Presentatie Zorgboek Osteoporose

0
256

Woensdag 18 mei 2011, Amstelzaal VU Medisch Centrum, presentatie Zorgboek Osteoporose
Na intensief samenwerken in een multidisciplinair team is in drie jaar de 3de herziene CBO richtlijn Osteoporose en Fractuurpreventie tot stand gekomen. Uniek is dat deze richtlijn nog niet gedrukt is en naar buiten gebracht, maar al wel is vastgelegd in het Zorgboek Osteoporose, patentenrichtlijn osteoporose en het voorkomen van botbreuken.

Advertentie

Tijdens de presentatie van het zorgboek benadrukt Marjan van der Zalm, voorzitter van de Osteoporose Vereniging de belangrijkste verbeterpunten ten opzichte van de oude richtlijn. Meegenomen zijn dit keer de onderwerpen valpreventie, medicatie na 5 jaar, onderscheid osteopenie en osteoporose, gebruik van calcium en vitamine D, lifestyle (bewegen en voeding) en werk met osteoporose.

Met het verschijnen van het zorgboek zijn alle aspecten over het leven met osteoporose in één naslagwerk terug te vinden. Van der Zalm benadrukt dat tot op heden osteoporose patienten vaak niet serieus worden genomen en moeilijk professionele hulp kunnen vinden. Met deze herziening van de CBO richtlijn moet er nu erkenning ontstaan voor het feit dat osteoporose een chronische aandoening is. Op dit moment zijn er 800.000 osteoporose patienten in Nederland, de verwachting is dat dit de komende drie jaar over het miljoen zal zijn. Als voorbeeld stelt van der Zalm de eigen ervaring met haar huisarts, die haar een paar maanden door liet lopen met een gebroken been, terwijl bij hem bekend was dat zij aan osteoporose lijdt.

Prof. Dr. Willem Lems, reumatoloog en voorzitter van de CBO richtlijn commissie www.cbo.nl stelt dat de herziene richtlijn mede dankzij de enorme inspanningen van de osteoporose vereniging tot stand is gekomen. Het is de eerste keer dat een patientenvereniging deel  uitmaakt van de richtlijn commissie. Ondanks de interne problemen bij de patientenvereniging en de succesvolle herstart daarvan en ondanks het failliet gaan van het CBO is deze richtlijn tot stand gekomen, met subsidie van ZonMw. Nieuwe toetreder tot de commissie is ook de Nederlandse Orthopedie Vereniging, de eerste keer dat een snijdende professie deel uitmaakt van deze groep.

Lems stelt dat er 80.000 botbreuken per jaar zijn in Nederland ten gevolge van een val, en dat maar bij minder dan 10% onderzoek wordt gedaan naar onderliggende osteoporose. De herziene richtlijn moet hier verandering in brengen. Bij alle 50-plus patienten met een botbreuk moet nu een DEXA (botdichtheidsmeting) worden gedaan. Uit onderzoek blijkt dat bij 60% van deze groep sprake is van een lage T-score, de indicatie voor osteoporose.

Voor het eerst is er ook aandacht voor de middengroep, patienten met een T-score -2,5 <> -1.0, de osteopenie groep. Voorheen werd nader onderzoek niet aanbevolen. De herziene richtlijn geeft nu aan dat in geval van een fractuur en bij een leeftijd boven de 60 jaar verplicht een onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van een wervelfractuur. Een wervelfractuur gaat namelijk niet altijd met symptomen gepaard, maar kan wel degelijk aanwezig zijn. Indien dat het geval is wordt behandeling van de osteopenie aanbevolen om nadelige gevolgen op termijn te voorkomen. Een inzakking van 20% van de wervelkolom is direct aanleiding tot behandeling. Bij 20% van de osteopenie patienten blijkt daarvan sprake.

In geval vallen de oorzaak is van de fractuur bij 50-plus patienten wordt nu ook aanbevolen om onderzoek te doen naar het risico op recidief valincidenten. De interventie is gericht op de spierkracht en balans, de medicatie, het gezichtsvermogen en het niveau van vitamine D. Dit laatste is een indicatie voor de spierkracht. Van genoemde factoren is bewezen dat interventie resulteert in minder botbreuken. Van overige risicofactoren is nog niet wetenschappelijk aangetoond dat interventie tot minder botbreuken leidt. Dit staat los van het feit dat interventie op basis van overige risicofactoren wel degelijk tot minder valincidenten kan leiden. Uit het OHRA valpreventieproject blijkt dat interventie op basis van 11 risicofactoren leidt tot 35% minder valincidenten, met of zonder botbreuk.

Uit internationale literatuur is een fractuurrisicoanalyse samengesteld. Een score van 4 op een totaal van 14 geeft aanleiding tot nader medisch onderzoek. De zogenaamde FRAX ( www.shef.ac.uk/FRAX ) score, een 10 jaar risico bepaling voor de kans op een fractuur is niet overgenomen. Beperkingen zijn het ontbreken van valrisico en het gebruik van corticosteroïden. Het CBO heeft daarom een nieuwe fractuurrisicoanalyse gemaakt.

Aanzienlijke aanpassing in de herziene CBO richtlijn is het advies over de Vitamine D inname. Deze is verhoogd van 400IE per dag naar 800IE. Plus het advies dat bewoners van verzorging- en verpleeghuizen ook deze dosis van 800IE per dag zouden moeten innemen. Voedingspatroon, gebruik van melkproducten speelt daarbij een ondergeschikte rol.

Lems geeft aan dat van alle huidige 8 soorten van medicatie voor de behandeling van osteoporose een significante reductie van het aantal wervelfracturen is aangetoond. Deze zijn alle geschikt voor de behandeling, waarbij een afweging moet worden gemaakt welke vorm van toediening de voorkeur verdient. Alendronaat en risedronaat, beiden per os, zijn eerste voorkeur. Van beide middelen is namelijk ook een significante reductie van het aantal heupfracturen aangetoond. Tweede voorkeur hebben zoledronaat, per  infuus en denosumab, subcutaan toe te dienen. Van de overige 4 middelen is niet aangetoond dat deze tot significante reductie van het aantal heupfracturen leiden.

Voor het eerst is er een advies opgenomen dat niet op wetenschappelijke basis is onderbouwd (evidence based), maar op basis van de expert opinion van de osteoporose vereniging. Uit onderzoek is bekend dat de therapietrouw na verloop van tijd zeer slecht is. Uniek in de herziene richtlijn is het opnemen van een herevaluatie na 5 jaar therapie.

Details van de herziene 3de richtlijn Osteoporose zijn te vinden op de website van het CBO, www.cbo.nl en kunnen in een pdf bestand gedownload worden. Zoek daarvoor onder alle richtlijnen op alfabetische volgorde. Een gedrukte versie zal later beschikbaar komen.

Het Zorgboek Osteoporose is een uitgave van de Stichting September. Dan Coene, directeur van deze stichting benadrukt het belang van het vroege verschijnen van dit zorgboek. Met dit boek in de hand kan de patient in gesprek gaan met de behandelend arts. Ook dat is uniek, vanwege de nauwe samenwerking met CBO en Osteoporose Vereniging. De toegenomen mondigheid van patienten, patient empowerment, en de veranderende rol van de arts, nu in gesprek met de patient, in plaats van als allesweter op zijn troon, zal volgens Coene leiden tot een andere en meer op de patient gerichte behandeling.  Een trend die ook voor andere chronische ziekten in opkomst is.

Het Zorgboek Osteoporose is zeer volledig. Het is alleen jammer dat op de eerste pagina’s weliswaar mooie afbeeldingen van bloemen die tekst voor mensen met minder goed zicht moeilijk leesbaar maakt. Het is verkrijgbaar via de apotheek, of te bestellen via www.boekenoverziekten.nl De prijs is € 18.50

Voor meer informatie kunt u ook terecht bij de Osteoporose Vereniging, www.osteoporosevereniging.nl

Rene Luigies

advertentieEinde Bericht ___________________________________________
DELEN
Vorig artikelVerplegend personeel enthousiast over videobezoek
Volgend artikelKlinische consequenties van immunogeniciteit
Rene is consultant op het snijvlak productontwikkeling en gezondheidszorg/projectmanager valpreventiebus/multitasker/outofthebox denker/innovator/ Eusamed bv/ Op twitter@Lodewijkjes Netherlands, Rijswijk (Gld) René Luigies heeft 30 jaar ervaring in nationale- en internationale marketing en business development in de medische sector. Die ervaring strekt zich uit van de farmaceutische industrie tot de medische apparatuur. In 2001 startte hij zijn eigen bedrijf in Nederland. Na de succesvolle introductie van een product op het gebied van pijnbestrijding, heeft dit bedrijf zich verder ontwikkeld tot specialisatie op het snijvlak van product ontwikkeling en gezondheidszorg. Bekende succesvolle producten zijn de OHRA valpreventiebus en de OOGbus van het Oogzorgnetwerk en CZ. Binnen het bedrijf is een groot netwerk aanwezig met de belangrijkste stakeholders in de gezondheidszorg, zoals zorgverzekeringen en overkoepelende organisaties, overheid, zorgverleners, hogescholen, universiteiten en het MKB. Op dit moment wordt dit netwerk ingezet voor eigen consultancy activiteiten, en voor zijn functie als zorginnovatiemakelaar voor Health Valley. Een volledig cv is te vinden op LinkedIn: http://nl.linkedin.com/in/reneluigies En René Luigies is te volgen op twitter: @Lodewijkjes Valpreventie2.0 In 2007 is het OHRA valpreventie project gestart. Dit was het resultaat van een product concept dat ik samen met iemand uit de thuiszorg en een huisarts aan OHRA presenteerde. OHRA heeft dit project volledig gefinancierd. Dit project is volledig door mij opgezet en uitgewerkt, respectievelijk gemanaged. Ook de uitwerking van de resultaten zijn door mij gedaan. Het OHRA valpreventieproject heeft geresulteerd in een afname van 35% van het aantal valincidenten op een groep van 1561 mensen. De kosten voor de landelijke uitrol bleken te hoog voor zorgverzekeraar CZ, die OHRA heeft overgenomen. Daarmee staakte het project. In het kader van eHealth heb ik toen Valpreventie2.0 bedacht. Een internet applicatie, waarmee ouderen zelf een risicoanalyse kunnen doen, vervolgens een advies krijgen om dat risico te verminderen en vervolgd worden of zij de adviezen ook opgevolgd hebben en of zij hulp/ondersteuning nodig hebben. Daarbij een vervolg door middel van registratie van het aantal valincidenten. Inmiddels heb ik het NIPED bereid gevonden om valpreventie2.0 te realiseren. In mijn presentatie zal ik ingaan op het proces van valpreventie 1.0 naar de realisatie van valpreventie 2.0. De obstakels, de overwegingen, de weg naar de juiste partners, de financiering, het vinden van stakeholders, en de implementatie in de gezondheidszorg. En een korte visie geven op valpreventie 3.0, waar al gesprekken over gevoerd worden.