Nederland Europees kampioen opkomst bevolkingsonderzoek darmkanker

0
387

Het opkomstpercentage van het bevolkingsonderzoek darmkanker is in Nederland hoger dan in andere landen in Europa. Dat blijkt uit een onderzoek naar darmkankerscreening in 21 Europese landen, waarin mede geput is uit de Nederlandse Kankerregistratie. Screening draagt bij aan vroege opsporing van darmkanker en speelt daarmee een belangrijke rol in het reduceren van de sterfte aan de ziekte, zo concluderen onderzoekers in Lancet Oncology.

Binnen Europa is veel verschil in de aanpak van darmkankerscreening. Het onderzoek, waar prof. dr. Valery Lemmens en dr. Marloes Elferink van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) een bijdrage aan leverden, brengt in kaart welke veranderingen er zijn op het gebied van incidentie, sterfte en stadium in relatie met de verschillende screeningsmethoden.

Iedereen in Nederland tussen de 55 en 75 jaar wordt tweejaarlijks uitgenodigd om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek, ruim 70 procent doet dat. Deelnemers sturen een ontlastingsmonster in, waarna via een test (FIT) gemeten wordt of er bloedsporen aanwezig zijn in de ontlasting. Indien dat het geval is volgt een coloscopie (kijkonderzoek van de darm). De opkomstcijfers van andere landen met een soortgelijk screeningsprogramma (België en Denemarken) liggen lager.

Sterfte daalt

De vraag of darmkankerscreening effectief is hangt samen met de vraag in hoeverre de sterfte aan darmkanker daalt. Darmkanker ontstaat uit poliepen, en het kan 10 tot 15 jaar duren voordat een poliep zich ontwikkelt tot darmkanker. De totale effecten op sterfte zijn daarom pas goed in te schatten wanneer een bevolkingsonderzoek gedurende een langere tijd loopt. In Nederland is het bevolkingsonderzoek in 2014 gefaseerd gestart en in 2019 is iedereen binnen de screeningsleeftijd uitgenodigd. In landen waar al langer gescreend wordt op darmkanker is de sterftereductie hoger dan in Nederland. In Oostenrijk neemt het aantal sterfgevallen bij mannen op jaarbasis gemiddeld met 3,2 procent af en bij vrouwen met 3,5 procent. In Tsjechië is dat respectievelijk 3,8 en 3,9 procent. Lemmens: ‘Deze landen screenen anders dan in Nederland, dus een één op één vergelijking is lastig te maken. Maar het stemt wel hoopvol dat in landen waar al langer gescreend wordt er een duidelijke daling van de sterfte is te zien.’

Nederland: eerst meer darmkankerdiagnoses, daarna minder

Kort na de invoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker in Nederland is een stijging in het aantal darmkankerdiagnoses te zien. Elferink: ‘De cijfers laten een duidelijke stijging zien in het aantal tumoren in een vroeg stadium (stadium I). Darmkanker bevindt zich dan in een beginnend stadium en geeft vaak nog geen klachten. Wanneer er geen screening was geweest had een aantal van deze patiënten zich dus waarschijnlijk later met klachten gemeld bij de huisarts. In een vroeg stadium is darmkanker beter behandelbaar, dus in zekere zin is die toename van het aantal darmkankerdiagnoses goed nieuws.’ Sinds 2016 daalt het aantal darmkankerdiagnoses. Elferink: ‘Tijdens de screening zijn ook veel zogeheten advanced adenomen gevonden. Dat zijn verdachte poliepen die kunnen doorgroeien tot darmkanker. Doordat deze poliepen via het bevolkingsonderzoek zijn opgespoord en verwijderd, neemt ook het aantal nieuwe gevallen van darmkanker af.’

De zogeheten incidentiecijfers komen overeen met landen die net als Nederland later zijn gestart met darmkankerscreening, bijvoorbeeld in België en Denemarken.

Europese verschillen

In alle landen waar systematisch wordt gescreend met een FIT (zoals in Nederland) wordt darmkanker vaker in een vroeg stadium opgespoord dan bij landen waar men opportunistisch screent (onder andere Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk. Screening gebeurt daar op verzoek van de arts of de patiënt). Lemmens: ‘De cijfers in Nederland wijzen de goede kant op. Het aantal darmkankerdiagnoses neemt af en ook wijzen de cijfers er op dat de sterfte aan darmkanker door invoering van het bevolkingsonderzoek af zullen nemen. Het aantal patiënten waarbij de ziekte in een later stadium wordt gevonden neemt af, en in een laat stadium is de kans op overlijden groter. De effecten op totale sterfte blijven we monitoren.’

Publicatie in Lancet Oncology: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34048685/

Bron: IKNL

Vorig artikel@ease opent vestiging op VU Campus Uilenstede
Volgend artikel‘Teamreflectie noodzakelijk voor zorgprofessionals’
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.