Het alternatief is om op basis van historische gegevens de instroom naar de Wlz te bepalen. Hierbij wordt gekeken wat de instroom in de Wlz was in een jaar en wordt dit als basis genomen voor het budget in een volgend jaar. Als de werkelijke instroom minder is, worden gemeenten beloond voor de afname.
  • Een aandachtspunt hierbij is demografie: omdat de samenleving vergrijst, zal de instroom in de Wlz zonder maatregelen stijgen. Hiervoor wordt op dit moment ook rekening gehouden in de ramingen van de Wlz en de Wmo. Dit kan ook worden meegenomen bij het bepalen van de verwachte instroom in de Wlz.