Thuiswerken leidt tot beter welzijn, maar vaak lagere beoordeling

Thuiswerkers ervaren minder tijdsdruk en voelen zich daardoor beter. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van bedrijfswetenschapper Maral Darouei van de Universiteit Leiden. Promotie op 9 juni 2020.

Thuiswerken in de volle aandacht

Thuiswerken, dat sinds de coronacrisis in de volle aandacht staat, neemt een belangrijke plaats in binnen het onderzoek van Darouei. Wat zijn de effecten van ‘het nieuwe werken’ op het welzijn van de werknemer? En wat zijn de gevolgen voor de beoordeling door de leidinggevende? Darouei’s onderzoek laat zien dat werknemers op dagen dat ze thuis werken minder tijdsdruk en werk-familie-conflict ervaren, wat de volgende ochtend resulteert in een hoger niveau van werkgerelateerd welzijn. Daarmee draagt thuiswerken bij aan een duurzame carrière.

Toch kan thuiswerken ook nadelige effecten hebben. Werknemers die besluiten om regelmatig thuis te werken krijgen lagere prestatiewaarderingen, omdat leidinggevenden hun werkcentraliteit (het belang dat mensen in hun leven hechten aan werk) en betrokkenheid bij de organisatie als lager ervaren. Het hebben van kinderen, het geslacht en het eigen thuiswerkgedrag van de werknemer spelen daarbij een grote rol: vooral thuiswerkers zonder kinderen worden lager gewaardeerd en het zijn met name mannelijke leidinggevenden die zelf nooit vanuit huis werken die thuiswerkers lager beoordelen.

Zelfstandige ondernemers gezonder

Darouei onderzocht ook hoe zelfstandig ondernemerschap de duurzaamheid van een carrière beïnvloedt. Ze stelt vast dat zelfstandige ondernemers, door meer flexibiliteit in hun werktijden, gezonder zijn en dat hun gezondheidstoestand stabieler is over de jaren. Deze resultaten suggereren dat zelfstandigen beter in staat zijn om een duurzame carrière op te bouwen en dat het van belang is om verschillende groepen werknemers te bestuderen om meer inzicht te verkrijgen in duurzame loopbanen.

Tot slot kijkt Darouei naar de reactie van vrouwen op maatschappelijke normen en externe barrières (bijvoorbeeld een gebrek aan promotiekansen) als het gaat om het accepteren van een risicovolle leiderschapspositie (een glass cliff-positie). Vrouwen met weinig vertrouwen in de eigen bekwaamheid blijken meer geneigd te zijn om een risicovolle leiderschapspositie te accepteren, omdat ze de positie als een promotiekans zien. Het accepteren van zo’n positie kan het pad van vrouwen naar een duurzame carrière in gevaar brengen, omdat risicovolle leiderschapsfuncties de kans op het bereiken van leiderschapsbanen in de toekomst verkleinen.

Darouei, die in 2016 begon met haar promotieonderzoek bij de afdeling Bedrijfswetenschappen, hoopt met haar onderzoek een nuttige bijdrage te leveren aan de zoektocht naar een succesvolle carrière. ‘De bevindingen van mijn proefschrift zijn van waarde voor werknemers die zich bezighouden met het managen van een duurzame carrière en voor organisaties en beleidsmakers die voor de uitdaging staan om duurzame loopbanen te bevorderen.’

Bron: Universiteit Leiden