Strafuitsluiting voor verblijf hulpverleners in terroristisch gebied

0
421

De Nederlandse en Europese samenleving moet beschermd worden tegen het gevaar van terugkeerders uit door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden. Verblijf daar gaat in veel gevallen gepaard met (desnoods gedwongen) vereenzelviging met het gedachtengoed van de organisaties die daar de dienst uitmaken. Daarom is op dit moment een wetsvoorstel aanhangig bij de Eerste Kamer waarin dat verblijf strafbaar wordt gesteld.

Maar dit mag niet verhinderen dat humanitaire hulpverleners en journalisten naar het gebied kunnen afreizen om humanitaire hulp te bieden of nieuws te vergaren. Daarom wordt voor hen een strafuitsluitingsgrond geïntroduceerd voor verblijf in terroristisch gebied. Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Eerste Kamer.

Het is cruciaal dat humanitaire hulpverleners en journalisten hun belangrijke werk in alle gebieden in de wereld kunnen doen. In het wetsvoorstel dat verblijf in door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden strafbaar stelt en nu in de Eerste Kamer ligt, is daarom een generieke ontheffingsmogelijkheid via een toestemmingsprocedure geregeld. Naar aanleiding van inbreng uit het parlement, van journalisten en van hulpverleningsorganisaties is echter besloten een afzonderlijk wetsvoorstel voor te bereiden. In dat wetsvoorstel is een strafuitsluitingsgrond opgenomen voor Nederlanders die uitsluitend in het gebied verblijven om activiteiten te verrichten als hulpverlener werkzaam voor een onpartijdige humanitaire organisatie, of als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring. Daarmee kunnen deze personen verblijven in aangewezen gebieden zonder dat zij daarvoor strafbaar zijn. En hoeven ze vooraf geen toestemming/ontheffing te vragen. Zo kunnen hun onafhankelijkheid en neutraliteit beter gewaarborgd worden. Die kunnen noodzakelijk zijn voor een goede en veilige uitoefening van hun werk.

Voor personen die belang hechten aan meer rechtszekerheid vooraf, bijvoorbeeld omdat zij twijfelen over of zij een beroep kunnen doen op de strafuitsluitingsgrond, geldt dat zij ook nog altijd gebruik kunnen maken van de toestemmingsprocedure. Hiermee kan een goede balans gevonden worden tussen enerzijds het belang van onafhankelijke en veilige hulpverlening en journalistiek en anderzijds het vereiste van rechtszekerheid.

De vormgeving van de strafuitsluitingsgrond zal in de komende tijd nader worden uitgewerkt. Daarbij zal afstemming gezocht worden met alle relevante partijen, waaronder humanitaire hulpverleningsorganisaties, vertegenwoordigers van de journalistiek en het Openbaar Ministerie. Vervolgens zal dit wetsvoorstel de formele wetgevingsprocedure doorlopen. Vanwege de veiligheid van de samenleving en om verdere vertraging te voorkomen, verzoekt de minister de Eerste Kamer om het wetsvoorstel waarin de strafbaarstelling is opgenomen separaat voort te zetten. Het zal pas in werking treden als ook de strafuitsluitingsgrond is aangenomen door beide Kamers.

Bron: Rijksoverheid

Vorig artikelLong COVID: een nieuwe variant van de bestaande ziekte ME
Volgend artikelGent keurt masterplan voor de toekomst van de ziekenhuiscampus goed
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.