4e Nationale (Ont)Regelmonitor: meerderheid zorgverleners: beleid regeldruk moet om

‘Onzinnige regels’ drukken nog steeds zwaar op zorgverleners’

Bijna vier jaar na de start van (Ont)Regel de Zorg, zijn zorgverleners pessimistischer dan ooit over de voortgang van het terugdringen van de regeldruk: maar liefst 70% heeft er (heel) weinig vertrouwen in dat de regeldruk in de zorg daadwerkelijk wordt teruggedrongen. Hoewel zorgverleners dankzij alle inspanningen iets meer tijd hebben voor patiënten, is de mate van ‘disfunctionaliteit’ van de regels vrijwel gelijk aan het niveau van de 1e meting van de (Ont)Regelmonitor, begin 2019.

Verzekeraars veruit de belangrijkste veroorzakers van regeldruk

Opnieuw zijn de verzekeraars volgens de zorgverleners veruit de belangrijkste veroorzakers van de regeldruk. Met het oog op de aanstaande verkiezingen geeft maar liefst 92% van de zorgverleners aan dat reductie van regeldruk op de agenda van het nieuwe kabinet moet komen te staan. 60% geeft aan dat het huidige beleid ten aanzien van regeldruk op de schop moet. Dat zijn de belangrijkste uitkomsten van de vierde meting van de Nationale (Ont)Regelmonitor, een initiatief van VvAA, collectief van ruim 124.000 zorgverleners.

‘Onzinnige’ regels

Het doel van het initiatief (Ont)Regel de Zorg, in 2017 gestart door VvAA in samenwerking met HRMO, en in mei 2018 geadopteerd door het ministerie van VWS, was om ‘onzinnige’ regels, die niet bijdragen aan de kwaliteit van zorg, terug te dringen. De 4e editie van de (Ont)Regelmonitor laat zien dat er de afgelopen jaren is ‘geschaafd’ aan de regeldruk: langzaamaan neemt de tijd die zorgverleners kwijt zijn aan regels af en kunnen zij er iets beter mee omgaan.

Echter, de mate van disfunctionaliteit van de regels is vrijwel ongewijzigd sinds begin 2019. Oftewel, eind 2020 drukken ‘onzinnige’ regels, die niet bijdragen aan de kwaliteit van zorg, nog steeds zwaar op zorgverleners. De frustratie van zorgverleners hierover is terug te zien in hun perceptie van het (ont)regelproces: 61% geeft aan overwegend ontevreden te zijn over het terugdringen van de regeldruk. Niet eerder gaf zo’n groot percentage (70%) aan (heel) weinig vertrouwen te hebben in verbetering.

‘Vertrouwen en vakmanschap als uitgangspunt’

De onvrede van zorgverleners en hun gebrek aan vertrouwen in verbetering vertaalt zich naar de wens van 91% van de zorgverleners om het regeldrukdossier op de politieke agenda te houden. Daarvoor is het volgens een ruime meerderheid (60%) van de zorgverleners wel nodig dat het nieuwe kabinet een andere aanpak kiest. Deze wensen sluiten naadloos aan bij de plannen van vrijwel alle politieke partijen om de regeldruk in de zorg terug te dringen en meer waardering en vertrouwen te geven aan zorgverleners, zoals ook bleek uit de analyse van de verkiezingsprogramma’s die de Argumentenfabriek in samenwerking met VvAA recentelijk uitvoerde.

Tijmen Hiep, tandarts en bestuurslid VvAA: “Regeldruk in de zorg is een taai dossier en dat laat ook deze 4e (Ont)Regelmonitor zien. Wij zijn blij dat politieke partijen dit dossier op hun vizier hebben maar we kijken ook met belangstelling uit naar concrete oplossingsrichtingen.

Het is belangrijk dat vrijwel alle partijen pleiten voor meer vertrouwen in en waardering voor zorgverleners. Vertrouwen en vakmanschap zouden wat ons betreft het uitgangspunt van een nieuw beleid moeten vormen. Komende periode gaan wij vanuit VvAA in gesprek met onze leden over hún visie op de organisatie van ons zorglandschap en de wijze waarop zij hun vak kunnen uitoefenen op basis van vakmanschap en vertrouwen en zónder bureaucratie. De uitkomsten daarvan delen we uiteraard graag met het nieuwe kabinet.” 

Verzekeraars opnieuw grootste veroorzakers regeldruk

De grootste vooruitgang in het terugdringen van de regels werd geboekt bínnen de éigen organisatie (13%). Verzekeraars worden, net als in alle voorgaande edities van de Nationale (Ont)Regelmonitor, nog steeds als belangrijkste veroorzaker van de regeldruk aangewezen: 44% van de zorgverleners geeft aan dat verzekeraars de belangrijkste veroorzakers zijn van de regeldruk in de zorg, op afstand gevolgd door 16% ICT systemen en wetgeving (13%).

COVID-19 enigszins effect op regeldruk

In deze monitor werd ook gekeken naar het effect van COVID-19 op de regeldruk. 41% geeft aan dat de pandemie enigszins effect heeft gehad en 16% is van mening dat dat effect (heel) groot is geweest. Concrete voorbeelden van deze effecten waren dat er minder geadministreerd hoefde te worden en dat overbodige procedures en formulieren werden geschrapt.  

Over de 4e Nationale (Ont)Regelmonitor

In opdracht van VvAA is de (Ont)Regelmonitor uitgevoerd door Triple i Human Capital onder leiding van professor doctor Wilmar Schaufeli (Universiteit Utrecht en KU Leuven). Ruim 2300 zorgverleners namen deel aan de vierde meting van de Nationale (Ont)Regelmonitor. De medisch specialisten (639), huisartsen (435) en fysiotherapeuten (441) waren daarbij het best vertegenwoordigd. Onder de overige deelnemers aan de monitor bevonden zich onder meer tandartsen (146),  psychologen en psychotherapeuten (143), artsen in opleiding, verpleegkundigen en verzorgenden. Ook is deze keer gekeken naar het perspectief van ondernemende zorgverleners op de regeldruk: onder de deelnemers bevonden zich ruim 1400 zorgondernemers. Gemiddeld hebben zij 6,3 medewerkers in dienst en 1 zzp’er. Voor meer informatie, zie www.vvaa.nl/ontregelmonitor

Over VvAA

Als collectief van ruim 124.000 zorgverleners is VvAA de stem en steun van zorgverleners in Nederland. In 1924 gestart door drie artsen die vonden dat ze samen sterker stonden, is de organisatie inmiddels uitgegroeid tot een collectief van ruim 124.000 leden. Gezamenlijk laten we onze stem horen op zorgbrede onderwerpen als bezieling in de zorg, vrije artsenkeuze en vermindering van bureaucratie. Daarnaast ondersteunt VvAA individuele leden en hun zorgondernemingen in de vorm van kennisdeling, advies, ontwikkeling, verzekeringen en andere beroepsspecifieke dienstverlening. Afgestemd op hun situatie en mede ontwikkeld door en voor zorgverleners. Kijk op www.vvaa.nl voor meer informatie.

Bron: VvAA