Welbevinden herstelt na een dwarslaesie

dwarsleasie-verlamming-200x200Welbevinden en fitheid herstellen tijdens het revalidatieproces van mensen met een dwarslaesie. Wel zijn er tussen patienten grote verschillen, die afhankelijk zijn van fysieke factoren. Met name zij die hun fitheid kunnen verhogen, lijken hun welbevinden te kunnen verbeteren.

Op woensdag 15 mei 2013 verdedigt revalidatie- en sportarts np Casper van Koppenhagen zijn proefschrift met de titel `Welbevinden en inspanningscapaciteit in de rolstoel in de eerste jaren na een dwarslaesie’. Dit proefschrift beschrijft de resultaten van onderzoek naar het herstel van het welbevinden en inspanningscapaciteit (fitheid) in de rolstoel na een dwarslaesie vanaf de start van de actieve revalidatie tot 5 jaar na ontslag uit de revalidatie. In het proefschrift wordt ook gekeken naar de invloed van persoons- en dwarslaesiekenmerken en de fysieke gevolgen van een dwarslaesie op het welbevinden en de fitheid.

Verbeterde fitheid verhoogt welbevinden
De belangrijkste uitkomst is dat het welbevinden verbetert tijdens de revalidatiefase en stabiliseert tot 1 jaar na ontslag. Secundaire stoornissen als decubitus, blaasontsteking, pijn en een verminderde functionaliteit spelen een belangrijke rol bij het begrijpen van de complexe relaties tussen functioneren en het welbevinden van mensen met een dwarslaesie.

De fitheid verbetert tijdens de revalidatie en stabiliseert tot 5 jaar na ontslag uit de kliniek. Fysieke factoren als geslacht, leeftijd, de hoogte en de compleetheid van de dwarslaesie bepalen de mate van fitheid. Mensen die na ontslag uit de kliniek in fitheid achteruit gingen, hadden meer pijn en deden minder aan sport. Tenslotte werd gevonden dat het welbevinden en de fitheid met elkaar samenhangen van start van actieve revalidatie tot 5 jaar na ontslag uit de kliniek. Mensen met een dwarslaesie die in staat zijn hun fitheid te verbeteren, zijn mogelijk in staat hun welbevinden te verbeteren.

De gegevens uit dit proefschrift zijn afkomstig van het Koepelproject en het SPIQUE project. In het Koepelproject zijn 225 Nederlandse mensen met een dwarslaesie gevolgd, vanaf de start van de actieve revalidatie tot 1 jaar na ontslag. Het SPIQUE project betreft een vervolgmeting van dezelfde groep 5 jaar na ontslag uit de revalidatie.

Aanbevelingen voor de praktijk
Casper van Koppenhagen zegt: “Ik wil professionals in de revalidatie, mensen met een dwarslaesie en hun familieleden bewust maken van de verschillen die bestaan in het fysieke en psychologische herstel na een dwarslaesie. Mensen met een laag welbevinden en een lage fitheid moeten zo vroeg mogelijk gesignaleerd worden. Ook mensen met een achteruitgang van beide factoren moeten opgespoord worden tijdens een adequaat nazorgtraject. Professionals dienen mensen met een dwarslaesie te stimuleren een actieve levensstijl aan te leren, ten einde de fitheid en het welbevinden positief te beinvloeden. Het ontwikkelen van fysieke en psychologische interventiestudies is nodig om optimale revalidatiezorg te geven aan mensen met een dwarslaesie.”

Achtergrond
Een dwarslaesie leidt tot ernstige lichamelijke beperkingen met directe en indirecte gevolgen voor de gezondheid. Vermindering van activiteiten en participatie in de samenleving kunnen het gevolg zijn en dit kan resulteren in een lagere fitheid en uiteindelijk in een lager welbevinden. Om het
revalidatieprogramma te verbeteren, is meer kennis over het fysiek en mentaal functioneren na een dwarslaesie gewenst.

Casper van Koppenhagen promoveert op 15 mei 2013 aan het UMC Utrecht (promotoren: prof. dr. F.G.J. Backx en prof. dr. L.H.V. van der Woude). Hij werkt nu bij De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht. Het onderzoek in dit proefschrift is mede gefinancierd door ZonMW, De Hoogstraat Revalidatie en Coloplast.

Referentie:
Koppenhagen C van (2013). Life satisfaction and wheelchair exercise capacity in the first years after spinal cord injury. Thesis. Utrecht University, Utrecht, the Netherlands
maandag 13 mei 2013