Cliëntenwillen meer inspraak in hun diagnose en behandeling

MIND onderzoek onder ggz-panel wijst uit

Cliënten willen meer inspraak in hun diagnose en behandeling

Twee op de drie cliënten beslist niet mee in de diagnose en de behandeling van hun psychische problemen. Cliënten willen goede informatie over hun diagnose, samen met hun behandelaar doelen stellen en kiezen uit de behandelmogelijkheden. Meer inspraak van cliënten en naasten is gewenst en essentieel voor het slagen van de behandeling.

Dit blijkt uit onderzoek onder cliënten en naasten door MIND. MIND pleit ervoor om de hele leefsituatie van decliënt bij de diagnose te betrekken en regelmatig te evalueren.

Brede kijk op cliënt

Cliënten vinden het belangrijk dat niet alleen gekeken wordt naar de aandoening, maar dat de behandeling aansluit bij hun hele context. In een bredere diagnose wordt niet alleen naar de aandoening (ook wel classificatie of DSM-categorie genoemd) gekeken,maar naar iemand als geheel. Dat wil zeggen naar het hele spectrum van ggz-aandoeningen, verslavingsaspecten, KOPP/KOV problematiek, somatische klachten en andere levensdomeinen zoals werk, gezin en financiën. Al deze aspecten zijn van invloed op iemands mentale welzijn. Naast aandachtspunten, biedt een brede kijk ook kansen. Wanneer iemand bijvoorbeeld uit een hecht en stabiel gezin komt, zitten daarin ook mogelijkheden voor herstel.

Cliëntverhaal en niet de aandoening als uitgangspunt

Behandelaren leggen volgens de meerderheid (60%-69%) goed uit wat een diagnose is en hoe zij daartoe zijn gekomen, kijken bij het stellen van een diagnose naast de psychische problemen ook naar de context en vragen aan de cliënt of deze zich in de diagnose kan vinden.De helft van de cliënten geeft echter aan dat de DSM-categorie bepalender is voor de behandeling dan het eigen verhaal. Dat strookt niet met wat cliënten belangrijk vinden, namelijk zelf een verhaal vertellen zonder vragenlijst (86%) en verder kijken dan alleen psychische problemen (85%).MIND pleit ervoor om de behoefte van de cliënt als uitgangspunt voor de behandeling te nemen.

Cliënt wil samen beslissen

Voor meer dan 60% van de cliënten geldt dat hulpverleners niet helder maken dat er beslissingen moeten worden genomen in het behandeltraject. Zij worden niet gevraagd of ze betrokken willen worden in het nemen van deze beslissingen en krijgen geen uitleg dat een naaste hierin een rol kan spelen.Ook worden zij onvoldoende gewezen op hulpmiddelen voor zelfmanagement en organisaties die werken vanuit de eigen ervaring zoals lotgenotencontactgroepen en andere cliëntinitiatieven. Cliënten vinden het juist heel belangrijk om samen met behandelaren beslissingen te nemen. Bij de diagnose gaat het om ‘wat is je probleem en hoe is dat gekomen’. Bij de indicatiegaat het over ‘waar wil je aan werken en wat pakken we aan’. In de behandeling wordt bepaald ‘wat gaan we doen en met welk gewenst resultaat’. Door samenwerking past de behandeling beter bij de wensen, voorkeuren en situatie van de cliënt en neemt het eigenaarschap van de cliënt toe. Samen beslissen is behalve een wens, essentieel voor het slagen van de behandeling.

Evalueer regelmatig en stel de diagnose bij

De diagnose is een momentopname. Om aan te sluiten bij veranderingen in iemands leven en diens behoefte, iseenregelmatigeevaluatie van de diagnose gewenst. De meerderheid van de respondenten geeft aan dat er gedurende het zorgtraject niet regelmatig geëvalueerd wordt of de diagnose nog klopt (57%) of dat de behandeling aansluit bij wat cliënten willen bereiken (59%). Hier ligt verbeterruimte, want 84% van de cliënten vindt evaluatie van de diagnose heel belangrijk en 93% van de cliënten vindt het evalueren van de aansluiting tussen behandeling en behandeldoelen heel erg belangrijk. Regelmatige toetsing en eventuele aanpassing van de diagnose is wenselijk om verkeerde en/of onnodige behandeling te voorkomen.

Continuïteit van de behandelaar

Helaas komt wisseling van behandelaar regelmatig voor. Uit het onderzoek blijkt 80% van de cliënten van behandelaar is gewisseld, waarbij 70% van de cliënten aangeven dat zij vervolgens hun verhaal opnieuw moeten doen en een kleine meerderheid (59%) aangeeft dat zij in hun relatie met de behandelaar niet merken dat er een goede overdracht is geweest. Voor de behandeling is een goede band en vertrouwen in de behandelaar essentieel. MIND pleit voor behoud van personeel en continuïteit in de behandeling.

Onderzoek

Om de kwaliteit van de zorg te verhogen, maakt MIND deel uit van de alliantie AKWA GGZ. In deze alliantie werken patiënten, hun naasten, professionals en aanbieders samen aan een betere kwaliteit van zorg in de ggz. In voorbereiding op de ontwikkeling van de generieke module diagnostiek heeft MIND in juni 2020 een vragenlijst uitgezet onder haar GGZ-panel naar de wensen en behoeften van cliënten. In totaal deden 752 cliënten en naasten aan het onderzoek mee. De resultaten van het onderzoek heeft MIND inmiddels in de module verwerkt en brengen wij onder de aandacht van beleidsmakers en hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg.

Bron: MIND

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.