Vijf experimenten van VWS: beste lezer, denk aan Gladwell en de Beatles

Het Ministerie van VWS heeft de zorgverzekeraars verzocht om tien experimenten aan te reiken van geïntegreerde zorg die geld besparen. Daarbij mag een deel van het bespaarde geld opnieuw worden uitgegeven binnen het experiment. Van de tien aangereikte experimenten kiest VWS er daarna vijf uit die gaan gelden als nationale voorbeelden. Over enkele jaren leveren die resultaten op door middel van een landelijke monitor. Ze zijn dan rijp ter verspreiding naar andere regio’s. Minister Schippers wil deze experimenten omdat de Tweede Kamer hierom vroeg vòòr de zomervakantie. Deze aanpak kwam aan de orde op dinsdag 9 oktober bij de afsluiting van de masterclass chronische zorg. Deelnemers vroegen aan ondergetekende wat ik ervan vond. Ik geef hieronder kort door de bocht mijn commentaar. De  manier van kennisverspreiding die VWS voorstaat, is mainstream in Europa: eerst op enkele plekken experimenteren en daarna uitrollen. In Nederland waar velen al bezig zijn met zorginnovatie, kan wellicht de theorie van  Gladwell uitkomst bieden. In zijn boek The Tipping Point gaat Gladwell ervan uit, dat innovaties niet uit experimenten voortkomen maat toevallig ontstaan in een dorp, op een eiland of een wijk. Zo gingen ooit vier muzikanten aan de slag in Liverpool, zonder innovatiesubsidie, draagvlakstudies, projectleiders, business case modelling of ontheffing van regelgeving. Zij groeiden uit tot de Beatles. Dat lukte dankzij 1. een platenmaatschappij die brood in hun zag 2. onafhankelijke recensenten  die hen de hemel in prezen en 3. het grote publiek dat hun muziek ging waarderen. Gladwell benadrukt in zijn theorie de rol van de twee genoemde groepen experts: 1. de ondernemer met zogeheten scouts in dienst die de innovatie adopteert (= de platenmaatschappij) en 2. de onafhankelijke experts (de recensenten met hun oordelen). Daarna is het hopen 3. dat de innovatie aanslaat bij het grote publiek. Tot aan een tipping point waarbij steeds meer mensen de innovatie omarmen (= van de Beatles gaat houden). Nederland dat reeds vele innovaties kent, zit volgens mij niet te wachten op vijf door VWS omarmde experimenten die over vier jaar resultaten opleveren. Wellicht is het beter dat scouts bij zorgverzekeraars op zoek gaan naar reeds bestaande goede voorbeelden en deze gaan pushen. Onafhankelijke experts uit de universitaire wereld, de beroepsverenigingen, de patientenorganisaties en van de Ros’sen zouden deze daarna moeten beoordelen en de keuzes van zorgverzekeraars beoordelen. En dan is het hopen dat de innovaties aanslaan bij grote groepen patienten. Hiervoor is monitoring nodig.  Tot zover mijn reactie op de VWS-aanpak bij de afsluiting van de Julius Masterclass Chronische Zorg. Het was voor mij een groot genoegen om daar  te bomen over de VWS voorstellen met ervaren professionals en leidinggevenden van zorggroepen, AWBZ-zorgkantoren en patientenorganisaties. In de Julius masterclass geïntegreerde eerstelijnszorg komt de verspreiding van zorginnovaties ook uitgebreid aan de orde.  Graag ga ik ook met jou de dialoog aan. Deze masterclass begint op 9 januari 2013, eindigt op 25 september en omvat twaalf middagen van 15.00 -1900 uur vol actuele onderwerpen die in een internationaal en theoretisch kader worden geplaatst door ervaren docenten. Klik hier voor de brochure.

Vorig artikelFinance follows function, ook in de geestelijke gezondheidszorg
Volgend artikelPatiënten accepteren waarschijnlijk reductie van Intensive Care units, indien ….
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.