Onderzoek naar aanleiding van een calamiteit in de provincie Utrecht

0
263

rijksoverheid3De Inspectie Jeugdzorg (IJZ) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) hebben onderzoek gedaan naar het handelen van de jeugdzorg- en gezondheidszorginstellingen die betrokken waren bij een gezin waarvan de twee kinderen om het leven kwamen en de vader suïcide pleegde. Na diepgaand onderzoek beoordelen de inspecties het handelen van de instellingen als voldoende.

Op 8 mei 2013 ontving de Inspectie Jeugdzorg een melding van Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJU) en jeugdzorgaanbieder Timon betreffende de vermissing van twee broertjes sinds 6 mei 2013 en de suïcide van de vader op 7 mei 2013. Op 19 mei bleek dat de broertjes waren overleden. De vader wordt ervan verdacht zijn twee kinderen te hebben omgebracht.

De moeder en vader van de kinderen zijn eind 2008 uit elkaar gegaan. Er was sprake van een problematische scheiding, waardoor de ontwikkeling van de kinderen bedreigd werd. Verschillende hulpverlenende instanties waren betrokken bij de ouders en bij de kinderen.

Onderzoek
Tijdens het onderzoek werd van elke betrokken jeugdzorg- en gezondheidszorginstelling een feitenrelaas opgevraagd en bestudeerd, werd dossieronderzoek verricht en werden gesprekken gevoerd met de professionals die vanaf 2009 betrokken waren bij de hulp aan het gezin. Ook is met familieleden gesproken, zowel van moeders- als van vaderskant.

Oordeel inspecties
De inspecties zijn van oordeel dat de bij het gezin betrokken instellingen voldoende gericht zijn geweest op een veilige en gezonde ontwikkeling van de twee kinderen. Waar jeugdzorg- of gezondheidszorginstellingen werden ingeschakeld is navolgbaar en adequaat gehandeld. De betrokken instellingen werkten volgens bestaande wet- en regelgeving, protocollen en afspraken, zoals in het kader van het verlenen van verantwoorde zorg van hen verwacht kan worden. De bij het gezin betrokken hulpverleners wisselden tijdig en volledig informatie uit met elkaar en met de ouders.

Niettemin komen uit het onderzoek verbeterpunten naar voren voor Timon, Bureau Jeugdzorg Utrecht en de Raad voor de Kinderbescherming. De inspecties verwachten van de instellingen dat zij deze verbeterpunten vertalen in verbeterplannen met concrete maatregelen. De inspecties beoordelen deze verbeterplannen en toetsen de invoering van de maatregelen in de praktijk.

Problematische scheidingen
Deze calamiteit werpt licht op de situatie van veel kinderen in Nederland die lijden onder de strijd tussen hun gescheiden ouders. Bij problematische (echt)scheidingen is sprake van een complex geheel van op elkaar inwerkende factoren, wat vraagt om een integrale aanpak om de schadelijke gevolgen voor de kinderen uit deze gezinnen zoveel mogelijk te beperken.

Er zijn weinig effectieve methoden voorhanden om een impasse te doorbreken bij gezinnen die verwikkeld zijn in een (echt)scheidingsstrijd. Daarnaast ligt het merendeel van de factoren die een belangrijke rol spelen bij de instandhouding van het probleem buiten de invloedsfeer van jeugdzorg en gezondheidszorg.

De inspecties pleiten ervoor dat alle betrokken partijen – overheid, hulpverlenende instanties, de rechtspraak, advocaten en belangenverenigingen voor gescheiden ouders – in gezamenlijkheid richtlijnen ontwikkelen over hoe te handelen bij een problematische scheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken. Centrale vragen daarbij zijn hoe het belang van de kinderen steeds voorop kan blijven staan en wie de belangen van deze kinderen vertegenwoordigt.
Bron: Rijksoverheid