Nog geen reactie van minister op kinderporno-arts, arts nog steeds bevoegd

0
667

Vandaag stuurde de minister van VWS een uitstelbrief voor de Kamervragen over een arts die veroordeeld is voor kinderporno, maar nog wel in het BIG-register staat. Het Kamerlid Bouwmeester (PvdA) en Bruins Slot (CDA) stelden vragen naar aanleiding van een bericht op MedicalFacts.nl over een veroordeelde arts die veroordeeld is voor kinderporno en ontucht met patiënten. De Brabantse huisarts zou nog steeds werkzaam zijn en staat in elke geval vandaag nog in het BIG-register staat. Niet alleen bij deze arts maar ook in andere zaken lopen patiënten nog altijd risico. Zo lang zorgverleners staan ingeschreven in het BIG-register zijn ze bevoegd hun beroep uit te oefenen en hun beroep kunnen aanwenden om “doktertje te spelen”. Het is betreurenswaardig dat dit uitstel in de beantwoording ook een uitstel in het stoppen van deze artsen betekent.
De zaak waar de minister op zou reageren betreft de arts R.W. uit O. die in 2001 is veroordeeld. De landelijke media berichtten in 2001 over deze veroordeling omdat het een zedenzaak betrof. De arts is veroordeeld wegens ontucht met patiënten en het bezit van kinderporno. Hij kreeg twee jaar celstraf en mocht vier jaar zijn beroep niet uitoefenen. Destijds rezen er al vragen over de schorsing van vier jaar. seksuele-handelingenDe officier van Justitie had een levenslange schorsing van de arts geëist, maar de rechter besloot dat de arts slechts vier jaar uit zijn ambt mocht worden gezet. De Brabantse arts staat na zijn schorsing gewoon weer arts in het BIG register en dat terwijl hij patiënten seksueel had misbruikt.  In deze maar ook in andere zaken blijkt dat patiënten onvoldoende beschermd zijn tegen artsen die veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven. Het betreft vaak ernstige feiten maar artsen mogen desondanks hun beroep blijven uitoefenen. Vooral als zorgverlener heeft iemand meer gelegenheid zich te vergrijpen aan patienten, het is namelijk niet altijd duidelijk welke handelen van een zorgverlener medisch noodzakelijk is en wat niet noodzakelijk is en dus misbruik van de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt.